Er klopt iets niet

Voor Martin Scorsese staat de geschiedenis van Howard Hughes voor die van Amerika: een exces vraagt altijd om een volgend exces, tot er alleen nog een vloek over is.

Howard Hughes werd op zijn zeventiende wees en miljonair. Een romantische combinatie. Hughes nam het bedrijf Hughes Tool Company van zijn vader over, hij besloot films te produceren, ging in Hollywood wonen, ontwierp zelf vliegtuigen, vestigde snelheidsrecords, reisde rond de wereld in een tijd die nog niemand hem had nagedaan, werd eigenaar van de luchtvaartmaatschappij TWA, had affaires met allerlei beroemde en minder beroemde vrouwen, had een hekel aan publiciteit, kwam in aanvaring met de Amerikaanse overheid, werd steeds krankzinniger, smetvrees en paranoia namen groteske vormen aan, en stierf ten slotte in een vliegtuig boven Texas, als een excentriekeling van het soort Michael Jackson. Iemand over wie je met een zekere hoon en afschuw kunt spreken, zonder volledig uit het oog te verliezen dat het om een meelijwekkend schepsel gaat.

Zo lijkt de biografie van Howard Hughes (1905-1976) een illustratie bij de gemeenplaats dat geld niet gelukkig maakt. Maar daarmee is nog niet gezegd dat het geld is dat ongelukkig maakt.

Wat fascinerend is aan het type-Hughes is de combinatie van grootheidswaanzin en doodsdrift. Een combinatie die mooi wordt samengevat door het snelheidsrecord. Wie sneller wil gaan dan andere mensen, wie wil doen wat anderen voor onmogelijk houden, neemt risico's, misschien onaanvaardbare risico's. Zo iemand verlaat de wereld, hij stijgt op en als hij weer terug is op de wereld is hij niet meer helemaal dezelfde. Hij ziet de wereld anders. Iets is onherstelbaar veranderd. Snelheid is een exces, en een exces vraagt altijd om het volgende exces.

Het type-Hughes is een man, het zijn bijna altijd mannen, die de grenzen die de maatschappij aan gewone stervelingen stelt niet accepteert. Hij accepteert geen enkele grens, en beweegt zich daarmee per definitie op het randje van de criminaliteit, want ook de misdadiger accepteert of ziet de hem opgelegde grenzen niet.

De biografie van het type-Hughes, of het nu een fictieve is of niet, verloopt vervolgens een vast stramien. Het publiek loopt uit om zich te vergapen aan de nieuwe held, een man die heeft gedaan wat niet mocht of niet kon, maar die het toch voor elkaar heeft gekregen, een winnaar in de waarste zin van het woord. Een eenling die de strijd heeft aangebonden met de rest van de wereld, en de tussenstand ziet er niet slecht uit voor de eenling. Het publiek juicht voor deze uitzonderlijke prestatie.

Dan komt de roem, het geld, of nog meer geld, vrouwen, drank, drugs, het bekende verhaal, waanzin, isolatie, een vroegtijdige dood. Of in het geval van Howard Hughes, een langzaam afsterven. In de laatste jaren van zijn leven reisde hij van de Bahama's naar Canada, naar Engeland, naar Las Vegas, naar Mexico. Hij nam zijn intrek in luxe hotels en op wat vrouwelijke dienstboden na heeft vanaf die tijd niemand Howard Hughes meer gezien. Vaak werkte hij dagenlang zonder te slapen in een door zwarte gordijnen verduisterde kamer. Door een streng dieet en drugsgebruik was hij uitgemergeld geraakt.

Hoe aantrekkelijk luxe hotels ook zijn, zo wil niemand eindigen. Van het leven is alleen nog een vloek over, comfort het zwarte gordijn dat het licht buiten houdt, en contact de bel waarmee je je personeel te kennen geeft dat ze nodig zijn.

