Verborgen kennis

De Italiaanse archeoloog Emmanuel Anati doet al een halve eeuw onderzoek naar de betekenis van rotstekeningen. De vroegste exemplaren zouden een gemeenschappelijke oertaal van Homo sapiens weergeven.

ALSOF HET DOEK van het toneel opgaat. Een wolk trekt weg, zonlicht glijdt over een grote gladde rots en als bij toverslag worden tientallen rotstekeningen zichtbaar. Door elkaar heen allemaal schematisch weergegeven mannetjes. In aanbidding steken ze hun streepjesarmen omhoog, de benen gespreid.

Nationaal archeologisch park Naquane, dertig kilometer ten noordoosten van het Lago d'Iseo in Noord-Italië, telt verdeeld over 300.000 vierkante meter ruim dertigduizend rotstekeningen. De `aanbidders' stammen uit de late steentijd en zijn zevenduizend jaar oud. Andere afbeeldingen dateren van later; hutten en jachttaferelen uit de bronstijd staan vlak naast vechtscènes en karren uit de ijzertijd. Hier en daar zijn ook Etruskische en Romeinse inscripties te zien. In het hele gebied, Valcamonica geheten, zijn op rotsen ter weerszijden van de tachtig kilometer lange vallei tot nu toe 300.000 tekeningen geïnventariseerd. De oudste zijn tienduizend jaar oud.

`Samen geven ze een beeld van de lang onbekende Camunocultuur,' aldus de 74-jarige, nog altijd actieve onderzoeker Emmanuel Anati in zijn recent verschenen boek La Civiltà delle Pietre. `Ze vertellen verhalen, mythen en geschiedenissen en geven een inkijkje in hun emoties en manier van denken en doen.' Hij gaat zelfs nog een stap verder: `Ze geven met rotstekingen elders in de wereld inzicht in wie wíj, Homo sapiens, zijn.'

Begin twintigste eeuw werd voor het eerst melding gemaakt van een rotstekening in Valcamonica – in de gids van de Touring Club Italiano. Pas in de jaren dertig kwamen twee universitaire archeologen naar het gebied. Onafhankelijk van elkaar begonnen ze rotstekeningen te bestuderen en al snel vlogen ze elkaar in de haren wie de meeste rechten had en wie het bij het rechte eind had. ``Ach ja, Valcamonica is de wereld in het klein'', luidt het commentaar van een medewerker van Anati.

docentBeneden in Capo di Ponte doet Anati in het Centro Camuno di Studi Preistorici al veertig jaar onderzoek naar de betekenis van rotstekeningen. Welke taal wil ik spreken?, vraagt hij als hij de bibliotheek binnen stapt. Engels, Frans, Italiaans, Hebreeuws? ``U zegt het maar.'' Anati, geboren in Florence, heeft aan de Sorbonne, Harvard en de universiteiten van Jeruzalem, Londen en Oxford gestudeerd, en is docent aan de universiteiten van Tel Aviv en Lecce geweest, vandaar.

Zijn centrum bestaat veertig jaar, maar hij kwam zelf al in 1956 voor het eerst in Valcamonica. Als student aan de Sorbonne was hij bezig met een studie van rotskunst in West-Europa. In opdracht van het Centre National de la Recherche Scientifique moest hij rotstekeningen in de Franse Alpen vergelijken met de enkele rotstekeningen die toen in Valcamonica bekend waren. Hij dacht een week nodig te hebben om de tekeningen te fotograferen en te bestuderen. Maar onderzoek ter plekke maakte duidelijk dat het gebied vol rotstekeningen zat. Hij moest er alleen naar zoeken, in afgelegen gebieden en onder mos en gras. Het was het begin van wat hij zelf omschrijft als de `Missie Anati': hij en enkele vrijwilligers gingen zoveel mogelijk rotstekeningen opsporen en vastleggen.

Lange tijd werden zijn werk en rotskunst in de academische wereld niet serieus genomen, zegt hij. `Andare per pitoti', `poppetjes zoeken', heette het werk in de ogen van andere geleerden. Alsof hij een `zondagsarcheoloog' was en zijn werk te vergelijken met paddestoelen plukken. En toen hij enkele tienduizenden tekeningen had vastgelegd, geloofden ze niet dat ze over een periode van 10.000 jaar waren gemaakt. Nee, ze moesten het werk van Kelten of Liguriërs zijn geweest. Maar uiteindelijk moesten ze hem gelijk geven.

