Metableticus J.H. van den Berg en het patroon in de materie

In twaalf afleveringen schrijft schaker Hans Ree over de grote geesten die zijn leven hebben beïnvloed.

Prof. dr. Jan Hendrik van den Berg (1914), die wonderlijke uitvinder van de metabletica, is dat wel een echte held? Hij is een reactionair genoemd, een racist en een fantast, en daar waren ook wel gronden voor. Maar iemand van wie ik al tientallen jaren alle boeken wil lezen, die hoort in deze serie. Laten we kijken hoe hij denkt.

In 1859 publiceerde Charles Darwin The Origin of Species. De gewone historicus die de oorsprong van de evolutietheorie onderzoekt, zal kijken wat er eerder gebeurde en hoe dat Darwin beïnvloedde. De metableticus stelt een andere vraag: wat gebeurde er nog meer in dat jaar 1859?

Van Karl Marx verscheen Zur Kritik der politischen Ökonomie. Napoleon III won de slag bij Solferino en de verschrikkingen van het slagveld leidden tot de oprichting van het Rode Kruis. Florence Nightingale publiceerde haar handboek voor de ziekenverpleging. Verder zien we in 1859 de geboorte van het stripverhaal, van de astrofysica en van de crinoline, een extreme versie van de hoepelrok.

En wat zou dat, ben je geneigd te denken. Hebben al die dingen dan met elkaar te maken? En zelfs al zou je er een patroon in ontdekken, zou je dan niet makkelijk andere voorvallen uit dat jaar kunnen vinden die niet in het patroon passen? De metabletica leert dat alle vernieuwingen die ongeveer op hetzelfde moment optreden inderdaad met elkaar samenhangen en dat de verschijning van de crinoline dus een licht werpt op de oorsprong van de evolutietheorie.

Abrupte veranderingen

Wie in het kort wil uitleggen wat metabletica is, ontkomt er niet aan de nadruk te leggen op het vreemde en zelfs bizarre van deze leer. Metabletica is de leer van historische veranderingen. Dat de wereld verandert is een gemeenplaats, maar de meeste mensen denken dat de veranderingen geleidelijk gaan.

Volgens de metabletica zijn de veranderingen altijd abrupt en ze zijn nauwkeurig aan te wijzen. Er gebeurt iets bijzonders; er wordt een boek geschreven, voor het eerst een lichaam opengesneden, of er klinkt nieuwe muziek.

De wereld is veranderd en er valt een jaartal bij aan te geven.

Waardoor verandert de wereld? Door betere inzichten en nieuwe uitvindingen, wordt vaak gezegd. De metabletica zegt het omgekeerde. Een nieuw inzicht ontstaat pas als de wereld veranderd is, de mensen en ook de materie zelf. De niet-Euclidische meetkunde kon pas ontstaan, doordat de ruimte zelf veranderd was. De spierreflex kon pas worden ontdekt toen de mens reflexen kreeg, die hij vroeger niet had.

Als de materie verandert, verandert alles en daardoor is het ook zinvol om alles te bekijken wat er in een bepaald jaar gebeurde. En de verandering van de materie, waar komt die dan vandaan? Die komt van God, de Instigator van alle veranderingen.

Ik zei al, in kort bestek klinkt het vreemd.

Het is ook vreemd. Maar of de metabletica nu waar is of niet, daar gaat het me niet om. Interessanter is de vraag wat je er mee kan doen. Van den Berg vertelt verbazende verhalen. Soms overtuigt hij, maar lang niet altijd.

Zwart Afrika

In zijn boek Gedane Zaken (1977) komt een hoofdstuk over schaken voor. Van den Berg wijst er op dat vanaf 1945 nieuwe schaakopeningen in zwang kwamen waarmee zwart meteen probeerde om het initiatief in handen te nemen. Hoe kan dat? Wit begint en heeft daardoor toch een natuurlijk recht op het initiatief, zou je denken.

De metableticus begrijpt het. Vanaf 1945 wordt zwart Afrika gedekoloniseerd. Zowel in het schaken als in de politiek nam zwart het initiatief; de underdog greep naar de macht. Van den Berg maakte er geen geheim van dat hij het als een noodlottige ontwikkeling beschouwde die tot een wereldwijde ramp zou voeren.

Je kan natuurlijk tegenwerpen dat het verband tussen de schaakopeningen en de wereldpolitiek je ontgaat, maar dan stap je buiten de metabletica. Laat ik het eens anders proberen.

Alle eeuwen door had de beginnende witspeler het initiatief, schrijft Van den Berg. Hij heeft het mis. Ik geef een paar jaartallen, geheel in de geest van de metabletica.

1497: In de eerste partij met de moderne schaakregels die is opgetekend speelt rood tegen groen.

1749: De filosoof van de Verlichting Montesquieu schrijft: 'In het klimaat van het noorden zal je volkeren vinden met weinig ondeugden en veel deugden, oprechtheid en waarheidslievendheid. Ga naar het zuiden en je zal denken dat je de moraal zelf achter je laat.' Met de Verlichting komt het wetenschappelijke racisme.

1749: In datzelfde jaar publiceert Philidor zijn klassieke Analyse du Jeu des Échecs, waarin het voetvolk van de pionnen tot de ziel van het spel wordt uitgeroepen. Gelijkheid en broederschap, maar net als bij Montesquieu niet tussen wit en zwart. Philidor laat wit beginnen en winnen in bijna al zijn voorbeelden.