Dat roept de vraag op waar het mis is gegaan met Howard Hughes. Het is waar, hij had zijn fortuin geërfd, hij is niet als krantenjongen begonnen. Geen Tony Montana in Scarface die met niets begint, iets opbouwt, om dat vervolgens weer razendsnel af te breken. (Overigens is de oer-Scarface een door Howard Hughes geproduceerde film.) Misschien zat het Hughes dwars, dat geërfde fortuin, zeker is dat het tegen hem is gebruikt toen de tijd was gekomen om af te rekenen. (Met het type-Hughes wordt altijd afgerekend, omdat dat type wil dat er wordt afgerekend.) Maar dat is nog geen verklaring voor een ontsporen dat zulke proporties aanneemt. Hughes is iemand van wie je moet zeggen dat hij alles had, geld, hersenen, volop plannen, energie, daadkracht, een zekere fantasie, ook dat. Waar slaat het vestigen van snelheidsrecords om in waanzin, waar wordt charmante excentriciteit oncontroleerbare smetvrees, waar verandert de behoefte aan grootsheid in pure destructie? Je vraagt je af of er een punt is aan te wijzen in dat leven waar de man breekt, je vraagt je af of er een scheidslijn te trekken is tussen de normale Hughes en de zieke. Of zou het om een proces van jaren zijn gegaan dat gewoon door niemand is opgemerkt? Hoe meer geld je hebt des te meer de buitenwereld bereid is je eigenaardigheden als zoete koek te slikken. De vraag die dit leven oproept is dus eigenlijk wanneer je iemand ziek moet noemen, wanneer je er niet meer onderuit komt. De volgende vraag is wat die betiteling voor consequenties heeft.

Ik stel me een hotelkamer voor, geen daglicht, nooit meer daglicht, een man, oud en vereenzaamd, een schim van wie hij was, bezig met het maken van plannen die, dat weet hij misschien zelf ook, nooit gerealiseerd zullen worden, zijn hofhouding teruggebracht tot wat vrouwelijk personeel met wie hij waarschijnlijk niet eens in staat is seks te hebben. Waarom gaat zo'n man niet naar een mooi bejaardentehuis in Florida, hij zwemt wat in de ochtend, speelt wat kaart in de middag, misschien pikt hij nog iemand op op het strand, want geld wil een uitgemergeld lichaam best compenseren. Wat doet hij daar op die hotelkamers in Canada, Mexico, Las Vegas?

Iets in de werkelijkheid moet zo fundamenteel onaanvaardbaar zijn geworden voor Howard Hughes dat hij haar met alle geweld buiten de deur houdt. Die werkelijkheid is zijn vijand geworden, en de vijand wil je niet in huis. De vijand sluit je buiten.

De werkelijkheid gehoorzaamt niet aan Hughes, de werkelijkheid trekt zich van de wil van Hughes niets aan, in ieder geval niet genoeg, en wat nog veel erger is, de werkelijkheid kan prima zonder Hughes, zij gaat gewoon door, ook als hij haar buitensluit. In die hotelkamers heeft Hughes een universum geschapen, hoe klein dan ook, dat nog wel aan zijn wil gehoorzaamt, een universum dat hij volledig controleert.

En dat is volgens mij het sleutelwoord: controle.

Of het er nu om gaat dat Hughes een biefstuk bestelt met precies een dozijn doperwten, of zijn handen wast tot het bloed eruit komt, wat op het spel staat, wat er te winnen valt, en te verliezen, is controle. Niet het toeval regeert, maar hij. Niet de onzichtbare bacteriën die door de lucht zweven en zich op handen en etenswaren nestelen zijn meester van het universum, maar hij, Howard Hughes.

En dat is ook wat daar gebeurt op die hotelkamers op de Bahama's, in Canada en Las Vegas, Hughes controleert, hij oefent controle uit. En als je vervolgens teruggaat naar het begin van zijn carrière zie je dat het eigenlijk altijd om controle is gegaan.

Je besluit het snelheidsrecord te breken, je wilt dat een vliegtuig 550 kilometer per uur gaat, je bouwt zo'n vliegtuig, en het lukt, al is het maar voor een kwartier: controle.

Geld zelf is weinig anders dan een middel om te controleren. Personeel doet wat je zegt en als het dat niet doet ontsla je het gewoon. Met geld koop je controle over je omgeving, geld is legale chantage. Luxe het smeergeld dat zijn ware aard niet wil kennen.

