Twee vellen, één beeld

Van paardenhuiden maakt de Belgische Berlinde De Bruyckere beelden die nauwelijks nog paarden zijn, en van was-figuren die nauwelijks nog mens zijn. ,,Maar ik wil ook positieve krachten laten zien.''

en paar maanden geleden stond in deze krant een foto van een paard dat zwaargewond was geraakt bij een bomaanslag op het politiebureau in Bagdad. Of het dier zelf de kar met explosieven had getrokken, of dat het een toevallige passant was, vermeldde het onderschrift niet. De schimmel, hoe dan ook onschuldig, lag in zijn eigen bloed op het asfalt. Zijn schouder was opengereten, maar het lukte hem nog wel zijn hoofd op te richten. Zijn voorbenen lagen op onnatuurlijke wijze onder zijn lijf gevouwen, op een manier die aan een poezenhouding deed denken. Het paard wist dat het doodging. Het was alleen nog de vraag wie van de talloze omstanders zo goed was hem het genadeschot te geven.

Het beeld was zo gruwelijk dat het dagenlang door mijn hoofd heeft gespookt. Ik moest er weer aan denken toen ik onlangs door de catalogus Eén van Berlinde De Bruyckere bladerde, verschenen bij haar gelijknamige tentoonstelling in het Tilburgse museum De Pont. Op een van de foto's was te zien hoe een dood paard in een galerieruimte was neergelegd, in net zo'n onnatuurlijke houding en net zo toegetakeld als de Iraakse schimmel. Dit dier had geen ogen, oren en voorbenen meer. Afgezien van zijn manenkam was het nauwelijks nog als paard te herkennen. Zijn witte vacht had vrijwel dezelfde asgrauwe kleur als de betonnen vloer. Op de rug gezien leek het kadaver zelfs een beetje op een lijkbleek mensenlichaam.

De Belgische kunstenaar Berlinde De Bruyckere (Gent, 1964) maakt beelden van paarden die hun paard-zijn verloren zijn. Ze zitten als in elkaar gedoken hondjes op tafels, zoals het exemplaar dat twee jaar geleden te zien was op de Biennale van Venetië en dat door verzamelaar Charles Saatchi is aangekocht. Ze hangen aan boomtakken of zijn rechtop gezet tegen ladderachtige constructies. En nu, in De Pont, liggen ze in copulerende houding op een stel schragen. Als copulerende mensen welteverstaan, met de ledematen om elkaar heen geslagen en de hoofden rustend op elkaars schouders.

,,Mijn paarden hebben menselijke eigenschappen gekregen'', zegt De Bruyckere in het museumcafé van De Pont. ,,Als je er vanaf de ene kant naar kijkt, lijkt het net een vrijend koppel. Vanuit een ander standpunt krijg je weer het gevoel dat het om dode paardenlichamen gaat. Er zit in dit beeld duidelijk de verwarring tussen eros en thanatos.''

Paarden horen niet te liggen – naar verluidt slapen ze slechts een uur per etmaal en zelfs dat doen ze het liefste staand. Juist daarom maken de beelden van Berlinde De Bruyckere zo'n diepe indruk. Het heeft iets intragisch om een machtige Belgische boerenknol op een betonnen museumvloer te zien liggen, of het aan zijn achterbeen aan een boom te zien bungelen, gedegradeerd tot een uit de kluiten gewassen vleermuis.

Berlinde De Bruyckere, een tengere vrouw met zwart piekhaar en bruine ogen, vertelt dat ze nooit een paardenmeisje is geweest. Wel heeft ze mateloos ontzag voor de dieren. ,,Ik kan me niet voorstellen dat ik dergelijke beelden met honden of katten zou kunnen maken. Paarden staan toch dichter bij de mens, die hebben niet voor niets ook benen en een hoofd.''

Oude dekens

Tot 2000 maakte De Bruyckere voornamelijk beelden van mensen – vrouwfiguren van was, die vaak deels schuilgingen onder oude dekens. De paarden deden hun intrede toen de kunstenaar door het oorlogsmuseum In Flanders Fields in Ieper uitgenodigd werd als artist-in-residence. ,,Een jaar lang had ik de tijd om me te verdiepen in de oorlog die daar gevoerd is'', zegt ze. ,,In de archieven vond ik veel foto's van kapotgeschoten paarden. Choquerende beelden van een totaal verwoeste stad, met straten vol met paardenkadavers. Voor het werk dat ik daar wilde maken, zocht ik naar een metafoor voor de dood. Binnen mijn menselijke figuren kon ik die niet treffen. De menselijke proportie was te beperkt. Een oorlog, niet alleen de Eerste Wereldoorlog, gaat altijd over massa's mensen en massa's doden. Door met paarden te werken had ik het gevoel dat ik die grote schaal veel beter kon vatten.''

