Ik had de moord op Gerrit-Jan Heijn gepleegd

`Achteraf bezien begon het toen ik bij de belastingdienst werkte. Daar was ik na de mavo naartoe gegaan. Maar ik kon er niet aarden. Ik dacht toen dat het werk me niet interesseerde. Nu weet ik dat ik met te veel mensen in een kantoor zat. Allemaal prikkels.

Toen ik er na drie jaar wegging, zeiden ze tegen mij: met jou wordt het nooit wat, jij bent lui. Dat heb ik me erg aangetrokken.

Om te bewijzen dat ik niet lui was en ook omdat ik al vanaf mijn vierde jaar architect wilde worden, ben ik naar de mts gegaan. Op de mts was ik ontzettend gemotiveerd. Het ging ook heel goed, terwijl ik op de mavo altijd maar een middelmatige leerling was geweest. Ik slaagde met hoge cijfers.

Tussen het halen van mijn diploma en de militaire dienst, waar ik daarna in moest, zaten tien dagen. In die tien dagen ben ik getrouwd. Ik was tweeëntwintig, mijn vrouw eenentwintig. We hadden al vijf jaar verkering.

Op zo'n trouwdag kijkt iedereen naar je. Wat dat betreft lijkt het op een psychose: dan voel je je ook het middelpunt van de wereld. Ik dacht mijn hele trouwdag lang: de mensen hebben het over me. Dat is natuurlijk ook zo. Ze zeggen bijvoorbeeld: wat een leuk stel en wat zien ze er goed uit. Maar ik dacht dat iedereen lelijke dingen over mij zei.

Ik vond het raar dat ik me zo voelde op mijn trouwdag. Ik had er geen prettig gevoel bij. Maar het was zoals het was. En het was ook wel verklaarbaar, want ik was erg onzeker in die tijd. Ik ben tot op hoge leeftijd onzeker geweest. En iets achterdochtigs heb ik ook altijd wel gehad: wat zeggen en denken de mensen van mij.

Nu weet ik dat vijfendertig procent van alle mensen psychotische verschijnselen heeft: vermoeden dat anderen het over je hebben of iets vervelends over je denken. En hoe geconcentreerder die verschijnselen worden, hoe dichter je in de buurt komt van schizofrenie.

Schizofrenie kan iedereen treffen, één procent van de mensen krijgt het. Het slaat meestal toe aan het einde van je puberteit. Dit land telt honderddertig- à honderdveertigduizend mensen met schizofrenie.

Na mijn militaire dienst ging ik naar de hts. Daar begon het pas echt mis te gaan. Ik ging steeds vaker denken dat de mensen over mij praatten. Ik interpreteerde hun woorden, hun gebaren, alles trok ik in het negatieve. Op een gegeven moment durfde ik bepaalde lessen niet meer te volgen. Ik durfde gewoon niet meer naar binnen te stappen.

Ik praatte er met mijn vrouw over. Zij steunde me. Ze vond het wel wat raar, maar ze ging een heel eind mee in mijn ideeën. Ik had het moeilijk op school. Dat kon toch? Het zijn hele reële dingen die je denkt. Dat verklaart ook waarom schizofrenie-patiënten vaak geen ziektebesef hebben: het zou allemaal waar kunnen zijn.

Ik haalde de tweede klas met de hakken over de sloot. Dus toen ik in de derde klas mijn stageplaats op een klein architectenbureau kon omzetten in een baan, heb ik dat meteen gedaan. Ik dacht: dan volg ik verder wel de avond-hts.

In het eerste jaar dat ik op dat bureau werkte kwam ik met de meest fantastische oplossingen voor problemen aanzetten, hele rare, bizarre ideeën vaak. Ik ging dingen ook tot in den treure wijzigen. Ik werkte avond aan avond over. Het moest allemaal perfect worden.

Aan het einde van dat eerste jaar stond ik behoorlijk onder druk. Ik zat op de avond-hts, ik had een verantwoordelijke, veeleisende baan, mijn vader overleed en mijn vrouw was acht maanden zwanger. Vier triggers die de psychose uitlokten.

Het is nu zeventien jaar geleden, maar ik kan me nog steeds allemaal details voor de geest halen. Ik droom er ook nog elke nacht van.

