Aroma in een flesje

Wie geblinddoekt in een hooiberg wordt gegooid weet na een paar seconden waar hij terecht is gekomen, aangenomen dat hij weet hoe hooi ruikt. De liefhebbers gaan naar een dennenbos om de dennen te ruiken. Als je over een weg rijdt waarvan de andere rijbaan wordt geasfalteerd, hoef je niet te kijken om te weten wat daar gebeurt. In de loop van zijn leven bouwt iedereen een geurgeheugen op. Maar weet je ook in welke stad je bent als je alleen op je neus bent aangewezen? Het Zwitserse Architectenbureau Herzog en de Meuron denkt van wel. Rotterdam, zeggen ze daar, ruikt naar Rijnwater, hasj, hond, algen, bont en mandarijn. In het Nederlands Architectuurinstituut is op het ogenblik een tentoonstelling waarin dit aroma verwerkt is. Je kunt ook een flesje met Rotterdamse geurwater kopen.

Dat ga ik doen. Ten eerste om, misschien, mijn geboortestad in compacte vorm onder handbereik te kunnen hebben. Maar eerst om te controleren of het klopt, want dit is een eigenaardig mengsel. Rotterdams Rijnwater ruikt naar chloor. De geur van hasj kent iedere Nederlander. Hond wordt al moeilijker. Algen zijn in het moderne stadsleven zeldzaam. Als je bij windstilte langs een singel loopt, kun je misschien een vleugje alg ruiken. De geur van bont is alleen bekend aan mensen die een bontjas hebben of zo iemand kennen. En van de mandarijnen wil ik eerst weten of ze worden gepeld. Van het mengsel kan ik me geen voorstelling maken. Ik verheug me op dit flesje.

Als Rotterdam een geur heeft die in reukwater kan worden verwerkt, dan kan Amsterdam niet achterblijven. Wat denkt u van Amstel- en IJwater, nederwiet, bier, modder, patat, oude koffie en tram. Voor de waterlucht neem je de pont naar Noord of je loopt langzaam over de Magere Brug. Nederwiet ruik je volgens mij op zijn zuiverst op een windstille zomermiddag op de hoek van de Herengracht en het Thorbeckeplein. Voor een zuivere modderlucht maak je een wandelingetje langs het traject in aanbouw van de Noord-Zuidlijn. Patatlucht is overal, omdat de moderne toerist die naar de hoofdstad komt zich op straat met frieten voedt. En uit de machines die koffie voor de massa maken, komt alleen oude koffie, die dat volstrekt versaaide, bijna doodgeslagen aroma van een moedeloze horeca verspreidt. De tramlucht is op zichzelf uniek, bezwangerd met de geuren van de multiculturele samenleving, aftershave van eerzuchtige carrièristen, parfum van meisjes die op kantoor de blits gaan maken en een bewijsje hasj van de junk die achterin het rijtuig een joint heeft opgestoken. En bier is ook overal.

Onze minister van Buitenlandse Zaken, de heer B. Bot, heeft op de jaarlijkse ambassadeursconferentie gezegd dat hij het dit jaar als zijn taak ziet de karikatuur van Nederland in het buitenland recht te zetten. Zo heb ik het in de gratis krant Spits van 25 januari gelezen. Volgens de Amerikaanse televisiezender Fox News zijn Nederlanders `prostituée bezoekende, coke snuivende kindermoordenaars'. Nieuw is dit imago niet. Een jaar of wat geleden reed ik in een taxi van Kennedy Airport naar Manhattan. De chauffeur vroeg waar ik vandaan kwam. Amsterdam. Aha! zei hij. Blow blow. Fukkie fukkie. Als je deze zomer over het Thorbeckeplein loopt, moet je weer je weg zoeken door de nederwietdampen, verspreid door Britse, Franse, Duitse en Italiaanse jongeren. Stoned en bezopen gaan ze met hun allen naar de Wallen. In toeristenboekjes wordt met trots naar deze faciliteiten verwezen. Excellentie, doe er iets aan. Ik meen het.

En kindermoordenaars. Ik heb hier al eens het verhaal verteld van een Amerikaanse vriend die me vroeg of het wel vertrouwd was om zijn oude moeder mee naar Amsterdam te nemen. Kon hij er zeker van zijn dat ze daar niet werd geëuthanaseerd? Wij beschouwen onze abortuswetgeving als een verworvenheid. In grote delen van Amerika zien ze het als gelegaliseerde moord. De nieuwe discussie over levensbeëindiging van ongeneselijke, ondragelijk lijdende pasgeborenen zal Fox News in zijn mening bevestigen. En er is geen macht ter wereld die het type conservatieve Amerikanen dat zijn wijsheid bij Fox opsteekt, van hun mening kan genezen. Ze vinden het juist fijn dat er zo'n poel van verderf bestaat.

Dat is het probleem niet. De braven laten zich niet het beeld van hun lievelingskwaad ontrukken. Maar het gaat erom dat je het ook kunt overdrijven. Dat doen we hier, niet af en toe maar uit gewoonte. Als de liefhebber in New York of Berlijn een joint wil roken of een lijntje coke wil snuiven, gegarandeerd dat zijn neus hem dan binnen een uur naar de gewenste oase voert. Daar moet hij zich aan half-stiekeme rituelen onderwerpen voor hij zijn lusten kan botvieren. Misschien komt hij zelfs een fatsoensdiender van Fox tegen, die hetzelfde doet. Maar al die genieters zijn het erover eens: het màg niet!

Is dat schijnheilig? Oneerlijk? Of doelmatig? Dat is een vraag waarop je het antwoord niet zou moeten willen weten. Overal in de wereld is een schemergebied tussen mogen en niet mogen, waar de mensen niets anders aan hun hoofd horen te hebben dan met zoveel mogelijk plezier zo goed mogelijk te proberen de zaak bij elkaar te houden. In Nederland lukt dat niet. Hoe ruikt het hier? Als je dat aroma in een flesje zou kunnen stoppen? Ik denk: naar overdrijving.

    • S. Montag