Uiteindelijk maakte De Bruyckere in Ieper een installatie met vijf levensgrote paardenlichamen. Daarna volgden Lust Warande (2000) in Tilburg en Sonsbeek 9 (2001) in Arnhem, tentoonstellingen in een bosachtige omgeving waar De Bruyckere haar paarden in bomen vastketende. ,,Voor mij hadden die beelden iets poëtisch'', zegt ze. ,,Het kon ook Pegasus zijn die uit de lucht gevallen was, en in de boom was blijven haken voordat hij neerstortte.''

Hoewel die eerste paardenbeelden er uiterst realistisch uitzagen, waren het geen opgezette dieren. De Bruyckere: ,,Alleen de huiden waren afkomstig van echte paarden. Het geraamte maakte ik met een afgietsel in polyester op een dood dier.'' Haar materiaal is niet veranderd, maar tegenwoordig kneedt ze het polyester met haar handen. Dat leidt tot onnatuurlijk geknakte en bolle lichamen. ,,Toen bracht ik nog geen vervormingen in de lichamen aan. De beelden die ik nu laat zien, hebben nauwelijks nog iets van doen met paardenlijven. Stel dat ik ze zou overspannen met een deken, dan zou je ze nooit meer herkennen. Het zijn abstracte vormen geworden.''

Met hun zachte rondingen en hun bolle snoeten hebben de paarden in De Pont wel wat weg van Iejoor, het ezeltje van Winnie de Poeh. De neiging om even je hand over een neus te laten glijden of een hals te bekloppen, is haast onbedwingbaar. Hun knuffelbeestachtige uiterlijk wordt nog eens versterkt door de duidelijk zichtbare naden over de lijven. ,,Voor één beeld heb ik minstens twee vellen nodig'', zegt De Bruyckere. ,,Want de benen en het hoofd worden meestal niet meegevild.''

Hoe aandoenlijk ook, je beseft dat deze beesten een verleden hebben. Dat ze ooit de ploeg trokken of rondjes draafden door de manege. Dat vertellen de huiden ons. Een drukwondje op een schoft verraadt iets over een knellend zadel. Een enkel wit haartje bij de plek waar ooit de ogen zaten, wijst op ouderdom. De Bruyckere: ,,Ik kies de huiden op gevoel. Ik moet met een bepaalde vacht wel affiniteit hebben, anders kan ik er niets mee. Inmiddels heb ik goede contacten met handelaren die vellen opkopen in het abattoir. Dan kan ik uit een stapeltje de gewenste kleur uitkiezen.''

Vleeshaak

Zo menselijk als De Bruyckeres paarden zijn, zo dierlijk gedragen haar mensfiguren zich. In een van de zalen van De Pont hangt een naakte vrouw aan een aftands plankje dat tegen de wand is geschroefd, als een vogeltje dat net is aan komen vliegen. In twee grote ouderwetse vitrines worden figuren te kijk gesteld als freaks. Hun ruggengraten zijn vergroeid, hun hoofden misvormd als op de schilderijen van Francis Bacon. In de linkerkast lijkt een vrouwenfiguur troost te zoeken bij haar medegevangene. Maar veel houvast kan deze niet geven, de figuur hangt als een dood beest aan een vleeshaak. Zijn of haar benen – de wassen beelden hebben geen van allen geslachtskenmerken – bungelen net boven de grond.

De materialen waarmee De Bruyckere werkt – de kastjes, planken en dressoirs die als sokkels dienen – ogen steevast een beetje smoezelig. Het is duidelijk dat ze al een lang leven achter de rug hebben. ,,Ik noem mezelf vaak een recuperatie-kunstenaar'', lacht De Bruyckere. ,,Op de academie werkte ik al veel met wrakhout, of oud ijzer. Ook nu nog gebruik ik meubelen die ik vind in broquantes of kringloopwinkels. Alles heeft een verleden. Ik zou nooit een beeld op een gewone witte sokkel kunnen leggen. Dan wordt het een altaar. Er moet een vanzelfsprekendheid zitten in de manier van presentatie. Bij mijn beelden zijn sokkel en figuur één, alsof ze altijd al bij elkaar gehoord hebben.''

Eén: het woord lijkt de rode draad in het oeuvre van De Bruyckere. Veel van haar beelden hebben titels als Aanéén of Aanéén-genaaid. ,,Wat ik wil verbeelden is het gevoel van eenheid dat kan bestaan tussen twee mensen, maar dat je ook in een groep of in een massa kunt ervaren. Bijvoorbeeld als je allemaal achter hetzelfde ideaal of gedachtegoed staat. Omwille van die eenheid heb ik veel details, zoals gezichten, weggelaten. Tegelijkertijd zitten er grote dualiteiten in mijn werk. Dat beeld in de vitrinekast ziet er van voren heel realistisch uit, als een klassieke sculptuur. Kijk je vanaf de zijkant dan zie je dat de voet van de ene figuur in de dij van de ander groeit. Wat een wonder is, maar ook pijn teweegbrengt. Eén zijn is een subliem moment, maar iedereen weet dat het ook heel fragiel is. Bovendien kan het belastend zijn. Als je zo één bent met iemand anders, kan je op een bepaald moment misschien ook niet meer loskomen. En in het slechtste geval, wanneer die persoon sterft of weggaat, is het gemis des te groter.''

