Even het land dienen

In een van de gewelddadigste steden van Amerika ontmoet Maartje Duin 's avonds laat een groepje jongens met gemillimeterd haar

Het was donderdagavond, half tien, ik stond in Washington op de metro te wachten. Eerder die dag was president Bush geïnaugureerd. Mijn Peace Train-passagiers – de milieufreak, de hippie met haar kleuters, de karaoke-christenen, het eenbenige meisje – was ik vrijwel meteen na aankomst kwijtgeraakt. Ik was weer alleen.

Het perron was leeg, op drie luidruchtige jongens met gemillimeterd haar na. Ik deed mijn best ze te negeren, gewoon, omdat het me verstandig leek luidruchtige jongens met gemillimeterd haar 's avonds laat op een leeg perron in een van de meest gewelddadige steden van Amerika te negeren. Maar de langste van de drie zag mij de plattegrond bestuderen en kwam op me af.

,,Waar moet je naartoe?'', vroeg hij.

,,Naar Dupont Circle'', zei ik.

,,Moet je overstappen op Metro Center'', zei hij. ,,Wij moeten ook die kant op.'' Zo van dichtbij had zijn gezicht iets ontwapenends. Hij vroeg wat ik hier deed. ,,Ik was hier voor de inauguratie'', zei ik. Zijn ogen lichtten op. ,,Echt waar?'', zei hij. ,,En heb je de parade gezien?'' Ik knikte. ,,Dan heb je ons voorbij zien komen.'' Hij wees naar zijn vrienden. ,,Wij zijn de mariniers. Vond je ons goed?''

,,Nou...'', zei ik, ,,eerlijk gezegd vond ik jullie een beetje eng.'' De hele wereld vond jullie een beetje eng, had ik erbij kunnen zeggen. Zelfs mijn moeder, die aan de andere kant van de oceaan naar de televisie zat te kijken, vond jullie een beetje eng. Maar dat zei ik niet.

De marinier moest lachen. Hij stelde zich voor als Roger. Met zijn vrienden was hij onderweg naar een kroeg aan de andere kant van de stad. Ze konden wel iets sterks gebruiken, want ze hadden van acht uur 's ochtends tot drie uur 's middags in de kou gestaan. In de parade hadden ze met een geweer op hun schouder moeten marcheren, zo lang dat `it hurt like hell.'

De metro arriveerde, we stapten in. Roger en zijn vrienden maakten deel uit van een speciale eenheid, vertelde hij. ,,Wij zijn de pretty boys.'' Daar waren er zo'n 300 van. Pretty boys mochten geen strafblad hebben, moesten door een psychologische en een IQ-test heen komen, minstens één meter vijfentachtig zijn. En ze moesten mooi zijn, pretty, want: ,,Wij zijn het visitekaartje naar de rest van de wereld.'' Hun kapsels onderhielden ze zelf, twee keer per week, ,,voor de rest zijn we gewoon zo knap geboren'', lachte hij.

De inauguratie was Rogers grootste ceremonie tot dusver. Eerder had hij moeten opdraven bij de begrafenis van president Reagan, bij bezoeken van buitenlandse staatshoofden. En bij ceremonies die niet op televisie komen: begrafenissen van in Irak gesneuvelde mariniers. Dat waren moeilijke momenten, zei Roger. Als hij geen pretty boy was geweest, zou hij misschien zelf al gesneuveld zijn, daarvan was hij zich bewust. Maar al te veel schuldgevoel stond hij zichzelf niet toe. ,,Wij worden ingezet voor fondsenwerving, tijdens diners met politici. Als wij ons werk goed doen, krijgen ze in Irak meer wapentuig, meer Hummers... op die manier dragen wij ook ons steentje bij.''

Roger was twintig. Een militaire carrière zag hij niet voor zich. Hierna wilde hij kunstgeschiedenis studeren. Dit deed hij voor vier jaar, ,,gewoon, om later te kunnen zeggen dat ik het heb gedaan. Dat ik mijn land heb gediend. Mijn mening probeer ik erbuiten te houden'', zei hij, voordat ik ernaar kon vragen. ,,Mijn mening is irrelevant. Je moet er hier uit'', wees hij. En even was hij weer een van die jongens die ik eerder die dag zo eng had gevonden.

    • Maartje Duin