Weer rel rond Harvard-president

`Provocerende gedachten' van Harvard-president Larry Summers over vrouwen en wetenschap hebben hem opnieuw hevige kritiek opgeleverd.

Zijn vrouwen misschien van nature minder uitgerust voor topfuncties in de exacte wetenschappen? Het stellen van die vraag heeft Larry Summers, de president van Harvard, de Amerikaanse topuniversiteit in Boston, veel hoon en haat bezorgd. Excuses hebben hem voorlopig niet verlost van zijn problemen.

Bijna twee weken geleden voerde Summers het woord op een besloten conferentie van het National Bureau of Economic Research. Het ging over de rol van vrouwen en leden van minderheidsgroepen in de banen die wiskunde voor gevorderden vergen. Summers had het al verbruid bij een deel van zijn gehoor toen hij vertelde dat zijn dochter als kleuter twee vrachtauto's had gekregen – juist om seksestereotypen te doorbreken. Wat deed zij: ze noemde de ene `papa truck' en de andere `baby truck'. Een jongen zou dat niet doen. Summers voerde dat terug op biologische verschillen.

Toen Summers, minister van Financiën onder Clinton, ook biologische verschillen tussen man en vrouw en de 80-urige werkweek aanwees als mogelijke oorzaak voor de relatief geringe aanwezigheid van vrouwen in exacte vakken, liep Nancy Hopkins, hoogleraar biologie aan het Massachusetts Institute of Technology de zaal uit. ,,Ik was bezig misselijk te worden en werd kortademig'', vertelde zij later aan ieder medium dat het wilde horen. Volgens haar is het onaanvaardbaar dat de president van Harvard, waar de helft van de studenten vrouw is, eigenlijk zegt: `Welkom, maar de top zal je niet halen'. Hopkins heeft onderzoek gedaan naar het aanstellingsbeleid van universiteiten ten aanzien van vrouwen. De Commissie Vrouwenzaken van de universiteit schreef dat het nu nog moeilijker is vrouwen aan te trekken.

Economie-hoogleraar Claudia Goldin zei in studentenblad The Harvard Crimson dat zij verbijsterd was over alle negatieve reacties op Summers' betoog, dat zij `absoluut briljant' noemde. ,,Larry wist precies wat hij wilde zeggen en ieder woord was zorgvuldig gekozen. Hij ontvouwde van begin tot eind een prachtige, rechtlijnige serie gedachten.''

De bijeenkomst was besloten en een transcript is niet beschikbaar. Het is dus lastig te weten wat Summers precies heeft gezegd. Maar de Harvard-voorman zag zich vorige week genoodzaakt bij herhaling zijn spijt te betuigen. Hij had juist willen verkennen hoe het probleem van ondervertegenwoordiging is op te lossen. Hij zei ook: ,,Ik hoop dat bewezen kan worden dat ik ongelijk heb'' en ,,Ik heb niet gezegd en ik denk ook niet dat meisjes intellectueel minder begaafd zijn, of dat vrouwen het talent missen om te slagen op de hoogste treden van de ladder.''

Summers heeft volgens de overlevering tijdens zijn praatje zelf gezegd dat hij `provocerende gedachten' ging uitspreken. Daar heeft hij niets te veel mee gezegd. In de Amerikaanse pers buitelen de meningen over elkaar. In de wereld van de weblogs is de naam Summers een bron van oneindige inspiratie. In The New York Times werden woensdag vrienden en vijanden ondervraagd over zijn stijl van leidinggeven (`onderdrukkend', `geen dialoog mogelijk', maar ook `verfrissende afwisseling na de kleurloze diplomaten').

Ook voorstanders vroegen zich af of deze president Harvard nog wel effectief kan leiden. Het is bij lange na niet de eerste rel waar hij in terecht is gekomen. Summers was amper in Boston aangekomen of hij zei dat er veel te veel hoge cijfers werden uitgereikt. Het door hem gelanceerde begrip `cijferinflatie' maakte hem impopulair voordat hij zijn eerste kenningsmakingsrondje had gemaakt.

In 2002 begaf Summers zich in het brandnetelbos van de rassendiscriminatie. Hij maakte Cornel West, bekend hoogleraar Afrikaans-Amerikaanse studies en activist, duidelijk dat een groter deel van diens activiteiten best bínnen de universiteit zou mogen plaatsvinden. West vertrok verontwaardigd naar Princeton. En net toen menigeen dacht dat Summers toch nog tactvol was geworden, brandde hij los met zijn filosofie over vrouw en wiskunde.

De opwinding was amper voorbij toen Summers ook steun begon te krijgen. Niet alleen oude makkers en zijn oude baas op Financiën, Robert Rubin, schoten te hulp. De meeste vrouwelijke hoogleraren die zich in de discussie mengden maakten zich vooral zorgen over voortgaande discriminatie. Van verschillen in aanleg willen zij niet weten.

Kranten publiceerden cijfers die aangaven dat vrouwen net zijn begonnen hun achterstand in te halen. Zij schrijven meer dan 15 procent van de proefschriften in de natuurkunde, tegen drie procent in 1960. Zestig procent van de bachelors graden in de biologie gaat naar vrouwen, tegen 30 procent in 1970. Maar van de gewoon hoogleraren in de natuurkunde is vijf procent een vrouw. Alice Agonino, die technische mechanica aan de Universiteit van Californië in Berkeley doceert, zei tegen USA Today: ,,Het belangrijkste verschil is dat vrouwen kinderen baren''.

Het debat bleef niet tot de VS beperkt. Olivia Judson, hoogleraar evolutiebiologie aan Imperial College, Londen, schreef in The New York Times een geestig stuk over de sterk uiteenlopende sekseverschillen bij zebra's, groene lepelwormen en andere dieren. Zij concludeerde: ,,De wetenschap van sekseverschillen is, zelfs bij fruitvliegen en padden, een verschrikkelijk ingewikkeld onderwerp. Ook een gebied vol valkuilen, gezien de kwaadaardige geschiedenis van het onderwerp. Niet lang geleden zou ik er voor zijn teruggedeinsd: het idee dat er seksegebonden verschillen in leervermogen zijn tussen man en vrouw vond ik beledigend. Maar wetenschap kan bijzonder overtuigend zijn. De torenkauw en de lepelworm hebben me gedwongen mijn ideeën aan te passen. Nu wil ik vooral weten wat vrouwen en mannen verschillend maakt – en ben ik niet meer bang voor wat ik zal vinden.''

    • Marc Chavannes