In Kirkuk is niemand een Irakees

Morgen worden in Irak verkiezingen gehouden. In Kirkuk, dat wordt opgeëist door Koerden, Arabieren en Turkmenen, bedreigen ze de broze vrede.

In wat nu al een grijs verleden lijkt, was de sunnitische sjeik Ghassan Nuzhir al-Assi volksvertegenwoordiger in het nationale parlement van Irak. Voordat de Amerikanen in 2003 het land binnenvielen was hij een gerespecteerde hoogwaardigheidsbekleder, als vertegenwoordiger van de oliestad Kirkuk.

Nu zit hij met negen andere sjeiks in traditioneel gewaad op plastic stoelen in een dorre tuin, ergens in de stad. Een kantoor heeft hij niet meer. Dat is ,,ingepikt'', zegt hij, door de Koerden die in het kielzog van de Amerikaanse invasie in april 2003 de stad innamen.

De sjeiks bevinden zich op de binnenplaats van het kantoor van de enig overgebleven onafhankelijke sunnitische partij die morgen in Kirkuk aan de Iraakse verkiezingen meedoet. Een paar campagnemedewerkers van de `Iraakse Republikeinse Groep' zijn in de weer met posters en stickers. De Iraakse nationale vlag is hun partijembleem en de leus `Kirkuk voor alle Irakezen' is hun stemmentrekker.

Probleem is dat er in Kirkuk nog maar weinig Irakezen te vinden zijn. Sinds de oorlog is iedereen er sunniet, shi'iet, Koerd of Turkmeen. Hele wijken hullen zich in de kleur van hun nationaliteit of geloof. Shi'ieten hebben zwarte vlaggen aan hun auto's hangen, als teken dat ze nog steeds rouwen om hun in 680 gestorven Imam Hussein. De Koerden versieren hun woningen met hun rood-wit-groene vlag met zon, de semi-officiële driekleur van Koerdistan. De Turkmenen verven hun partijkantoren helemaal blauw en rijden in colonnes door de stad, zwaaiend met hun blauwe vlag met halve maan en sterren. Soms schieten ze in de lucht. De sunnieten, decennialang de machthebbers in Irak, moeten het doen met de Iraakse nationale vlag, waar niemand meer aandacht aan schijnt te schenken. Het Iraakse verzet lijkt hun grootste bondgenoot.

Na de oorlog besloot sjeik Assi dat Irak, en Kirkuk in het bijzonder, niet gebaat zou zijn bij zijn afwezigheid in de politiek. Aangezien hij voor de oorlog `onafhankelijk' volksvertegenwoordiger was, geen lid van de inmiddels verboden Ba'ath-partij van Saddam Hussein, meldde hij zich bij de Amerikanen om Kirkuk te redden.

Drie maanden lang zat Assi in het nieuwe, tijdelijke bestuur van de stad, dat was samengesteld op basis van afkomst. De Koerden hadden de meeste zetels, gevolgd door de andere groepen. Dat democratie de wil van de meerderheid is, begon Assi al snel te irriteren. ,,Steeds weer begonnen de Koerden te klagen over de Arabieren die allemaal dieven en moordenaars zouden zijn'', vertelt Assi. De gezichten achter de zonnebrillen van de andere sjeiks verstarren. ,,De Amerikanen luisterden alleen naar de Koerden en niemand luisterde naar ons. We kregen niets gedaan, dus heb ik de raad verlaten.

,,En daarnaast vormen de Koerden helemaal geen meerderheid in de provincie Kirkuk'', verzucht sjeik Assi.

[vervolg VERKIEZINGEN: pagina 5]

VERKIEZINGEN

Allemaal willen ze Kirkuk

[vervolg van pagina1]

,,In 1997 is er een volkstelling gehouden. Daaruit bleek dat ze maar 10 procent van de inwoners uitmaken. Dat tegenover 58 procent Arabieren.''

Naast de verschillende kleuren die de verschillende bevolkingsgroepen in Kirkuk met zich meedragen, bezit ook iedereen een andere kijk op feiten en cijfers in de stad. Koerden gebruiken statistieken van een Ottomaanse encyclopedie die moeten bewijzen dat zij tegen het einde van de 19de eeuw de meerderheid uitmaakten. De Arabiseringpolitiek van Saddam Husseins Ba'ath-partij heeft volgens hen de balans in Kirkuk veranderd. Koerden moesten gedwongen vertrekken, en hun huizen werden ingenomen door Arabieren. De Koerdische vice-gouverneur van de stad heeft onlangs gezegd dat er ,,300.000 Koerden zijn verjaagd en er nu dus 300.000 Arabieren moeten vertrekken.'' De Arabieren op hun beurt verwijzen naar de laatste volkstelling.

