Met de vuist geheven naar het niets

Als geen ander heeft de gereformeerde theoloog H.M. Kuitert opruiming gehouden in de geloofsvoorstellingen van de mens. Naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag zijn zijn opvattingen verzameld, en voorzien van kritische reacties.

De boeken van de gereformeerde dogmaticus en ethicus H.M. Kuitert beslaan heel wat ruimte in de theologische boekenkast. Dit voorjaar hoopt hij zijn volgende boek te voltooien, dat als titel krijgt Hetzelfde anders zien. Het christelijk geloof als verbeelding. Maar Kuiterts tachtigste verjaardag, eind vorig jaar, was voor uitgeverij Ten Have aanleiding voor een tussendoortje: een bundel gevarieerde opstellen van Kuiterts hand op het terrein van theologie, maatschappij en literatuur, waarvan het merendeel nog niet eerder werd gepubliceerd.

Wie tussen de rivieren is geboren kan door de titel van deze bundel op het verkeerde been worden gezet. Kuitert heeft het boek Schiften genoemd, maar doelt daarmee op de overgankelijke betekenis van het werkwoord. De titel slaat dus niet op bederven, zoals zuur geworden melk gaat schiften, maar op het proces van actieve scheiding van ongelijksoortige bestanddelen. Kuitert wil uit de christelijke overlevering weggooien wat de moeite van het bewaren niet waard is. Hij schrijft: `Niet dat een mens als hij ouder wordt helderziende is geworden, maar hij verkeert wel in de positie dat hij beter kan onderscheiden tussen wat ertoe doet en wat niet.' Was Ziften eigenlijk geen pakkender titel geweest?

De theoloog Kuitert houdt zich in zijn recente boeken niet zozeer in detail bezig met de letter van de bijbel, maar vooral met wat er aan geloofsvoorstellingen onder mensen leeft. Daarin houdt hij grondige opruiming. Wie de Werdegang van Kuitert de afgelopen vier decennia heeft gevolgd, waarin boeken als Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, Jezus: nalatenschap van het christendom en Voor een tijd een plaats van God belangrijke markeringspunten vormen, zal door deze bundel opstellen dan ook niet voor grote verrassingen worden geplaatst. Het boek biedt in een relatief kort bestek en vanuit een ruime variëteit van invalshoeken een helder inzicht in de huidige stand van zijn opvattingen. Schiften is een veelkleurige bos bloemen geworden, die een eenheid vormt dankzij het oog en de hand van de samensteller van het boeket.

Moraal

Opruiming van achterhaalde geloofsvoorstellingen dus. Zo rekent Kuitert af met de gedachte van een persoonlijk God, een transcendent Wezen dat naar de mens zou luisteren. Ook wil hij af van het protest tegen de dood, zoals dat in het Nieuwe Testament tot uitdrukking komt in de verwijzing naar het eeuwige leven. De mens doet er, volgens hem, beter aan terug te keren naar de oudtestamentische acceptatie van de dood. Hij moet er zich maar bij neerleggen dat het met de dood echt afgelopen is. De wereld van de bijbelse verbeelding is van vroeger en moet niet voor echt worden aangezien. Daartegenover stelt hij: `Het woord Gods is niet de bijbel, ook niet de leer of de preek, maar aangesproken worden in je innerlijk door wie je nodig heeft. In termen van religieuze mythe: ,,Waar is Abel, uw broeder'''. God als het codewoord voor de ultieme humaniteit.

Het zuiveringsproces heeft ook consequenties voor Kuiterts visie op de christelijke praxis. Het lezen van de bijbel en bidden ziet hij als een vorm van bezwering van het menselijk lot. Het verandert niets aan de situatie, maar vormt een pleister op de wonden van het leven, waarmee we dragelijk maken waaraan geen betekenis is te geven. Maar alles wat we daarbij over `Boven' zeggen, komt uiteindelijk van beneden, ook al neemt onze verbeelding nog zo'n hoge vlucht.

Deze wijze van denken heeft, zo blijkt in het laatste hoofdstuk van de bundel, ook consequenties voor de moraal. Wat het goede is, moeten de mensen zelf uitzoeken. Moraal heeft geen grondslag, niet in de kerk, niet in de staat, niet in de Rede. De bodem van de moraal wordt, net als de bodem van het geloof, gedragen door de mens zelf. De mens moet `goed mensen'. De publieke moraal bestaat bij de gratie van het permanente morele debat door autonome mensen, met de overgeleverde waarden als natuurlijk vertrekpunt. Maar we kunnen nergens op appelleren, aldus Kuitert: `De kern van de moraal is onbeschermd, ze heeft geen gezag dan dat waarmee ze zelf komt, daar is het moraal voor.'

