De sluipmoordenaar van Europa

Het aantal zelfmoorden in Europa is hoog. Langzaam dringt het besef van de ernst door. Wetenschappers en politici speuren naar oplossingen.

Elke dag plegen 159 mensen in de Europese Unie zelfmoord. Zo'n 58.000 per jaar. Dat zijn er méér dan er omkomen in het verkeer (139 per dag) en worden vermoord (15) bij elkaar.

,,Psychische problemen zijn de sluipmoordenaar van Europa'', zei Europees Commissaris Markos Kyprianou (Gezondheid) half januari op een conferentie in Helsinki over `geestelijke gezondheid in Europa'. ,,Psychische problemen zijn net zo dodelijk als lichamelijke kwalen, maar ze krijgen verrassend genoeg veel minder aandacht'', aldus de eurocommissaris. Hij maande de regeringen tot actie en zag daarbij voor Brussel een rol als makelaar.

Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak bij psychische problemen. Hoe dat komt weet niemand. Wel zijn er aanwijzingen voor minder zelfdodingen bij meer sociale cohesie en saamhorigheid.

,,Het lijkt een open deur: géén gezondheid zonder geestelijke gezondheid. Toch dringt dat besef nog maar langzaam door'', zegt Jan Walburg, directeur van het Trimbos Instituut in Utrecht, en deelnemer aan conferentie in Helsinki.

,,Vaak is het nog een heikel onderwerp'', zegt Walburg. ,,In verschillende westerse landen, waaronder Nederland, zijn we mensen met psychische of psychiatrische stoornissen langzamerhand gaan zien en behandelen als patiënten met een ziekte. Maar in veel landen – niet alleen in Oost-Europa – worden ze nog gestigmatiseerd, mag je met ze sollen en stelt de zorg voor deze patiënten hoegenaamd niets voor.''

Eén op de vier Europeanen krijgt tijdens zijn leven te maken met psychische problemen, blijkt uit onderzoek. Ongeveer een derde van (arbeids-)ongeschiktheid is te herleiden tot psychische gebreken. Eén op de vijf hartpatiënten ontwikkelt ook ernstige depressies. Hetzelfde geldt voor één op de drie kankerpatiënten.

,,De economische kosten van geestelijke ongezondheid zijn enorm'', zegt Eva Jané-Llopis van het Preventie Onderzoekscentrum van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Psychische problemen kosten de EU-landen meer dan 300 miljard euro per jaar aan uitval, opvang en zorg. ,,Maar twintig procent van de mensen die psychische of psychiatrische hulp nodig hebben, krijgt een adequate behandeling. Ook landen waar de gezondheidszorg goed heet te zijn, schieten dikwijls ernstig tekort.''

Daar ligt volgens commissaris Kyprianou ook een taak voor Europa. Een goede geestelijke gezondheid acht hij ,,noodzakelijk'' om de Europa's ambitie te verwezenlijken om de meest concurrerende economie in de wereld te worden. Brussel moet zich volgens hem onder meer toeleggen op het bevorderen van de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen de EU-landen.

,,Als we de geestelijke volksgezondheid echt willen verbeteren dan moeten zorg en revalidatie hand in hand gaan met hulp en preventie'', zegt Jané-Llopis. Bij dat laatste doelt ze onder andere op vroege signalering van probleemgevallen, effectieve interventie bij leer- en opvoedingsmoeilijkheden, bestrijding van alcohol- en drugmisbruik, beteugeling van stress en voorkoming van zelfmoord.

,,Helsinki was een doorbraak'', zegt Jané-Llopis. Tweeënvijftig landen – tezamen de `Europese regio' in de Wereldgezondheidsorganisatie, waaronder de EU-landen, maar ook alle voormalige sovjetrepublieken en Joegoslavische deelrepublieken, en ministaatjes als Andorra en San Marino – ondertekenden een verklaring over verbetering van de geestelijke gezondheidszorg en bevordering van de geestelijke volksgezondheid. Dat was nog niet eerder vertoond.

Bovendien – tweede primeur – schaarden alle landen zich achter een actieplan voor de komende vijf jaar. ,,Het bevat weliswaar geen concrete doelen, maar het is specifiek genoeg om in 2010 te kunnen beoordelen of er op het gebied van de zorgverlening, de financiering, de rechtspositie van patiënten en de preventie vooruitgang is geboekt'', zegt directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Schnabel belichtte in Helsinki belangrijke trends in de geestelijke gezondheidszorg. Zo heeft zich volgens hem de afgelopen vijftig jaar ,,een enorme revolutie'' voltrokken in de symptoombestrijding. ,,Er zijn hele effectieve middelen – geen echte geneesmiddelen helaas – beschikbaar gekomen om psychoses en depressies te verlichten.'' Parallel daaraan rees de vraag of die grote psychiatrische inrichtingen nog wel nodig waren (nee dus), en raakte de psycho-analyse haar monopoliepositie kwijt door de opkomst van allerlei andere therapieën.

De komende vijftig jaar, voorziet Schnabel, springen er drie ontwikkelingen uit. In de eerste plaats zullen de belangrijkste aandoeningen – schizofrenie, depressies, fobieën, neuroses, verslavingen, kortom alle aandoeningen die ook een biologische component hebben – goed beheersbaar worden met medicijnen en (geïmplanteerde) chips die hersenimpulsen regelen (te vergelijken met pacemakers). Bovendien verwacht hij dat mensen deze middelen ook in toenemende mate gaan opeisen voor preventief gebruik, zoals nu al met ADHD-medicijnen gebeurt door ouders van hyperactieve kinderen.

Wat níet verandert, voorspelt Schnabel ten slotte, zijn de problemen die mensen met elkaar hebben en maken – met buren, op school, op het werk – en die zulke ernstige vormen kunnen aannemen dat ze het leven tot een hel maken. ,,Deze moeilijkheden zullen er over vijftig jaar nog steeds zijn, en wellicht toenemen doordat men ook steeds hogere eisen stelt aan de kwaliteit van het leven.''

Overheden – nationaal en transnationaal – doen er volgens de SCP-directeur verstandig aan daar in hun volksgezondheidspolitiek rekening mee te houden.

    • Joop Meijnen