Het frisse gezicht van het rugby

Hij schoot Engeland ruim een jaar geleden naar de wereldtitel. Sindsdien verblijft rugbyer Jonny `Goldenboot' Wilkinson (25) in de lappenmand. Over een hele gewone jongen, die tegen wil en dank uitgroeide tot een volksheld.

Voor iemand die al ruim een jaar nauwelijks heeft kunnen spelen, klonk hij woensdag opvallend opgewekt. Ja, ook Jonny Wilkinson keek uit naar de start van het Zeslandentoernooi. Zelf moet hij nog even geduld hebben, maar dat mocht de pret niet drukken. ,,Rugby kijken is óók leuk'', verkondigde hij bij de presentatie van de 104de editie van Europa's oudste landentoernooi (sinds 1883). Bovendien was de sterspeler van de Engelsen in al die jaren nog nooit in de betoverende rugbytempel van Wales geweest, het Millennium Stadium in Cardiff. ,,Ik wil die sfeer ook wel eens als toeschouwer proeven.''

Aan zelfbeklag heeft Jonny Wilkinson nog nooit gedaan, en dus ditmaal ook niet. Goed, hij is `weer eens geblesseerd'. Ditmaal aan de linkerknie, nadat de fly-half van de Newcastle Falcons het afgelopen jaar al veelvuldig vanaf de zijlijn moest toekijken wegens nek- en schouderklachten. Maar wat zou hij klagen? Mogelijk maakt hij – als achttienjarige Engelands jongste debutant in 71 jaar – eind volgende maand zijn rentree, wanneer The Red Rose in Dublin op de Ieren stuit. Wilkinson is een positivist. ,,Ik werk aan een spoedig herstel en kan verder alleen maar hopen.''

De non-playing captain is niet de enige die ontbreekt bij de eerste afspraak in 2005 van de wereldkampioen. Bondscoach Andy Robinson, opvolger van de tot Sir gepromoveerde succescoach Clive Woodward, kampt met een overvolle ziekenboeg, en met hem vele collega's. Rugby is, meer dan enig andere discipline wellicht, een fysiek slopende sport. Maar sinds het grote geld in 1995 zijn intrede heeft gedaan en de commercie (lees: sponsors en televisie) steeds hogere eisen stelt, heeft de waslijst met geblesseerden zorgwekkende vormen aangenomen.

Begin deze maand kondigde een zegsman van de vakbond van profrugbyers, de Professional Rugby Players' Association, ,,in het belang van onze leden'' een onderzoek aan naar de oorzaken van ,,de alarmerende trend, die wil dat onze topspelers steeds vaker en steeds zwaarder geblesseerd raken''. Critici lieten meteen weten dat zo'n onderzoek overbodig is. Het antwoord laat zich immers raden. Het professionele rugby worstelt met hetzelfde probleem als het proftennis: een overvolle (inter)nationale kalender, waardoor de topacteurs zichzelf langzaam maar zeker over de kling jagen. De oplossing zou liggen in een `evenwichtiger indeling van het seizoen'. Oftewel: een betere afstemming van nationale en internationale competities, waarbij het jaarlijkse Six Nations-toernooi wel eens verplaatst zou kunnen worden naar de zomer of de herfst. Want het mag niet zo zijn dat een sport zijn eigen helden `vermorzelt'. Dat is daar zijn vriend en vijand het over eens kapitaalvernietiging, in de meest letterlijke zin van het woord.

Wilkinson (25) is tot dusver het prominentste slachtoffer. Hij is immers niet zomaar een rugbyer, hij is de jongeman die Engeland anderhalf jaar geleden verloste van een sportief trauma. Met zijn fameuze trap, twintig seconden voor tijd, schoot Engelands topscorer zijn ploeg in Sydney voorbij gastland en titelverdediger Australië: 20-17. Die dropgoal is, net als het omstreden doelpunt van Geoff Hurst in de finale van het WK voetbal in 1966, nu al een klassieker in de Engelse sportgeschiedenis. Een held was geboren, een bijnaam snel gevonden: Goldenboot (gouden schoen).

Terug in Engeland wist de nieuwe nationale knuffelbeer niet wat hem overkwam. Eindelijk, na ruim 37 jaar van vertwijfeld wachten, had Engeland weer een wereldkampioen in een teamsport. Jonny had de Engelsen hun trots en hun zelfbewustzijn teruggegeven, Jonny had de ban gebroken, en uit dank sloten ze hem in de armen. Zo krachtig dat de van nature toch al verlegen middenvelder zich amper een houding wist te geven toen hij tijdens een rijtoer door het centrum van Londen oog in oog stond met een uitzinnige mensenmassa (750.000 belangstellenden). Wat moest hij, eenvoudige jongeman van het platteland, met die heldenverering? Tegen koningin Elizabeth lispelde hij wat op dat moment in hem opkwam, onthulde hij later: ,,Ik zei dat ze me aan mijn moeder deed denken.''

