Hollands Maandblad

Drie maanden geleden nodigde ik Rudy Kousbroek uit weer eens wat bij te dragen aan Hollands Maandblad. Zulks geschiedde en Kousbroek was er verguld mee, zoals hij me diverse keren telefonisch liet weten. Had hij maar dezelfde telefoon gepakt om mij te raadplegen voordat hij zijn ill-advised stuk schreef tegen Hollands Maandblad in het algemeen en tegen mij in het bijzonder (CS 21 januari). Ik had hem gaarne behoed voor een artikel dat niet alleen onjuist, onwaar en nergens op gebaseerd is, doch ook tragisch ver de plank misslaat. Nu noopt Kousbroek me hem in het openbaar op zijn uitglijders te wijzen. Dat is sneu voor hem en vervelend voor de lezer (die waarschijnlijk liever helemáál geen stuk over deze irrelevante kwestie had gelezen).

Kort gezegd betoogt Kousbroek dat mijn redactionele beleid bij Hollands Maandblad `laf' en ook corrupt is omdat ik de kritiek van `de belangrijke medewerker' F.A. Muller op de `financier' van het tijdschrift Allard Hoogland niet heb willen plaatsen. Nu ben ik meteen bereid toe te geven dat ik laf en corrupt ben (hoewel ik eigenlijk te laf ben om corrupt te zijn, en te corrupt om laf genoemd te kunnen worden). Maar de rest van Kousbroeks bewering is geheel en al bezijden de waarheid.

Wat hij bedoelt met de mededeling dat `de bekende wiskundige' F.A. Muller een `belangrijke medewerker' van HM is, weet ik niet. Maar ik herinner me diens door Kousbroek geroemde bijdragen over Mulisch en Steiner nog goed. Vooral omdat er weken van redactioneel cirkelzagen, klopboren en plamuren nodig waren om ze leesbaar te maken. Ook Mullers kritiek op een stuk van Allard Hoogland met plaagstoten richting Kousbroek herinner ik me. Niet omdat ik die kritiek uit het blad heb geweerd, zoals Kousbroek betoogt, maar omdat ik in een uitgebreide correspondentie Muller heb getracht uit te leggen hoe hij zijn polemiek tegen Hoogland diende aan te pakken, op welke wijze hij zijn stuk moest formuleren, en waar de zwakke punten in Hooglands betoog zaten om het mes in te zetten.

Toen er na talrijke versies enige stilistische helderheid kwam (maanden na Hooglands gewraakte stuk), bleek de kern van Mullers betoog te bestaan uit de stelling dat Kousbroek en hijzelf altijd gelijk hebben. Ongetwijfeld vindt Kousbroek dit een belangwekkende constatering, maar op de een of andere manier leek het me niet dat de lezers van HM op deze mededeling zaten te wachten.

Rest de vraag of Hoogland `financier' van Hollands Maandblad is, en uit dien hoofde van mij protectie geniet. Welnu, de enige financiers van HM zijn de abonnee's en Uitgeverij L.J. Veen, die zo aardig is mij zonder last of ruggespraak het blad te laten redigeren. Ook zijn er enkele fondsen die HM interessant genoeg vinden om het bij specifieke projecten te ondersteunen, zoals het Hendrik Muller's Vaderlandsch Fonds, de Bijlevelt-stichting, het Van Bylandt Fonds en de Stichting Klaarenbeek, (waar Hoogland een dikke vinger in de pap heeft). Die laatste Stichting betaalde een paar jaar geleden een reeks advertenties van HM in deze krant. In feite eet Kousbroek dus van Hooglands geld, en niet ik.

Hoogland is wel lid van het Stichtingsbestuur van Hollands Maandblad. Deze situatie noopt tot waakzaamheid, maar is niet ongewoon (zie de stukken van Ben Knapen, baas van NRC Handelsblad, in deze krant). Derhalve worden bijdragen van Hoogland met even strenge hand geredigeerd als elk ander stuk in HM. In dit verband is het aardig erop te wijzen dat de Commissie Literaire Tijdschriften van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds in haar recente rapportage de redactionele aanpak van HM niet omschrijft als laf en corrupt maar als `compromisloos'.

Ben ik dan misschien de enige die de stukken van Hoogland de moeite waard vind? Ook hier verwijs ik naar het rapport van het Productiefonds over HM, waarin (naast andere) Hooglands bijdragen worden genoemd als essays `die de verdieping bieden die de huidige journalistiek ontbeert'.

Dat Kousbroek de natie waarschuwt voor mijn gebrek aan integriteit is aandoenlijk, hoewel ik me licht gekwetst voel dat hij dit zo onbeholpen formuleert en slordig onderbouwt. Maar omdat de redactie van HM nu eenmaal strikt sine ira et studio is – zonder wrok of vooroordeel – blijven alle medewerkers van het blad, Kousbroek, Muller en Hoogland incluis, mij altijd even dierbaar. Nog dierbaarder is mij evenwel de shit-threshold die slechte stukken buiten en goede stukken binnen moet houden. Die drempel is hoog, voor sommigen soms te hoog. Hij is misschien zelfs wel hoger dan de drempel van deze krant, die Kousbroek blijkbaar zonder verdere vragen de ruimte gaf voor de nonsens die hij schreef.