1858: In een match in Parijs tussen Morphy en Anderssen, de twee sterkste spelers ter wereld, beginnen wit en zwart even vaak.

1911: Maar in een biografie van Anderssen worden al die partijen opgeschreven alsof wit was begonnen. Wat was er in de tussentijd gebeurd?

1885: Op de Conferentie van Berlijn wordt Afrika opgedeeld tussen de koloniale mogendheden. Wit begint en wint, tot de zwarte bevrijding van 1945.

Kijk, ik kan ook metabletica doen, al was het maar voor de grap. Van den Berg had wel wat meer waardering voor het schaken na 1945 mogen hebben, maar zijn politieke opvattingen over zwart zaten hem in de weg.

Gedane Zaken is een wild politiek boek. Zo verbitterd was Van den Berg over de toestand van de wereld in 1977 dat hij de kernoorlog die volgens zijn metabletische berekeningen tussen 1995 en 2015 moest komen, lyrisch verwelkomde: 'Er zal ons wat blijven, genoeg voor een begin. Enkele planten, een aantal dieren. Onbereikbare sterren. Raadselachtige planeten. De zon elke dag, die onze aarde met vuur overgiet.'

Dit is geen metabletica meer, maar sterrenwichelarij. Je hebt de metabletica ook niet nodig om een wereldramp te voorspellen. Van den Berg ging met zijn voorspelling in tegen zijn eigen beginselen, die zeggen dat het menselijk leven open en onvoorspelbaar is.

Uitgewanden

Iemand die het een en ander van Van den Berg heeft overgenomen is Harry Mulisch. In zijn boek De Verteller komt een radiotoespraak voor waarin de spreker uitlegt dat een mens geen ingewanden heeft. Het menselijk lichaam is leeg, er is zelfs geen lucht daarbinnen, er is alleen het Niets.

Maar als een mens op de operatietafel ligt en er wordt in hem gesneden, of hij krijgt een ongeluk in het verkeer en zijn darmen liggen op de grond, dan zien we toch dat het lichaam wel degelijk ingewanden heeft? Dat zien we niet. Het zijn geen ingewanden die je bij deze slachtoffers ziet, maar uitgewanden, buiten het lichaam. Alleen als het lichaam geschonden wordt, dan stolt het Niets tot iets dat er daarvoor niet was, de uitgewanden van de mens.

Het radiopraatje is duidelijk een parodie op Van den Berg. Maar al is het een parodie, het klinkt ook als iets dat Mulisch zelf zou kunnen schrijven, serieus of niet, dat weet je bij hem nooit goed.

In 2002 verscheen een aardig boekje van Ruud Hemel over de overeenkomsten tussen Mulisch en Van den Berg. Ik vroeg Mulisch toen wat hij daar van vond en hij zei dat die overeenkomsten er inderdaad waren, maar dat er ook een belangrijk verschil was: bij hem was het een spel en bij Van den Berg was het ernst. Dat zal wel waar zijn, maar ik denk dat Mulisch de vergelijking met Van den Berg ook altijd een beetje heeft afgehouden, omdat hij niet met diens politieke ideeën geassocieerd wilde worden.

Van den Berg schopte de linkse kerk tegen de schenen in een tijd dat die nog echt bestond, niet minder primitief en benauwend dan de rechtse kerk die nu de dienst uitmaakt. Bij die kerk van nu zou hij overigens ook niet horen, want de Verlichting die tegenwoordig tot vervelens toe in de strijd wordt geworpen is voor hem geen zegen, maar het begin van de tirannieke gelijkmaking van het ongelijke en van een 'dronken nacht' van eeuwen waarin de beschaving naar de afgrond marcheert.

Wonder van eruditie

Waarom lees je al die boeken van hem, als je niet overtuigd bent van zijn metabletische beginselen? Van den Berg is een wonder van eruditie en vindingrijkheid en hij schrijft in een krachtige en heldere stijl die hoogstens af en toe ontsierd wordt door te veel didactische herhaling; als hij meer tijd voor zijn boeken had gehad, waren ze korter geworden. Hij laat je zien dat je de wereld ook heel anders kunt bekijken dan je gewend was en hij is nooit bang geweest zich daarmee impopulair te maken.

Aan het eind van zijn boek Kleine psychiatrie geeft Van den Berg een lijstje van kenmerken van psychische gezondheid. Het is een reactie op een ander lijstje dat in 1948 op een congres van psychiaters was opgesteld. De geestelijk gezonde mens zoals die daar was gedefinieerd, was bescheiden en sprong niet verder dan zijn polsstok lang was.

Van den Berg keerde al die kenmerken om en schetste zo een heel ander mens. Voor die mens geldt dat zijn ambities alles overtreffen wat verwerkelijkt kan worden. Hij wenst zich niet bezig te houden met zichzelf. Hij is ellendig bij mislukking en verrukt van succes. Hij durft vrienden van zich te verstoten en neigt tot agressiviteit. Niets is voor hem zo suspect als een complete gemoedsrust.

Die onaangepaste mens was volgens Van den Berg psychisch niet minder gezond dan het bescheiden troeteldier van het congres van 1948. Hij moet het een beetje als een zelfportret bedoeld hebben.