Een tweesnijdend zwaard

Nederlanders sparen veel. Veel van die rijkdom zal de komende jaren naar goede doelen vloeien. Bijvoorbeeld via het fonds op naam. ,,Mensen worden er gelukkiger van als ze daadwerkelijk iets tot stand zien komen van hun geld.''

Deze week heeft C. Bot uit Dwingeloo bij de notaris de akte laten passeren voor het Coenraad Bot Fonds. Met dit zogenaamde fonds op naam ondersteunt Bot de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Jaarlijks stort hij ,,een rond bedrag'' in het Coenraad Bot Fonds. Na zijn overlijden zal daar een substantiële som uit de erfenis aan worden toegevoegd. Bot heeft laten vastleggen dat de opbrengsten van zijn fonds ten goede moeten komen aan het reddingsstation Den Helder. Het fonds draagt de naam van Bot, maar is vernoemd naar diens grootvader, jarenlang de schipper van de Helderse reddingboot Dorus Rijkers. ,,Mijn familie heeft al heel lang banden met de Redding Maatschappij. Dit fonds heb ik opgericht ter ere van mijn grootvader Coenraad Bot. Hij heeft 45 jaar bij de reddingmaatschappij gezeten en in die periode heeft hij 654 mensen van de verdrinkingsdood gered.'' Voor de KNRM – volledig afhankelijk van giften en donaties – is dit een welkome ondersteuning.

Voor veel goede doelen is het fonds op naam een belangrijk instrument om geld binnen te halen. Bij een fonds op naam bepaalt de schenker niet alleen de naam van het fonds, maar in overleg met het goede doel ook de bestemming en de hoogte van het bedrag dat wordt uitgekeerd. Daarnaast zijn er de fiscale voordelen. Het bedrag van de schenking is geheel aftrekbaar als de schenking de vorm van een lijfrente heeft. Als het gaat om schenkingen op het gebied van kunst en wetenschap (en een aantal andere uitzonderingsgevallen) is er een wettelijke vrijstelling van schenkingsrecht. Voor legaten en erfstellingen geldt een tarief van 8 procent successiebelasting.

Het lage belastingtarief is volgens M.J.A. van Mourik, notaris te Nijmegen en hoogleraar erfrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, een van de redenen voor de groeiende populariteit van het fonds op naam. ,,Het speelt vaak bij mensen die geen directe familie hebben en geen partner, want daar zijn de tarieven voor het successierecht erg hoog. Voor neven en nichten is het tussen de 41 en 68 procent. Dat is nog hoger dan de inkomstenbelasting. `Dan maar naar het goede doel', zeggen mensen vaak, omdat ze een afkeer hebben van belasting betalen. Ik geef toe, dat is misschien geen nobel motief. Ik verwacht overigens dat men geleidelijk naar het 0-procentstarief zal gaan. Al die organisaties nemen immers de overheid een hoop werk uit handen. De tijd is er alleen nu niet naar om allerlei cadeautjes uit te delen.''

Van Mourik publiceerde onlangs het boek Erfenis.nl. Tegelijkertijd met de verschijning van het boek werd de gelijknamige website gelanceerd over estate planning en vermogensovergang door erven en schenken. Dat onderwerp zal steeds belangrijker worden, denkt Van Mourik. De huidige generatie heeft namelijk een groot vermogen vergaard, maar het kindertal neemt steeds verder af. De komende jaren zal er daarom een nog nooit eerder vertoonde overgang van vermogen van de ene generatie naar de andere plaatsvinden. Een aantrekkelijke markt voor banken en notarissen, die als estate planners hun cliënten kunnen adviseren. Maar het is ook een markt waar de goede doelen zich op richten. Vanaf deze week roept een negental goede doelen met de campagne `Iedereen kan de wereld iets goeds nalaten' Nederlanders op om een goed doel op te nemen in hun testament.

Vrijwel alle goede doelen bieden faciliteiten voor een fonds op naam. Het is een instrument dat past bij het profiel van de nieuwe donateur. Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, verwacht dat het fonds op naam de komende jaren ,,een ongelooflijke hype'' gaat worden. ,,De filantropische sector is een sterke groeimarkt. Er is de komende twintig jaar zo veel geld te halen, dat we kunnen spreken over de Gouden Eeuw van de filantropie. Er is een grote groep die zowel vermogend, mondig als ondernemend is. Zij willen best geven, maar daarbij willen ze wel betrokken blijven. Het verbinden van je naam aan een fonds geeft een bepaalde mate van onsterfelijkheid. Je dóét ertoe. Daar moeten we in Nederland ook niet kinderachtig over doen. Na de Gouden Eeuw waren er veel ondernemers die de stad een weeshuis gaven of een ouderenhofje. We hebben dat afgeleerd. Nu zie je een cultuuromslag.''

Omdat mensen meer en verder reizen, komen ze volgens Schuyt bovendien vaker in contact met maatschappelijke problemen waar ze iets aan willen doen. Tegelijk zijn de fondsen in de goededoelensector zo groot geworden, dat mensen het gevoel krijgen dat ze weinig zeggenschap hebben als ze hun geld aan een van die grote organisaties geven. ,,Die ondernemende mensen met hun entrepreneurial wealth willen ook in de non-profitsector iets doen.''