Aandachtig bestuderen van de uitgehamerde en gegraveerde tekeningen maakte duidelijk dat sommige tekeningen over elkaar heen waren gemaakt. Hierdoor kon Anati een relatieve chronologie opstellen. Verder voerde hij in de omgeving opgravingen uit. Dat leverde nederzettingen op en absoluut dateerbare vondsten als wapens en gebruiksvoorwerpen, die ook op de tekeningen bleken voor te komen. Bovendien had hij het geluk dat hij enkele tekeningen in een dateerbare stratigrafie vond. Afbeeldingen van later in Valcamonica uitgestorven dieren als de eland en een honderdtal Etruskische en Romeinse inscripties hielpen om tekeningen uit de vroegste en laatste perioden te dateren.

aanbiddersHet resultaat is een chronologie met zes perioden. De proto-Camunoperiode beslaat de Midden Steentijd 9000-5500 v.Chr.) en toont met kleine steentjes ingekraste afbeeldingen van dieren als herten en elanden. De valleibewoners hielden zich dan ook met jagen en verzamelen in leven. De vier Camunoperioden strekken zich uit over de late steentijd en de koper-, brons- en ijzertijd. Tussen 5500 en 3300 v.Chr., de eerste twee Camunoperioden, worden vooral schematische figuren als de `aanbidders' afgebeeld. Vergelijkbare figuren zijn ook bekend uit Zwitserland en de Balkan. Afbeeldingen van ploegen en dieren als de hond en runderen geven aan dat de landbouw zijn intrede doet.

Tijdens de derde periode (3300-1200 v.Chr.) ontstaat de metaalbewerking. Afbeeldingen met wat Anati omschrijft als hemelse, aardse en ondergrondse symbolen zouden volgens hem duiden op een complexe religie. In de Kopertijd maken de Camuni behalve rotstekeningen ook menhirs met afbeeldingen. In de Bronstijd is dat gebruik weer voorbij. Opvallend uit die tijd zijn de vele aaneengesloten rechthoeken op rotsen met een panorama. Een soort topografische kaarten? Verder zijn er groot afgebeelde wapens, wat doet denken aan een cultus van krijgers en wapens.

Bijna tachtig procent van de afbeeldingen stamt uit Periode IV (1200-16 v.Chr.). Het is een bonte verzameling van realistische en anekdotische scènes met gevechten, jachttaferelen en het dagelijks leven in de nederzettingen. Na de onderwerping door de Romeinen in 16 voor Christus wordt de stijl van de rotstekeningen weer simpel en schematisch. Het schrift doet zijn intrede en er verschijnen Latijnse inscripties.

rock artOp details na klopt Anati's chronologie, laat Jean Clottes, onderzoeker van de rotstekeningen van La Chauvet, per e-mail vanuit Frankrijk weten. Hij kent Anati goed – ``hij is een van de weinigen met een wereldwijde kijk op rock art'' – en is al jaren een trouw bezoeker van het Valcamonica Symposium, dat Anati afgelopen september voor de 21ste keer organiseerde. Deze keer waren onder de ruim 130 onderzoekers uit 36 landen ook psycho-analisten. Clottes ziet er desgevraagd weinig in, maar Anati denkt dat psycho-analytici kunnen helpen bij de ontcijfering van de betekenis van rotstekeningen, omdat ze zien met welke geestesgesteldheid tekeningen zijn gemaakt. ``Rotstekeningen zijn een vorm van communicatie die vroeger probleemloos te begrijpen was. Ergens in ons zit die kennis nog verborgen.''

Anati meent dat de vroegste rotstekeningen wereldwijd een gemeenschappelijke taal van Homo sapiens weergeven. Overal ziet hij dezelfde symbolen en dezelfde logische structuur. De thema's zijn seks, voedsel en bezit van gebied. Rechthoeken en vierkanten betekenen in Eurazië en Amerika `territorium', een cirkel met stralen is op alle continenten de weergave van de zon en alle tekens zijn te categoriseren als pictogrammen (mensen en dieren) ideogrammen (rechthoeken, symbolen) en psychogrammen (abstracte weergave van emoties en sensaties, een soort uitroeptekens). Klimaat, natuurlijke omgeving, eetgewoonten en sociale normen zorgden later voor verschillen in taal en rotskunst.

Zijn ideeën over een universele oertaal van Homo sapiens zijn slechts een eerste aanzet. Op een grammatica en syntaxis van de rotstekeningen hoeven we nog niet te rekenen. ``Dat boek kunnen we pas over honderd jaar schrijven.'' O ja, begrijp hem goed, hij zegt niet dat Homo sapiens de enige hominide is die een taal en een soort proto-schrift heeft gekend. ``Maar van de Neanderthaler of Homo erectus is niets overgeleverd.''

Anati nodigt Nederlandse studenten uit om in Valcamonica als vrijwilligers rotstekeningen te tekenen en documenteren. Zie www.ccsp.it

    • Theo Toebosch