Economie vaart wel bij productie in lagelonenland

De verplaatsing van bedrijfsactiviteiten naar lagelonenlanden is goed voor de Nederlandse economie. Het levert consumenten voordelen op in de vorm van lagere prijzen en het heeft nauwelijks invloed op de werkgelegenheid.

Dit staat in het onderzoeksrapport `Visie op verplaatsing' dat staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken, CDA) vanmiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. ,,Niet alleen bedrijven en consumenten, maar ook Nederland als geheel ontleent als open economie voordelen aan internationale specialisatie'', aldus het onderzoek. ,,Het is een proces dat macro-economisch geen verliezers kent.''

Het aantal bedrijven dat activiteiten verplaatst neemt weliswaar toe, maar er is geen sprake van een massale verplaatsing van bedrijfsactiviteiten naar lagelonenlanden. Het overgrote deel van de bedrijven (84 procent) in sectoren die hiervoor in aanmerking komen, houdt zich desondanks niet bezig met de verplaatsing van activiteiten naar het buitenland. Voor ondernemingen die wel activiteiten verplaatst hebben, of van plan zijn dit nog te doen, is het belangrijkste motief kostenbesparing.

Vooral arbeidsintensieve activiteiten worden naar lagelonenlanden verplaatst. De meeste verplaatsingen vinden plaats naar Oost-Europa, gevolgd door Zuid- en West-Europa. China (16 procent) en India (11 procent) zijn in opkomst.

In bijna de helft van de gevallen betreft het de verplaatsing van laaggeschoolde, veelal industriële arbeid. Maar ook hooggeschoolde productie, zoals in de ICT-sector, marketing en onderzoek, wordt al naar verschillende lagelonenlanden verplaatst.

Het onderzoek schat dat jaarlijks netto 9.000 banen door bedrijfsverplaatsingen uit Nederland verdwijnen. Hoewel het effect in specifieke sectoren aanzienlijk kan zijn en voor ontslagen werknemers ingrijpend is, is ongeveer 1,5 procent van het banenverlies in de afgelopen jaren direct aan `offshoring' (verplaatsing) toe te rekenen, aldus het onderzoek. De verplaatsing leidt niet tot `deïndustrialisering'.