Gemeenteraad Vught nam taak te serieus

Roddel en achterklap hebben gezorgd voor een ernstige bestuurscrisis in de Brabantse gemeente Vught. Een niet erg handige zet van wethouder Van Laarhoven (Gemeentebelangen) is door onprofessionaliteit van de gemeenteraad veel te hard gestraft.

Dat is de conclusie van een gisteren gepubliceerd onderzoeksrapport van een onafhankelijke commissie naar de crisis in Vught. De crisis maakte in mei vorig jaar een einde aan de coalitie tussen Gemeentebelangen, CDA en D66. De affaire begon vorig voorjaar, toen duidelijk werd dat wethouder Van Laarhoven een bestuursfunctie in het familiebedrijf Van Laarhoven Holding onder meer enig aandeelhouder van een camping niet had gemeld. Daardoor had de wethouder met ruimtelijke ordening in zijn portefeuille de schijn van belangenverstrengeling op zich geladen, vond een raadsmeerderheid. Van Laarhoven bood zijn excuses aan, maar moest na een motie van afkeuring toch opstappen. Daarop trok zijn partij, Gemeentebelangen, ook de andere wethouder terug.

Volgens de onderzoekers, G. Blom en M. Koop, heeft de raad overtrokken gereageerd. Van Laarhoven heeft ,,er alles aan gedaan de belangen te scheiden''. Mogelijk, schrijven zij, is een schijn van belangenverstrengeling ontstaan. Maar die schijn is vooral door de raad opgeroepen, ,,door een fout op te blazen tot een misdaad'', niet door de feiten.

Een oorzaak hiervan is de matige professionaliteit van het lokaal bestuur in Vught, staat in het onderzoek. De raad bestaat uit vrijwilligers die moeite hebben ,,zaken en personen te scheiden''. Veel kritiek is er op de fractievoorzitter van het CDA, die zich niet als leider van een coalitiepartij gedroeg. Van hem zou ,,enig vertrouwen te verwachten zijn als iemand excuses aanbiedt''.

Soms nemen raadsleden hun controlerende taak wel érg serieus, aldus het rapport. ,,Zand erover wil vaak helpen.'' Als oplossing stellen de onderzoekers voor dat de fractievoorzitters hun raadsleden beter coachen en elkaar eens in informele gesprekken beter leren kennen.