Bruisende Russen dansen op het Diaghilev Festival

Het is een aardig idee dat het Diaghilev Festival ook iets nieuws liet produceren. In de geest van Diaghilev (1872-1929) werd dat een productie waarin kunsten samenvloeien. Ontwerper en regisseur Niek Kortekaas liet zich voor Nijinsky, a Painter inspireren door de persoon Nijinsky, de door schizofrenie getormenteerde man die vroegtijdig zijn carrière als sterdanser moest afbreken. Dat thema is mooi verbeeld door tijdens de voorstelling een man – de schilder Piet Dieleman – een schetsblokvel vol te laten tekenen tot een zwart gekrast blad, dat even ondoorgrondelijk lijkt als Nijinsky's duistere geest. Dat fanatieke geteken is geprojecteerd tegen een steile achterwand, waar het zich mengt met filmopnamen en zeven dansers die zich op drie balkons bewegen.

Bij die dans gaat het mis. Want waar Nijinky's gekte juist abstract en subtiel in beelden is gevat, biedt de choreografie van Sara Wiktorowicz alleen platte en plastische dans. Daarin wordt Nijinsky voorgesteld als geile dekhengsthomo in een laat 20ste eeuwse sm-sfeer. Dat is behalve flauw in tegenspraak met de dansgeschiedenis, die leert dat Nijinsky leed onder zijn obsessie. Wel goed is de muziek van Georges Dedecker, met flarden van de Sacre, en prachtige scherpe uithalen op trompet die de gekte van de legendarische sterdanser weerspiegelt.

Fokine Le spectre de la rose, door Royal Ballet-solisten Roberta Marquez en Ivan Putrov, is zo'n typisch Ballets Russes-snoepje dat even verrukt en dan weer over is. Het amper tien minuten durende werkje ontleende ooit zijn roem aan de immense sprong van Nijinsky uit het raam, aan Benois' rozenblaadjeskostuum en aan de weke, geparfumeerde dans. Het is een charmant museumstukje dat in deze uitvoering echt even de geest van de liefde deed sprankelen.

Het grote werk kwam van Kirov Ballet en Orkest, met Fokine's De Vuurvogel, Nijinska's Les Noces, beide van Stravinsky en krachtig gespeeld door het Orkest onder leiding van Valery Gergjev. Vreemde eend in bijt was Balanchine's La Valse op Ravels gelijknamige muziek. Die laatste is weliswaar in 1929 gecomponeerd, maar de choreografie is van 1951 en straalt een typische jaren vijftig Hollywood en modeglamour uit. Niet dat die Russische Kirov ballerina's daar geen raad mee weten. Vooral soliste Daria Pavlenko schitterde.

Minder voorbeeldig was de uitvoering van Les Noces, waarvoor een stel tweedegarnituur dansers leek ingezet. Die liepen te rommelen en te spieken. Dat is gênant en slecht omdat dit ballet zijn kracht ontleent aan een uiterst strakke uitvoering waartegen de onderhuidse dramatiek – het vertrek van jong gehuwden uit hun ouderlijk huis – tot uitdrukking komt. Ook de solisten waren te mat, die horen nadrukkelijk expressieloos te zijn.

Beter in zijn vel zat het Kirov Ballet bij Fokine's Russische sprookjesballet L'Oiseau de feu. Hier werd de muziek, evenals Ravels Wals, mooi krachtig gespeeld. Het toneel leek bijna te klein voor dit volle en drukke ballet, en ballerina Irma Noiradze gaf haar Vuurvogel wel een erg opgepoetste grijns mee, maar met de pracht en praal van decor en kostuums gaf dit toch wel het ultieme Ballets Russes-gevoel: Russisch, bruisend en vol.

Diaghilev Festival: 1. Nijinsky, a Painter. 2. The Royal Ballet/ Kirov Orkest. Le Spectre de la Rose. (Von Weber/ Fokine) 3. Kirov Ballet en Orkest: Les Noces (Stravinsky/ Nijinska) La Valse (Ravel/ Balanchine), L'Oiseau de feu (Stravinsky/ Fokine). Gezien: 27/1. Groningen.