`Doorgaan met polderen bij natuurplan'

De natuurbeweging heeft intensief meegedacht over een ecologisch verantwoorde aanleg van de Tweede Maasvlakte en van IJburg. Toch vreest de Raad van State schade aan de natuur en vernietigt het besluit. Heeft overleg vooraf nog wel zin? ,,Er moet iets fundamenteels veranderen.''

Hoe moet het verder met de grote projecten in Nederland? Twee maanden geleden onthield de Raad van State zijn goedkeuring aan het bestemmingsplan voor de tweede fase van de nieuwe Amsterdamse waterwijk IJburg. En vorige week vernietigde de Raad van State het kabinetsbesluit over de Tweede Maasvlakte. In beide gevallen is volgens de Raad van State onvoldoende zekerheid verschaft over de gevolgen voor de natuur.

Het zijn opzienbarende juridische uitspraken, omdat juist in deze twee projecten de natuurbeschermers intensief over de plannen hebben meegedacht. De milieubeweging, met onder meer Vereniging Natuurmonumenten en ook het Wereld Natuur Fonds, schaarde zich enkele jaren geleden achter de plannen voor de Tweede Maasvlakte, omdat deze beperkt zouden blijven en gepaard zouden gaan met de aanleg van een zeereservaat, waterrijke natuur op het land ten zuiden van Rotterdam plus de aanleg van nieuwe duingebieden. Een ,,win-win-situatie voor economie én natuur'', zo heette het.

Tegen de aanleg van de Amsterdamse woonwijk IJburg was aanvankelijk wel veel weerstand. Natuurmonumenten was een van de trekkers van een referendum, acht jaar geleden, om het IJmeer open te houden. Er waren te weinig tegenstemmers, de bouw ging door, maar de gemeente Amsterdam maakte vervolgens veel werk van ecologisch verantwoord bouwen, in nauw overleg met, opnieuw, Natuurmonumenten. Er werd gekozen voor een duurdere eilandenstructuur toen bleek dat daardoor de risico's voor het ecosysteem zouden afnemen. Er kwam een fonds waaruit compenserende maatregelen worden betaald. Er wordt gewerkt aan een nieuw natuurgebied ten oosten van IJburg.

Nu is het nieuwe Europese regelgeving die roet in het eten gooit, om precies te zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het Europees Hof van Justitie deed in september vorig jaar uitspraken, over de kokkelvisserij in de Waddenzee, die een strikte uitleg van deze richtlijnen wettigen. Wie wil bouwen in een natuurgebied, zo was de strekking, moet vóóraf aantonen dat er geen significante schade aan deze natuur wordt toegebracht. In de praktijk houdt dit in dat als er wetenschappelijke twijfel is over de onschadelijkheid van de ,,ingreep'', er een ,,passende beoordeling'' moet worden gemaakt alvorens tot de bouw te besluiten. De Raad van State heeft deze strikte uitleg nu van toepassing verklaard op deze beide projecten.

,,Ik schrok toen ik van deze uitspraken hoorde'', zegt Frans Evers, als voormalig hoofddirecteur van Vereniging Natuurmonumenten een van de hoofdrolspelers in het milieubeleid in de afgelopen jaren. Evers, een van de vice-voorzitters van de nationale commissie voor de MER en een veelgevraagd conflictbeheerser, ziet in de uitspraken het bewijs dat er iets ,,fundamenteel moet veranderen'' in Nederland. Het was de afgelopen jaren veel gebruikelijker geworden om als milieubeweging bij plannen voor bijvoorbeeld de aanleg van wegen niet meteen boomhutten te bouwen en bulderbossen aan te kopen, maar ,,mee te denken'' in het ,,poldermodel''.

Evers: ,,Heel lang geleden kreeg je als natuurbeschermer geen poot aan de grond, niemand luisterde, dus wat je deed was een juridisch sterke positie uitbuiten en rechtszaken aanspannen. De laatste jaren is er in de samenleving een veel breder besef van duurzaamheid ontwikkeld. Er wordt naar natuurbeschermers geluisterd, men is zich bewust van effecten voor de natuur.'' Er is de verplichte milieueffectrapportage, de zogenoemde MER, en in het algemeen ,,is men het inhoudelijk wel eens'', zegt Evers. ,,De inhoudelijke verschillen tussen bestuurders, bouwers en natuurbeschermers worden overschat.''

Maar heeft overleg tussen natuurbeschermers en overheid nog wel zin, nu de Raad van State de resultaten naderhand toch afkeurt? Er hoeven maar een enkele belanghebbenden bezwaar aan te tekenen.

Het gepolder tussen bouwers en biologen moet doorgaan, meent Evers. Immers, zo stelt hij: ,,Het steekt als je om schijnbaar juridische spitsvondigheden wordt teruggefloten.''

Het polderoverleg moet alleen nog véél professioneler worden aangepakt, dat is de les van deze twee uitspraken. Evers: ,,Er zal nog veel meer tijd moeten worden gestoken in overleg met alle stakeholders, alle partijen die bij de plannen een belang hebben.''

Laat dus niet, bijvoorbeeld, het ministerie van Verkeer en Waterstaat een onderzoek doen naar de haalbaarheid als er een wens bestaat om tot kustuitbreiding te komen bij Zuid-Holland, die dan betaald moet worden uit woningen op dat nieuwe land. Nee, betrek alle mogelijke aspecten erbij, van de effecten op het Westland tot aan die op de zandtransporten richting Waddenzee. En laat alle belanghebbenden meedenken.

Evers: ,,Doe je dat niet, dan zul je later onherroepelijk struikelen over de mensen die je buiten de deur hebt proberen te houden.'' Mensen die later rechtszaken aanspannen, die vervolgens worden gewonnen op min of meer procedurele fouten.

Evers: ,,We zullen voortaan moeten zorgen dat die fouten niet meer worden gemaakt. Dus niet alleen het inhoudelijk met elkaar eens worden, maar ook zorgen dat deze afspraken juridisch houdbaar zijn.''

Projectleider van de natuur- en mileubeweging tijdens de plannenmakerij voor de Tweede Maasvlakte was Arno Steekelenburg, van de Zuid-Hollandse Milieufederatie. Hij ziet de vernietiging van de besluiten over de Tweede Maasvlakte door de Raad van State vooral als een overwinning voor de vissers en de boeren.

Steekelenburg: ,,Twee groepen zwakke ondernemers die benadeeld worden en die hun schadevergoeding onvoldoende geborgd achten, hebben mogelijkheden gezochten gevonden om het besluit te beschadigen.''

    • Arjen Schreuder