Met jongere broertjes en zusjes krijgt kind minder vaak MS

Multipele sclerose (MS) komt minder vaak voor bij mensen die als kind met jongere broertjes en zusjes zijn opgegroeid. Dat vormt steun voor de `hygiënehypothese' die zegt dat het doormaken van veel infecties in de eerste levensjaren beschermt tegen allergische aandoeningen en auto-immuunziekten later (Journal of the American Medical Association, 26 jan).

Australische onderzoekers hebben multipele-sclerose-patiënten op het eiland Tasmanië gevraagd naar het aantal broertjes en zusjes waarmee ze waren opgegroeid. Datzelfde deden ze met even oude eilandbewoners van het zelfde geslacht zonder MS. Het ging om 136 patiënten, zo'n driekwart van alle MS-patiënten op het eiland. Ze leden allemaal aan met MRI-scans bewezen MS.

Het risico op MS bleek duidelijk af te nemen naarmate iemand als kind meer jaren met jongere broertjes en zusjes was opgegroeid: 43 procent minder risico bij één tot drie jaar contact, 60 procent minder bij drie tot vijf jaar en zelfs 88 procent minder als dat nog langer was. Het hebben van oudere broers en zusjes bood geen bescherming tegen MS. Het aantal jongere broertjes en zusjes was wel van invloed maar minder uitgesproken dan het feit dat ze er waren.

De onderzoekers hebben bij de MS-patiënten ook gekeken naar antilichamen in het bloed tegen het Epstein-Barrvirus. Dat is de verwekker van de ziekte van Pfeiffer, ook wel de `kissing disease' genoemd omdat deze infectieziekte vaak voorkomt in de puberteit. MS wordt wel in verband gebracht met kinderziekten die wat later opduiken, in het bijzonder met die door het Epstein-Barrvirus. MS-patiënten hebben vaak grote hoeveelheden antilichamen tegen dit virus in hun bloed, wat wijst op een recent doorgemaakte infectie. De Tasmaanse controlepersonen met jongere broertjes en zusjes bleken inderdaad minder antilichamen tegen het Epstein-Barrvirus in hun bloed te hebben dan de andere controlepersonen.

Multipele sclerose is een auto-immuunziekte waarbij de eigen afweer zich richt op de myelinescheden rond de zenuwvezels. Die raken daardoor beschadigd en gaan minder goed functioneren. Uiteindelijk resulteert dat in wazig zien, een verminderd of veranderd gevoel, en verlammingen. Auto-immuunziekten ontstaan wanneer afweercellen tegen een virus of bacterie zich door een kruisreactie richten op lichaamseigen cellen. Het risico op dit soort heftige, gestoorde afweerreacties zou vooral groot zijn als iemand pas later met bepaalde virussen in contact komt. En dat wordt door het Australische onderzoek bevestigd.