Het was op een vrijdagmiddag. Ik kreeg een telefoontje van een aannemer: waar blijft mijn tekening. Toen raakte ik van het ene op het andere moment terug in die tijd van de tweede klas hts. Maar dan veel en veel heftiger.

Om je iets voor te stellen bij een psychose moet je bedenken dat jij zoals je hier zit de dingen waarneemt door een filter: je selecteert wat je wel en niet tot je neemt. Je let maar op een paar dingen tegelijk. Bij een psychose valt dat filter weg.

Het gevolg is dat je hoofd enorm groot lijkt: er komt ontzettend veel meer binnen dan anders. En alles komt even hard en overweldigend aan. Je kunt allemaal dingen tegelijk denken, zien en horen.

Je denkt ook dat je mensen hun gedachten kunt lezen. De grenzen met de mensen om je heen vervagen: jij weet wat zij denken en zij weten wat jij denkt. Daardoor voel je je ook voortdurend bedreigd.

En bij al die beelden en gedachten komen dan ook nog allemaal dingen van vroeger in je hoofd op. Dingen waar je toen niks achter zocht, maar die nu een andere, negatieve lading krijgen: wat mensen toen zeiden, hoe ze naar je keken, wat ze volgens jou dachten.

Dat alles bij elkaar krijgt in je hoofd een onontkoombare betekenis. Die vrijdagmiddag zag ik de wereld in één klap anders. De schellen vielen me van de ogen: oh, zit de wereld zo in elkaar. Het kwam allemaal even levensecht over: zo zit het dus.

Ik heb mij ziek gemeld en ben naar huis gegaan. Maar thuis ging het alleen maar slechter.

Thuis ging ik denken dat ik een moordenaar was. Het was september 1987. De maand van de moord op Gerrit-Jan Heijn. En ik was ervan overtuigd dat ik die had gepleegd. Ik was de moordenaar. Weliswaar had ik geen herinnering aan die moord, maar dat deed er niet toe.

Ik zei het niet tegen mijn vrouw. Niemand mocht erachter komen. Gelukkig kon dat ook niet: ik was de enige die de echte, diepe betekenis van de wereld doorgrondde. En die wist van mijn hoofdrol daarin. Want zo voelt het: alsof je de hoofdrol in een grandioze film speelt. In een psychose ben je de beroemdste persoon op aarde. Of in mijn geval: de beruchtste.

In de kranten las ik ook over andere misdaden. Ook die had ik volgens mij gepleegd. Alles betrok ik op mezelf.

Op maandag ging ik niet naar mijn werk. Op dinsdag ook niet. Die dinsdag was mijn schoonmoeder bij ons. Mijn vrouw was thuis vanwege haar zwangerschap. En ik hoorde haar tegen mijn schoonmoeder zeggen: ik ga de dokter bellen.

Toen ik dat hoorde, wist ik niet waar ik het zoeken moest. Ik dacht: die dokter zit natuurlijk ook in het complot. Die hoort er bij. Ik ben toen als een blind paard naar het balkon gerend, we woonden indertijd negen hoog op een flat. Goddank ben ik er niet vanaf gesprongen. Maar ik heb daar toen wel mijn polsen opengesneden. Ik dacht: de hele wereld is tegen mij. En ik vond dat terecht, want ik had al die misdaden gepleegd. Ik verdiende de doodstraf.

Mijn schoonmoeder en mijn vrouw hoorden mij bezig. Ze gingen onmiddellijk naar buiten en daar zagen ze mij op het balkon liggen. Ik ben gehecht en naar een psychiatrisch ziekenhuis gebracht.

Ik dacht dat het gebouw waar ik in terechtkwam speciaal voor mij was gebouwd. Ik dacht dat het een gevangenis was. De verpleging zag ik als rechercheurs. En de andere patiënten waren volgens mij toneelspelers die waren ingehuurd om mij mijn misdaden te laten bekennen.

Na een week of twee mocht ik op proefverlof. Ik kreeg medicijnen, een dodelijke injectie dacht ik zelf, die maakten dat ik weer in de gewone wereld terugkwam. Ik mocht de bevalling meemaken.

De bevalling was op medische indicatie in het ziekenhuis. Die medische indicatie was voor mij. Er moest een psychiater bij zijn. Die is het trouwens vergeten, hij is nooit op komen dagen. Gelukkig ging het allemaal goed. Voor hetzelfde geld had ik tijdens die bevalling allemaal vreemde gewaarwordingen gekregen.

