Hooikoorts

Elk jaar tuin ik er weer in. Steevast raak ik opgetogen van de eerste tekenen van lente: zwellende takjes, uitlopende knopjes, de grauwe winterbomen hullen zich in een waasje groen. Hier en daar fluit een vogel. Altijd weer vergeet ik wat ermee gepaard gaat, totdat het begint: hoofdpijn, tranende ogen, lopende neus. Hooikoorts, de wrede tegenhanger. Vroeger was de komst van de lente verbonden met lengende dagen, ergens in maart. Als kind mocht ik 's avonds langer buiten spelen.

Afgelopen week fietste ik aan het eind van de middag naar huis. Het was donker. In het licht van een straatlantaarn zag ik de groengele blaadjes aan de bomen. Ik voelde hoofdpijn opkomen. Het hooikoortsseizoen was begonnen, half januari.