Een film produceren, het grootste oorlogsepos aller tijden: meer controle. Als filmproducent kun je zelfs het weer controleren, als je genoeg geld hebt. Je hebt wolken nodig en zijn ze er niet, dan verhuist gewoon de hele set naar een plek waar wel wolken zijn.

Controle is de inzet van het leven van Howard Hughes, niet alleen van hem, van het type-Hughes. Nu wil iedereen zijn leven een beetje controleren. Het is een prettige gedachte dat het huis dat je om 9 uur 's ochtends verlaat om 5 uur 's middags er nog steeds en in min of meer dezelfde staat is. Maar het type-Hughes gaat verder, het wil niet een beetje controle, het wil totale controle. En, zoveel begrijpt de buitenstaander nu ook, die controle is een doorgeslagen behoefte aan veiligheid. Veilig is wat gehoorzaamt aan jouw wetten.

Het doet denken aan een scène uit de film Marathon Man waarin de nazi met de tandartsboor in zijn hand aan Dustin Hoffman blijft vragen: `Is it safe?' Dustin Hoffman heeft geen antwoord op de vraag, hij weet het niet. Hij weet niet meer dan het publiek, dat het niet veilig is en dat het ook nooit veilig zal worden. Maar daar neemt de man met de tandartsboor geen genoegen mee. Hij blijft boren tot hij denkt dat hij veilig is.

Zo zijn we weer terug bij de destructie. Want stel dat het je lukt een universum te creëren waarin alles gehoorzaamt aan jouw wil, aan jouw fantasie, en op het hoogtepunt van zijn leven lijkt Hughes dat gelukt te zijn, dan zit je vervolgens met de consequenties van dat universum opgescheept.

Alles gehoorzaamt aan jou, maar alles is ook van jou. Je hebt de filmset opgebouwd, maar zonder jou gebeurt er niets. Er valt daar nog geen vogel dood uit de bomen of jij hebt daar instructies voor gegeven.

Je hebt de snelheid overwonnen, maar elk record is alleen maar een stapje op weg naar het volgende record, en daardoor is dat record ook weer niets en nietig. Je bent de eigenaar van jouw universum, maar het is een vacuüm gezogen universum, er komt geen zuurstof meer in. Dan ga je langzaam zien wat anderen misschien allang zagen, maar waar ze niets over hoefden te zeggen – ze zijn niet voor niets in loondienst – of waarover ze niets durfden te zeggen: er klopt iets niet.

Dat besef verdrijf je niet zo makkelijk. Daar helpt geen snelheidsrecord aan, of alleen even, een paar seconden. Een paar minuten in het vliegtuig, wegdromend bij het besef dat je nu sneller gaat dan ooit iemand is gegaan.

En vanaf dat moment is de wereld die jij hebt ingericht fundamenteel veranderd. Je ziet niet meer het door jou beheerste universum, je ziet alleen nog iets wat niet klopt, zonder dat je nou precies de vinger kan leggen op wat niet klopt.

De destructie die dan volgt is geen destructie omwille van de destructie, geen gevolg van verveling, maar een poging om zuurstof binnen te laten in dat vacuüm getrokken universum, desnoods met geweld. Zo makkelijk werkt het alleen niet. Je kunt wel beseffen dat er zuurstof bij moet, maar dat betekent nog niet dat je consequenties kunt verbinden aan dat besef. Je instinct is namelijk niet om de controle uit handen te geven, maar om die te behouden.

En dan ben je terug waar je bent vertrokken. Bij het snelheidsrecord dat erom smeekt verbroken te worden. Je moet iets zien kwijt te raken, het besef dat er iets niet klopt in je eigen leven. Je moet de achtervolgers van je af zien te schudden en dat vereist snelheid. Maar de achtervolgers geven het niet op, ze komen steeds weer terug. En zo dwingt elk exces een volgend exces af. Dat is hoe je in die verduisterde hotelkamer belandt, waar je met plakband en tape een bacterievrije zone hebt ingericht. Je leeft op een dieet van melk en drugs en de buitenstaander kan zichzelf niet langer bedriegen, dit is geen excentriciteit van een miljonair, dit is geen briljante maar buitenissige geest, dit is waanzin. Pure waanzin. Geld maakt niet gelukkig, maar het rekt de grenzen van het toelaatbare een beetje op. Wat je ziet op die hotelkamer is een man, oog in oog met zijn eigen geld, die besloten heeft dat er in zijn leven geen plaats is voor werkelijkheid. Een man die eruit wil, uit zichzelf, uit de wereld die hij geschapen heeft, ook uit de andere wereld die hij juist buiten probeert te houden.