Jonny The Kicker had de wereldtitel weliswaar teruggebracht in het land van zijn ontdekker de Engelse schooljongen William Webb Ellis die in 1823 een bal oppakte en ermee begon te rennen maar hij had het naar eigen zeggen niet alleen gedaan. Integendeel: het waren robuuste krijgers als Martin Johnson en Lawrence Dallagio geweest die hem, het jonge maar creatieve brein van de Engelsen, uit de wind hadden gehouden, zowel letterlijk als figuurlijk. En dus weigerde hij na afloop, ondanks aandringen van fotografen, alleen te poseren met de William Webb Ellis Trophy. ,,Ik ben een teamspeler, geen individualist'', verklaarde hij meer dan eens.

En een held was Jonathan Peter Wilkinson, van 25 mei 1979 te Frimley (Surrey), naar eigen zeggen al helemaal niet. Dat had hij eerder dat jaar al overduidelijk laten blijken. Uit de kleren ten behoeve van een kalender van de nationale ploeg? Alleen de gedachte al deed Wilko huiveren. ,,Nog voor geen tien miljoen.'' Geen wonder dan ook dat het tijdschrift Hello! bot ving toen het hem bijna 1,5 miljoen euro bood voor een exclusieve fotoreportage, pal na zijn fameuze trap in Sydney. `Een held tegen wil en dank', constateerde The Sunday Times fijntjes.

Om geld was het de 52-voudig international niet te doen. Maar uiteraard ontkwam de okselfris ogende rugbyer niet aan de grijpgrage klauwen van de sponsors, die zich na Engelands wereldtitel verdrongen rondom ,,het gezicht van het rugby'', zoals marketingspecialisten hem afschilderden. Hij was immers `de David Beckham van het rugby', een ideale schoonzoon die deuren deed openen. Voor hij het wist, tekende hij tal van privé-contracten. Zijn jaarinkomen verdrievoudigde op slag: van een geschatte 2,2 naar bijna 7 miljoen euro.

Zijn charme schuilt volgens menigeen in de eenvoud. Wilkinson is The boy nextdoor: zo doodnormaal dat het, in de ogen van het Engelse publiek, bijna abnormaal is. In niets lijkt hij op de extravagante stervoetballer met wie hij in eigen land tot vervelens toe is vergeleken: David Beckham. Wilkinson laat zijn wenkbrauwen niet epileren, huurt geen privé-kapper in voor een knipbeurt van enkele duizenden euro's en beschikt al helemaal niet over een publiciteitsgeile (ex-)zangeres als echtgenote.

Jonny zit `gewoon' thuis voor de buis, kijkt televisie, doet om half elf het licht uit, woont samen met zijn broer (en Newcastle-ploeggenoot) Mark in een twee-onder-één-kaphuis en stelt zijn leven volledig in dienst van zijn sport. Wel of geen blessure, Wilkinson trekt zelfs op vrije dagen het trainingspak aan. Zijn vriendin, tv-actrice Diana Stewart, mijdt de media. Vader Phil en moeder Philippa wonen sinds kort in de buurt en staan hun populaire zoon bij met het beantwoorden van de fanmail. Moeder Wilkinson doet ook nog altijd zijn was.

,,David Beckham leeft op een andere planeet'', verzuchtte Wilkinson ruim een jaar geleden, toen hij voor de zoveelste keer werd vergeleken met het sekssymbool van Real Madrid, met wie hij vorig jaar wel een commercial opnam voor sponsor Adidas. Hij was en is maar een simpele jongen die als kind van zeven al was geobsedeerd door rugby, en dat wilde Wilkinson graag zo houden. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger. ,,Sinds `Sydney' krijg ik vragen voorgelegd waarvan ik denk: waarom zou een mens dat willen weten? Echt, je kan het zo gek niet bedenken of journalisten vragen het. Als ík al niet geïnteresseerd ben in de antwoorden, wie in hemelsnaam dan wel?''

Wilkinsons tragiek ligt ironisch genoeg besloten in zijn down-to-earth-houding, want die heeft hem alleen maar populairder gemaakt. Hij staat mijlenver af van de zo vaak als `verwend' en `overbetaald' bestempelde profvoetballers, van wie sommigen zeker in Engeland met enige regelmaat bij een schandaal zijn betrokken. Of ze slaan een bar of voorbijganger kort en klein; of ze zijn betrokken bij een verkrachtingszaak in een luxueus hotel. Met Wilkinson is eindelijk weer een topsporter opgestaan die `normaal' doet. Dat is een klein wonder.