Strand

Ik zit in de duinen. Het gras prikt in mijn rug. De ijskoude wind gaat door mijn lange haren. Het is bewolkt; een paar kleine druppels vallen uit de hemel. Maar daar trek ik mij niks van aan. Ik haal een boek uit mijn schooltas. Ik strijk erover heen. Het boek heet `De Ridder van Donko'. Ik sla het boek open. Met dikke inktletters staat er `bibliotheek'. De druppels vallen op het woord. Het wordt één blauwe vlek. Ik doe het boek snel dicht en doe het in mijn tas. Dan kijk ik naar de zee. Heel lang. Wat ben jij machtig, denk ik. Te machtig.

Eigen verhaal van

Juliët Spierenburg, 12 jaar,

uit Schiedam