,,Maar wij hebben het échte bewijs van wie de oudste rechten in Kirkuk heeft'', zegt Yaoz Omar Adil, president van het Iraakse Turkeense Front in Kirkuk. Triomfantelijk vouwt hij een oude kaart open, met plakband bijeen gehouden. ,,Hier staat dat in de elfde eeuw de Turkmenen de meerderheid vormden. Dus wie heeft hier nou de oudste rechten!?''

De andere mannen in de kamer knikken instemmend. Buiten staan gewapende mannen voor de deur van het partijgebouw. Vorige maand nog is een van de Turkmenen doodgeschoten in de stad. ,,Vermoord'', zegt Adil. ,,Vermoord door de Koerden die ons hier niet willen. We moeten onze rechten hier bitter verdedigen.''

De dreiging van burgeroorlog in Kirkuk hangt in de lucht. Terwijl in de verte de pompen van de Noordelijke Iraakse oliemaatschappij doordraaien, vormen de verkiezingen een gevaarlijke bedreiging voor de broze vrede in de stad.

,,We zijn bang dat sommigen na de verkiezingen niet tegen hun verlies kunnen'', zegt Ahmad Askari, een van de kandidaten voor de provinciale verkiezingen – die naast de nationale worden gehouden – van de Koerdische `Broederschapspartij'. ,,We verwachten aanvallen en aanslagen om de stad instabiel te maken'', zegt hij.

Askari, een kleine man die lang in Groot-Brittanië heeft gewoond, vindt het erg belangrijk dat na de verkiezingen de Koerdische fractie in het nationale parlement er alles aan doet om de rechten van de Koerden in Kirkuk te waarborgen. ,,In de tijdelijke grondwet van Irak staat dat alle mensen die niet thuishoren in Kirkuk, moeten vertrekken. Die wet willen we uitgevoerd zien.''

De nationale verkiezingscommissie besloot twee weken geleden om 72.000 gevluchte Koerden toe te staan om te stemmen in de stad waar ze jaren geleden uit gevlucht zijn. Niet iedereen is het daar mee eens. ,,Al deze mensen komen uit Turkije en Iran. Het zijn helemaal geen vluchtelingen'', zegt Adil, de president van het Iraakse Turkmeense front. ,,De Koerden doen er alles aan om de balans in hun voordeel te doen omslaan.''

Sinds de Koerden de stad letterlijk overnamen zijn duizenden Arabieren uit huizen gezet die vroeger van Koerden waren. De Patriottische Unie Koerdistan (PUK) die het oostelijk deel van de regio controleert geeft zelfs geld aan Koerden die terug willen keren naar Kirkuk. Verscheidene van hen claimen tussen de 750 en 2.500 euro te hebben gekregen.

In een van de stemregistratiebureaus in Kirkuk heeft de 35-jarige Mohammad Jamal net zijn naam laten opschrijven zodat hij kan stemmen. ,,Hoe meer Koerden stemmen hoe meer kans dat de stad in onze handen komt'', zegt hij met glimmende groene ogen. Meer dan 15 jaar zat Jamal in de beruchte Abu Ghraibgevangenis bij Bagdad. Nu bouwt hij met het geld dat hij heeft gekregen van de PUK een huis in de wijk Shwan.

Toch maken de Turkmenen zich geen grote zorgen. Grote Broer Turkije heeft al vaak gedreigd heel Noord-Irak te bezetten als de Koerden de hele stad in handen krijgen. ,,Niemand krijgt ons hier weg'', zegt Adil met een brede glimlach.

Sjeik Assi heft zijn handen in de lucht als hem naar de toekomst van Kirkuk wordt gevraagd. ,,Iedereen wil wat anders, maar bovenal willen de Koerden ons allen overheersen'', zegt hij. ,,Ik ben zeer bang voor de toekomst. Als het hier misgaat, gaat het in heel Irak fout.''

    • Thomas Erdbrink