Zaandijk Oostzaan

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Noord-Holland

We zijn nog niet op pad of Holland slaat toe met molens. Fier passen ze op de koude Zaan met zijn grijsgeglaceerde golfplaat-water. De houten poppenhuizen aan en tegenover de Zaanse Schans zien groen. ,,Slootgroen, meen ik. ,,Nee, Zaans groen,'' weet de luisterrijke Riemke. ,,Grachtengroen. Dat bestaat wel'', troost ze, ,,maar dat is donkerder.''

Ze is een geduchte wandelares. Wie met haar loopt, loopt door. En dat is goed, want voor kuieren is het te koud. De nachtvorst heeft de sloten onder zeil gelegd. Smelten is geen optie want het waait straf langs een ijsblauwe hemel vol toornige wolken.

In een bocht van de Zaan maken de huisjes plaats voor de, grote en kleine maar altijd bochtige, buizen en vaten en loodsen van allerhande industrie. De enorme adelaar van de voormalige zeepziederij (een mooi woord, ik lees het in de wandelgids, maar ik heb geen idee wat het betekent, maar het klinkt lekker razend) dreigt met gespreide stenen vleugels. Verderop blinkt wit de voormalige Lassie-fabriek (van de rijst, niet van de held-hond).

We buigen af, het weiland in. Tegenwind wordt aanleunwind. De wolken gaan winnen en dat vieren ze met gespetter. Achter de ademende leegte van het grasland hangen rookpluimpjes zijdelings uit fabriekspijpen, alsof een kind ze heeft getekend: stil, met ronde randen en allemaal dezelfde kant op.

Aan een vaart staat een vuile Mazda, op zijn achterklep zijn de woorden `Roofvis' en `Jove' geplakt. Zoiets wekt visioenen van een horrorfilm met een white trash-visser als serial killer: hij entert zijn slachtoffers met zijn dodelijke werphengel. Het eerste personage dient zich al aan: een nietsvermoedende bejaarde mevrouw in een blauw autootje sputtert langs, ze groet ons met een zwaai langs haar bont-alpino.

We volgen de ringvaart Wijde Wormer waar het meerkoeten-corps massaal de kanten loopt af te grazen. Er wiebelt ook een roeiboot. `Jove' heet hij en er zitten twee hengelaars in. Ze dragen vervaarlijke regenpakken, maar ze doen niks.

Na een stukje wandelcorvee door Koog a/d Zaan en een flinke omweg, doordat praten leuker is dan op de route letten en doordat een routebeschrijving de neiging heeft ook bij verkeerd lopen van toepassing te zijn, belanden we via ruig rietland naast een snelweg.

Volgens het boekje moeten we die met een dubbele lus aan weerszijden langs wandelen, voor we eindelijk het land van de duizend slootjes in mogen. Ja, we zijn gek, dat doen we niet. De luisterrijke Riemke vindt een illegaal modderpaadje en we klauteren de dijk af. Zo kunnen we meteen de spoorbaan langs, door aangenaam rommelig vlakland vol waterlinten. De wind trekt aan, de regen vlaagt wat, een vlucht ganzen knerpt over.

15 km. Kaarten 22 en 23 uit:

Amsterdamse ommegang.

Uitg. NIVON, 1997.