Het fonds op naam biedt daar een oplossing voor. Omdat de goede doelen het beheer en de administratieve last van het fonds overnemen van de schenker, hanteren ze vaak een minimumbedrag voor het oprichten van een fonds op naam. Bij bijvoorbeeld Alzheimer Nederland is dat 25.000 euro en bij het Koningin Wilhelmina Fonds 45.000 euro. Bij het Rijksmuseum en het Prins Bernhard Cultuurfonds ligt de grens op 50.000 euro.

Het Prins Bernhard Cultuurfonds introduceerde in het begin van de jaren negentig als eerste het fonds op naam in Nederland. Nu is het Prins Bernhardfonds met bijna 160 fondsen op naam de absolute koploper. Jolien Schuerveld Schrijver werkte het van oorsprong Franse concept uit voor Nederland. ,,Na een aarzelend begin heeft het een grote vlucht genomen. Het is terecht op grote schaal nagevolgd door andere goededoelenorganisaties, want het is een goede formule om betekenisvolle bedragen binnen te halen.'' Het Prins Bernhardfonds liet zelfs de term `fonds op naam' deponeren om op te kunnen treden tegen misbruik van de naam.

Schuerveld Schrijver werkt inmiddels bij het Rijksmuseum, dat ook een aantal fondsen op naam kent. Haar favoriete fonds op naam van het Rijksmuseum is het Veluvine Molijn de Groot Fonds, waarmee de schenkster haar grootouders eert. Dankzij dit fonds gaan jaarlijks zo'n vijfhonderd leerlingen uit groep acht van de basisscholen uit de gemeente Nunspeet naar het Rijksmuseum. ,,We hebben nu bij het Rijksmuseum veertien fondsen op naam'', vertelt Schuerveld Schrijver. ,,We doen er erg ons best voor. Het is een goede oplossing voor mensen die persoonlijk betrokken willen zijn bij hun schenking. Ze kunnen aangeven voor welk doel hun schenking gebruikt wordt. En over de mate van betrokkenheid kun je afspraken maken. Een fonds op naam genereert niet alleen financieel, maar ook emotioneel en moreel rendement. Mensen worden er gelukkiger van als ze daadwerkelijk iets tot stand zien komen van hun geld.''

Maar er vallen ook kritische geluiden te beluisteren. Ineke Koele, als jurist en fiscalist gespecialiseerd in de fiscale kant van goede doelen, noemt het fonds op naam niet meer dan ,,een opgetuigde schenking''. Koele: ,,Het is niet meer dan een marketingverhaaltje, dat een sterk beroep doet op de ijdelheid van mensen.'' De zeggenschap over de besteding is volgens Koele betrekkelijk. ,,De schenker mag een subdoel benoemen, dat past binnen het hoofddoel. Maar vaak is dat niet eens in de schenkingsakte opgenomen. En als het wel is opgenomen, dan staat er een clausule dat de ontvanger het geld op een andere manier mag besteden als het niet meer mogelijk is te voldoen aan het subdoel.''

Koele verwacht dat het in Nederland veel meer de kant op zal gaan van wat in de Verenigde Staten gemeengoed is: het donor advised fund, een afgeschermd potje binnen de ontvangende instelling, waarbij de schenker (venture philanthropist) zich het adviesrecht voorbehoudt. ,,Dat wil zeggen dat het goede doel verplicht is met jou in discussie te gaan. De meeste goede doelen in Nederland zijn daar nog niet aan toe. Dat is dom, want ze zouden veel meer schenkingen binnen kunnen krijgen. Donoren willen namelijk graag serieus genomen worden en niet alleen maar hun cheque trekken. Dat discours lijkt lastig voor goede doelen, maar ze kunnen daar ook hun voordeel mee doen.'' Bij Wilde Ganzen, een stichting die ontwikkelingsprojecten ondersteunt, hebben ze dat volgens Koele goed begrepen. ,,Daar lopen ze voor de troepen uit. Er zijn veel schenkers, vermogende mensen, die zinnige dingen te melden hebben. Mensen met duidelijke ideeën, met passie. Die moet je naar je toe zien te trekken. Als die mensen niet uit de voeten kunnen bij de gevestigde instellingen, richten ze gewoon hun eigen stichting op en gaan ze het zelf doen.''

Wilde Ganzen werkt al met donor advised funds, vertelt directeur Maarten de Vries. ,,Het verschil met een fonds op naam is dat je bij een advised fund een heel eind meegaat met de wensen en intenties van de schenker.'' Met een afdeling van de Lionsclub heeft Wilde Ganzen al geruime tijd zo'n relatie. De Lions doneren geld voor projecten, die samen met Wilde Ganzen zijn bepaald. Ook particulieren krijgen in de nabije toekomst toegang tot het donor advised fund, zegt De Vries. Het feit dat de schenkers meepraten en adviseren betekent meer werk voor Wilde Ganzen, maar dat hoeft volgens hem geen bezwaar te zijn. ,,Er is een groeiende groep die geld heeft en daar iets zinnigs mee wil doen. Het zijn jonge ondernemers, gepensioneerde ondernemers, artsen, oud-missionarissen of mensen die jarenlang zelf in ontwikkelingssamenwerking hebben gezeten. Ze hebben de keuze een eigen stichting op te richten of een donor advised fund. Bij een eigen stichting hebben ze een hoop sores. Bij een donor advised fund nemen wij een deel daarvan over. Op deze manier halen we deskundigheid, enthousiasme en engagement in huis. Het is een tweesnijdend zwaard.''