Voor de Senaat is Europa liefdewerk... ...en zeker voor de voorzitter... ...maar niet voor de EU-politici

Het vertegenwoordigen van Nederland in internationale parlementaire gremia is voor Tweede- en Eerste-Kamerleden eervol werk. De NAVO-assemblee, de parlementaire vergadering van de West-Europese Unie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

Of de parlementaire assemblee van de in Straatsburg gevestigde Raad van Europa. Zeven Nederlandse parlementariërs – en hun zeven plaatsvervangers – maken daarvan deel uit. De senatoren Bemelmans-Videc (CDA), Dees (VVD) en Jurgens (PvdA). En uit de Tweede Kamer de leden Timmermans (PvdA), Visser (VVD) en Van Winsen (CDA).

Voor Nederland is het ,,een grote eer'', zegt senator Dees, dat zijn CDA-collega Van der Linden vorige week tot voorzitter van die parlementaire assemblee is gekozen. ,,Zoiets mag toch niet struikelen over geld.'' Geld?

Ja, want het is een tijdrovende erebaan waar geen eurocent tegenover staat. Van der Linden zelf wil hier niet over praten en verwijst naar Dees. Die neemt uitgebreid de tijd om de kwestie toe te lichten.

Eerste-Kamerleden krijgen voor hun werk een zogeheten schadeloosstelling van ruim 21.000 euro per jaar. Dat is een kwart van de schadeloosstelling van Tweede-Kamerleden, maar de senatoren zijn dan ook deeltijdparlementariërs. Hun bezoldiging is gebaseerd op één vergaderdag per week en een halve dag in het weekend om stukken te lezen. Voor de meeste senatoren is het lidmaatschap van de Eerste Kamer een nevenactiviteit, de schadeloosstelling een extraatje.

Het probleem dat Dees en de zijnen signaleren is dat van de internationaal actieve senatoren. Voor bij voorbeeld de vier vergaderweken per jaar in de Raad van Europa krijgen zij alleen reis- en verblijfkosten vergoed, inclusief koffiegeld. Maar geen schadeloosstelling, laat staan een salaris.

Dees rekent telefonisch vanuit Straatsburg voor, dat hij zelf voor 45 gewerkte parlementaire dagen per jaar geen schadeloosstelling ontvangt. ,,En in die tijd kan ik ook geen advieswerk aannemen.''

Voor een voorzittersfunctie, zoals Van der Linden die sinds vorige week bekleedt, kunnen dat wel meer dan driemaal zoveel dagen zijn. Een kleine vijf maanden per jaar zonder inkomen dus. ,,Je kunt het alleen doen als je zelf rijk bent, gepensioneerd, of als je al je idealen nog hebt'', moppert een geconsulteerd assembleelid. Gewijzigde belastingwetgeving heeft de zaak alleen maar erger gemaakt. En dan is de kwestie van pensioenopbouw nog niet eens besproken.

,,Met het huidige stelsel zou een aantal senatoren uit het verleden dit internationale werk beslist niet hebben kunnen doen'', zegt Dees. Voor hem is een adequate schadeloosstelling vooral een principekwestie. Iedereen moet zich internationaal parlementair werk kunnen veroorloven. Samen met CDA-senator Essers, tevens hoogleraar belastingzaken in Tilburg, heeft hij onderzoek gedaan naar dit probleem. Binnenkort komen zij met aanbevelingen voor een wijziging van de Wet op de Schadeloosstelling. Daarbij wordt gedacht aan een `buitenlandtoeslag'. ,,Een gevoelig onderwerp in de publieke opinie'', erkent Dees. ,,Daar moet je voorzichtig mee omgaan.''

Voorzichtig inderdaad, want haast geen onderwerp ligt zo gevoelig als de salariëring van politici. En al helemaal als daar ook nog het `verre' Europa bij komt. Want nog erger dan de `zakkenvullers' in de nationale regeringsentra, zijn in de zo gevreesde publieke opinie de `zakkenvullers' in Brussel.

Al tijden wordt in Europees verband geprobeerd iets te doen aan de salaris- en onkostenregeling van de inmiddels 732 europarlementariers uit de 25 lidstaten van de Europese Unie. Een voorstel om daar meer eenheid in te brengen, sneuvelde begin vorig jaar als gevolg van vooral Duitse bezwaren. Die werden weer gevoed door een campagne tegen de Europese `opmakers' in Bild Zeitung. Vandaar dat ook voor het afgelopen zomer nieuw aangetreden Europees Parlement nog altijd de wirwar van ondoorzichtige regelingen geldt.

Dit betekent onder andere dat het salaris van de europarlementariërs gekoppeld is aan dat van hun collega-volksvertegenwoordigers in eigen land. Het leidt ertoe dat een Italiaans lid van het Europees Parlement maandelijks zo'n 11.000 euro krijgt bijgeschreven, terwijl een europarlementariër uit Hongerije het moet doen met zo'n 800 euro per maand. Wel voor iedereen gelijk is de daarnaast bestaande dagvergoeding: 262 euro, op voorwaarde dat de presentielijst wordt getekend.

En dan is er nog de onkostenregeling die in veel gevallen uitgaat van (hogere) fictieve kosten in plaats van werkelijk gemaakte kosten. Dit doet zich vooral gelden bij vliegtickets. Die worden nog altijd vergoed op basis van het hoogste economy-tarief, terwijl mede dankzij het geïntegreerde Europa ook europarlementariërs met goedkopere prijsstunters vliegen.

Maar hoe staat het nu met een nieuwe regeling? Nadat EU-voorzitter Nederland deze `hete aardappel' onaangeroerd had gelaten, gaat de huidige voorzitter Luxemburg proberen dit ,,dossier vlot te trekken'' zoals dat in het ambtelijk jargon heet. Kern van het idee is dat het basissalaris voor alle europarlementariers rond de 7.000 euro per maand komt te liggen; zo'n 2.000 euro minder dan het voorstel dat het vorig jaar niet haalde. Daarnaast zou de onkostenregeling onder de loupe worden genomen.

Of het nu wel gaat lukken? Scepsis overheerst bij de ingewijden. Zolang de bezoldiging meer is dan het minimumloon zal de zaak altijd gevoelig liggen, zeggen zij. Bovendien, met een referendum over de Europese grondwet in tien landen in het vooruitzicht blijft een nieuwe salarisregeling – ook al pakt die soberder uit – altijd een hachelijke onderneming.

De Tweede Kamer debateert deze week onder meer over de opheffing van de verjaringstermijn voor ernstige delicten en de keuzevrijheid bij de inrichting van de onderwijstijd van basisscholen. In de Eerste Kamer komt de vermindering van het aantal leden van Provinciale en Gedeputeerde Staten aan de orde.