Werkstraf voor rappers

De politierechter in Den Haag heeft gisteren twee rappers van Den Haag Connection (DHC) veroordeeld voor de bedreiging van het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali. De 23-jarige H.L. en de 25-jarige R. el H. uit Den Haag kregen werkstraffen van 150 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf. De werkstraf is conform de eis, de voorwaardelijke celstraf twee maanden lager.

De Hagenaren hadden in een zogeheten diss geschreven dat ze de nek van Hirsi Ali wilden breken en dat een liquidatie van en een bomaanslag op het Kamerlid voor de VVD in voorbereiding was. De gewelddadige rap werd via internet verspreid. De DHC'ers hebben de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden met het lied, zo vindt de rechter. De diss bestaat louter uit ernstige bedreigingen. Tijdens de behandeling van hun zaak twee weken geleden benadrukten de verdachten dat ze het lied niet zelf op het internet hadden geplaatst. Ze zouden het slechts voor zichzelf hebben geschreven, omdat ze gefrustreerd waren over de scherpe uitlatingen van de politica over moslims. Ze zouden niet hebben gewild dat de rap in de openbaarheid kwam.

Volgens raadsman V. Koppe was hun handelen dan ook niet strafbaar. Bovendien betoogde hij dat het maken van een rap binnen de vrijheid van meningsuiting valt. De advocaat was het met het openbaar ministerie eens dat de vrijheid van artistieke expressie geen vrijbrief is om lukraak te beledigen, maar stelde dat grof taalgebruik en belediging een essentieel onderdeel van de rapcultuur is.

De rechter oordeelde dat een en ander wel voor rekening van de rappers komt. Weliswaar ontbreekt bewijs dat ze de diss hebben verspreid, maar zij hebben evenmin voorkomen dat een ander hem kon verspreiden.