`Celstraf niet hier uitzitten'

Nederland verzet zich tegen een voorstel van Oostenrijk om gedetineerde onderdanen in andere Europese lidstaten hun straf na veroordeling te laten uitzitten in het land van herkomst. Minister Donner (Justitie, CDA) vreest dat dergelijk beleid het cellentekort in Nederland alleen maar verder doet toenemen.

In overige Europese lidstaten zitten ruim 1.400 Nederlanders vast, meestal wegens drugsdelicten. In Nederland zelf zitten 300 gedetineerden uit overige Europese lidstaten vast. Oostenrijk wil een verplichting voor andere Europese lidstaten om veroordeelde landgenoten in eigen land hun straf te laten uitzitten.

,,Ik heb laten weten niet zo gecharmeerd te zijn van dat voorstel'', zei Donner na afloop van informeel overleg met zijn Europese collega-ministers van Justitie in Luxemburg waar het Oostenrijkse voorstel besproken werd. Volgens Donner kon het Oostenrijkse voorstel ook niet bogen op een meerderheid van de Europese ministers van Justitie.

Eerder deze week gaf Donner al aan in overleg met de Tweede Kamer over het Oostenrijkse voorstel dat in Nederland de consequentie zou kunnen zijn dat Nederlandse gedetineerden in het buitenland op grote schaal terug willen, terwijl buitenlandse gevangenen die in Nederland vast zitten, niet terug willen naar het land van herkomst. ,,Dan heb ik een dubbel probleem.'' Donner is niet tegen het incidenteel uitleveren van gedetineerden in het buitenland, maar wel op basis van vrijwilligheid. Hij wil voorkomen dat de Europese Commissie met voorstellen komt die dergelijk beleid verplicht stelt.

Het overleg van Europese ministers van Justitie (JBZ-raad) boog zich ook over de vraag of strafrechtelijke dossiers in Europese lidstaten uitwisselbaar moeten zijn. Die vraag is actueel sinds België dat punt afgelopen zomer aan de orde stelde naar aanleiding van de affaire-Fourniret, de Franse zedendelinquent die na veroordeling in Frankrijk zich in België opnieuw aan minderjarigen vergreep.

Volgens Donner is er consensus dat Europese lidstaten over en weer elkaars strafregisters moeten kunnen raadplegen.