Haar werk is niet puur autobiografisch, zegt De Bruyckere. ,,Dat zou mij veel te beperkend zijn. Ik heb het over universele vragen en angsten. Ik wil een thema als de dood bespreekbaar maken, daar rust in onze cultuur nog altijd een taboe op. Vaak hoor ik dat mensen de huid van mijn wassen beelden eng vinden, omdat die er doods uit zou zien. Voor mij zit er toch nog volop leven in. Ik geef de huid vaak een licht paars-blauwe kleur, waardoor het lijkt of je de aderen ziet. Ik zou het veel doodser vinden als ik dergelijke beelden in marmer moest uitvoeren. Dan wordt het pas echt koud en afstandelijk.''

Je zou de melancholie, de somberheid die uit De Bruyckeres werk spreekt typisch Belgisch kunnen noemen. Het is dezelfde donkerte die je ook terugvindt in de schilderijen van Constant Permeke, de tekeningen van Thierry De Cordier, de foto's van Dirk Braeckman of de video's van David Claerbout. ,,Nederlandse kunst is speelser'', beaamt De Bruyckere. ,,Ik heb daar geen verklaring voor. Zo anders is het licht in België nu ook weer niet. Inderdaad, mijn werk is niet vrolijk. Maar ik probeer ook altijd een andere kant te laten zien. Twee figuren die in elkaar verstrengeld zijn, daaruit straalt ook positieve kracht.''

De zalen van De Pont heeft ze bewust spaarzaam ingericht, zo wordt de eenzaamheid die uit de beelden spreekt nog eens versterkt. Maar, zegt de kunstenaar, het houdt de tentoonstelling ook overzichtelijk. ,,Er is hier zeker veel te zien, maar de zalen geven toch een gevoel van leegte. Wanneer je te veel van dit soort werken bij elkaar zet, verstikken ze elkaar en heb je geen zin meer om je erin in te leven. Want al zijn de thema's die ik aansnijd zwaar op de hand, uiteindelijk zouden mijn beelden toch troost moeten bieden.''

Rwanda

Veel van De Bruyckeres werken zijn ontstaan naar aanleiding van actuele thema's. Zo maakte ze in 1996 voor De Rode Poort, de eerste tentoonstelling van Jan Hoet in het SMAK, een reusachtig beeld dat indirect verwees naar de burgeroorlog in Rwanda. De Bruyckere stapelde een hooiwagen tot aan het plafond vol met dekens, kussens en takkenbossen – en herdacht zo de honderdduizenden vluchtelingen die uit het land verdreven waren. Dat werk, De Zone, staat nu centraal opgesteld in De Pont. In gereconstrueerde vorm weliswaar – het beeld was zo groot dat De Bruyckere het nergens kwijt kon – maar nog altijd even actueel.

De laatste tijd laat ze zich vooral inspireren door de religieuze beelden waar ze dankzij haar streng katholieke opvoeding zo vertrouwd mee is. ,,Ik ben als het ware mijn eigen roots gaan bevragen.'' Ze vertelt over een tweedehandsboekje dat ze vorige zomer vond, met daarin een afbeelding van een kruisiging, geschilderd in de Middeleeuwen door een onbekende Duitse meester. ,,Mijn oog werd getroffen door een detail van de slechte moordenaar. De man zat helemaal rond een kruis gevouwen – niet hetzelfde soort kruis als Christus, maar een T-vorm. Ik kon niet goed zien of hij zich eraan vasthield, of dat hij vastgebonden was. Maar het beeld raakte mij enorm. Ik heb er eindeloos tekeningen van gemaakt, die ik later ook heb vertaald naar driedimensionale beelden. Terwijl ik daarmee bezig was moest ik steeds denken aan de televisiebeelden uit Irak, waar ze de verkoolde lichamen van Amerikaanse soldaten hadden opgehangen aan een brug.''

Momenteel is De Bruyckere bezig met een serie piëta's – aquarellen gebaseerd op de klassieke houding van Maria met de dode Christus op schoot. ,,Ook al zo'n thema waarbij ik veel inspiratie zal halen uit werk van mijn voorgangers. Tegelijkertijd zie ik duidelijk de link met de actualiteit. Als ik naar beelden kijk van soldaten in de vuurlinie, van een man die het lichaam van zijn gewonde collega wegsleurt, dan spreekt daar voor mij hetzelfde gevoel uit als bij een piëta.''

Berlinde De Bruyckere, Eén. T/m 29 mei in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di t/m zo 11-17u. Inl: 013-5438300 of www.depont.nl. Catalogus €50,-