Ik heb een sterke, invoelende vrouw. Toen ze me voor het eerst opzocht in dat psychiatrisch ziekenhuis, besloot ze dat ze psychiatrisch verpleegkundige wilde worden. Dat is ze nu.

Ik heb erg geboft. Veel schizofrenie-patiënten hebben sociale problemen. Hun partner haakt af. Als ze die al hebben.

Mijn vrouw is ook erg kunstzinnig. Alle schilderijen die je hier ziet hangen heeft zij gemaakt. Die daar is van mijn oudste dochter. Die is nu zeventien. En dat is de jongste van vijftien. Kinderen van schizofrenie-patiënten hebben een verhoogde kans op de ziekte: tien procent.

Na mijn psychose ben ik met vallen en opstaan weer gaan werken. Op het architectenbureau ben ik na twee jaar ontslagen. Ik had wel medicijnen, maar ik was erg depressief en ik had ook wanen. Daarna heb ik voor verschillende architectenbureaus freelance werk gedaan, maar dat ging op een gegeven moment ook niet meer. Ook voor mezelf beginnen lukte niet. Ik zat trillend aan de telefoon.

Ik heb toen vier jaar lang thuis gezeten. Mijn kinderen waren negen en zeven toen dat begon. Ze hebben altijd gezegd: we hebben nooit iets aan jou gemerkt. Ik was serieus, dat wel, maar ik ging ook met ze naar het zwembad op maandagmiddag. Niet dat ik dan zwom. Ik hing in mijn zwembroek tegen de kant, veel te ziek om te zwemmen.

Een paar jaar geleden kwamen er betere medicijnen, die aansloegen bij mij. Sindsdien ben ik opgekrabbeld. Ik ben weer wat gaan werken, vrijwilligerswerk. En in maart begin ik in een echte baan: ervaringsdeskundige in een mobiel team dat verwarde en psychotische mensen op straat opzoekt, om hen tot zorg te verleiden. Ik hoop dat ik die mensen een spiegel voor kan houden, zo van: zo kan het ook.

Ik ben nu ook voorzitter van de vereniging voor mensen met schizofrenie, Anoiksis. We hebben ruim tweeduizend leden, het topje van de ijsberg. Je kunt bij ons terecht voor advies en om over je ervaringen te praten.

We zijn nu bezig een standpunt te ontwikkelen over de behandeling van schizofrenie-patiënten. Wij denken dat het goed zou zijn als je mensen niet pas gedwongen opneemt wanneer ze een gevaar vormen voor zichzelf of voor anderen. Wij vinden dat je mensen al moet kunnen opnemen bij psychisch lijden. Als je in je wanen denkt dat je God bent, zie je jezelf niet als ziek. Maar dat ben je dan natuurlijk wel. Wij willen graag dat er eerder wordt ingegrepen. Hoe eerder je medicijnen krijgt, hoe beter het is.

Bij veel patiënten slaan de medicijnen trouwens niet goed aan. Die blijven dus hun leven lang psychotisch. Dan moet je in een kliniek. Of je probeert het te rooien in een kamertje in de stad. En dan zijn er nog die op straat leven. Daar maakt onze vereniging zich ook sterk voor.

Ikzelf ben een modelpatiënt. Weliswaar ben ik zwaar psychotisch als ik niks slik, maar ik neem mijn medicijnen en ik reageer er goed op. Ik ben natuurlijk dingen kwijtgeraakt in mijn leven. Ik heb bijvoorbeeld niet het soort baan dat mijn medeleerlingen op de hts hebben. Die verdienen een paar duizend euro per maand.

Maar doordat ik voorzitter van onze vereniging ben geworden, veel word gevraagd voor lezingen en lessen en weer ben gaan sporten, heb ik ook veel teruggekregen. Ik heb mijn gezin behouden. Ik denk dat ik me evenwichtiger en gelukkiger voel dan wanneer ik in de gewone, prestatiegerichte maatschappij was blijven functioneren. Ik leid een goed leven. Een mooi leven.'

Informatie: www.anoiksis.nl

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, postbus 8987, 3009 TH Rotterdam