Dat beeld is onaangenaam en akelig. Omdat de buitenstaander begrijpt dat het feit dat Hughes de werkelijkheid met alle macht buiten probeert te houden niet alleen iets over Hughes zegt, maar misschien ook iets over die werkelijkheid.

Over dit leven heeft Martin Scorsese een film gemaakt, The Aviator. Leonardo DiCaprio speelt Howard Hughes als een man die met de buitenwereld communiceert via zijn geld. Hij is geen charmeur, niet eens een echte playboy, de Hughes van Scorsese is een man die misschien instinct heeft voor snelheid en vliegtuigen, maar niet voor mensen. Hij ziet ze niet, zoals hij zichzelf ook niet ziet.

Geen sympathiek figuur, een tikkeltje onaangenaam zelfs, iemand die pas echt tot de verbeelding gaat spreken als hij de waanzin niet meer onder controle heeft, als hij zichzelf verliest dus. Hoewel ik weet dat DiCaprio een idool is voor vrouwen en meisjes vind ik hem een tamelijk aseksuele acteur, eigenlijk een acteur zonder seks.

De liefdesrelatie tussen het publiek en DiCaprio was wat mij betreft een puur platonische.

In The Aviator valt dat seksloze samen met Howard Hughes, en wat mij vroeger irriteerde aan DiCaprio, klopt hier.

De meest erotische scènes vinden plaats tussen DiCaprio en een vliegtuig. En als hij Katharine Hepburn (Cate Blanchett) verleidt, doet hij dat in een vliegtuig, eigenlijk door middel van het vliegtuig. Het moment dat hij de stuurknuppel aan haar geeft is het meest ware en meest erotische moment tussen Blanchett en DiCaprio.

Scorsese's film beantwoordt een paar vragen over dit eigenaardige leven. Hughes is een man die seks heeft met een machine, en die de ander alleen kan bereiken door en via die machine. Een man die zich uitsluitend overgeeft aan wat die machine produceert: snelheid. Maar net als in Gangs of New York wil Scorsese meer, hij wil ook een bijtende kritiek geven op wat Amerika was en wat Amerika is geworden. Daarom komt een corrupte senator uit Maine in het verhaal voor die op advies van TWA's concurrentie, PanAm, (en gefinancieerd door PanAm) Howard Hughes en zijn imperium ten val brengt. De hoorzittingen waarin Hughes een oorlogsprofiteur wordt genoemd leveren mooie scènes op, al vraag je je even af wat ze precies met de rest van de film te maken hebben. Maar dat wordt later duidelijk.

De corruptie houdt natuurlijk niet op bij die ene senator uit Maine. Corruptie is een virus dat iedereen aantast, dat zich door alles heenvreet, dat geen barrières kent, dat pas werkelijk door alle snelheidsrecords heen gaat. Een bacterie die je met de beste smetvrees van de wereld nog niet buiten de deur houdt.

De vraag die Scorsese opwerpt is of de werkelijkheid die Hughes niet meer wil zien en niet meer wil voelen niet echt onleefbaar is.

Het is niet alleen het imperium van Hughes dat ten onder gaat, zoveel wordt gaandeweg duidelijk, het is ook dat andere imperium dat is aangevreten, dat op instorten staat, dat het contact met de werkelijkheid heeft verloren, en dat alleen nog zo, zonder contact, kan functioneren.

Achter de glamour en de luxe van Hollywoods nachtclubs gaat een vlucht uit de werkelijkheid schuil die zijn weerga niet kent. Scorsese heeft een vermoeden waar die vlucht eindigt. In verduisterde kamers, met bacterievrije zones en flesjes gevuld met eigen urine. Een wereld zonder verleden, en zonder toekomst, zonder hoop. Een eeuwig nu.

    • Arnon Grunberg