Kuitert telt op zijn tachtigste nog volledig mee in het theologisch debat, wat onder meer spreekt uit de publicatie van de bundel Harry Kuitert: zijn God, waarin dertien theologen, filosofen en schrijvers op zijn gedachtegoed reflecteren. Zijn wijze van theologiseren vraagt om tegenspraak en die krijgt hij dan ook. De tegenspraak in de bundel is overigens `sympathetisch kritisch' getoonzet. Reacties uit kerkelijke kring ontbreken in deze bundel. Is de kerk inmiddels met Kuitert uitgepraat?

De Groningse theoloog Luco van den Brom vindt dat Kuitert in de fuik van de rationalisatie van het geloof is gelopen. Hij ziet in Kuiterts denken een vorm van religieuze mechanica, waarbij precies in kaart gebracht wordt onder welke omstandigheden geloofservaring plaatsvindt, zonder dat daarmee zulke ervaringen – als ootmoed, ontzag, verootmoediging, eerbied – als zodanig echt worden gepeild. In reactie op de overgeleverde geloofsovertuigingen ontpopt Kuitert zich, aldus Van den Brom, als een Verlichtingsdenker die de volledige mondigheid van de gelovige predikt. Het gevolg is dat elke religie individuele religie wordt. `Geloofstaal is dan taal die uiteindelijk door de betreffende enkeling alleen begrepen wordt. Dat lijkt me hoogst problematisch.' Kuitert mag dan helder schrijven, daarmee heeft hij nog geen gelijk, aldus Van den Brom.

Het Gans Andere

Emeritus hoogleraar filosofie Theo de Boer valt over Kuiterts twee bekendste oneliners: `Alles wat wij over Boven zeggen komt van beneden, ook als we zeggen dat het van Boven komt', en: `Eerst waren er mensen en toen God'. De Boer kan daar niet mee uit de voeten: `Mijn positie is', aldus De Boer, `dat we de Geheel Andere niet kunnen denken zonder datgene ten aanzien waarvan hij Gans Anders is. Is anderzijds de mens die, zoals Kuitert benadrukt, ongeneeslijk religieus is, te vatten los van elke Transcendentie? [..] De mens is niet een tijdelijke plaats van God of God een ontijdelijke plaats van de mens. Er is een plaats en tijd waar beide elkaar ontmoeten. Vanuit dat punt, ``eeuwigheid in de tijd'', probeer ik na te denken over de mens en over God.'

De Kamper ethicus Gerrit Manenschijn kan niet begrijpen dat Kuitert af wil van het persoon zijn van God en hem hooguit een anonieme macht vindt, maar tegelijk volhoudt dat de liefhebbende mens `tot een plaats van de liefhebbende god wordt'. Als dat zo is, is God geen anonieme macht. Ook de katholieke Leuvense dogmaticus Herman-Emiel Mertens ziet niet in waarom afscheid genomen zou moeten worden van God als persoon, ook al is de Gans Andere meer dan een persoon. Hij wil ruimte laten voor het mysterie, dat door Kuitert is weggerationaliseerd.

Kuitert rekent in zijn theologiseren radicaal af met de bestaande geloofsvoorstellingen. Maar dan rest toch de vraag in hoeverre je dat kunt doen zonder op den duur het geloof zelf, als daad van overgave en vertrouwen, aan te tasten. Kuitert staat niet negatief tegenover oude kerkelijke rituelen. Aan een begrafenis leest hij psalm 23, die spreekt van God als herder, bij wie we kunnen schuilen, maar hij ziet zoiets als bezweringstaal, als pleister op de wond. Hoe lang overleven dergelijke rituelen als de basis daar onderuit getrokken is. Heeft het zin de woorden van het `Onze Vader' bij een open graf in de mond te nemen, als dat gebed geen richting meer heeft? Religie verschaft woorden, gebaren en handelingen voor omstandigheden waar de mens met de mond vol tanden staat en met de handen in het haar zit. Maar zonder adres, zonder luisterend oor, worden rituelen een slag in de ruimte, een wanhopige schreeuw in de nacht, of een vuist geheven naar het niets. Misschien biedt Kuiterts volgende boek uitkomst.

H.M. Kuitert: Schiften. Wat er in de christelijke geloofswereld toe doet en wat niet. Ten Have, 253 blz. €17,90

Martien Brinkman en Henk Vijver (red.): Harry Kuitert, Zijn God. Schrijvers, theologen en filosofen over de God van Kuitert. Ten Have, 144 blz. €14,90

    • Herman Amelink