Bastille

Bastille, een ruwharige teckel, had succes bij de vrouwen van Parijs. Maar nu niet meer.

Tegen zijn charme was niemand opgewassen. Als we samen op straat liepen, reageerde iedere vrouw op hem. Sommigen verraadden bij het passeren met een glimlach dat ze voor hem vielen. Hij deed dan meestal alsof hij niets merkte en liep fier door. Er waren vrouwen die zich omdraaiden om hem na te kijken.

Een enkele keer gebeurde het ook dat hij belangstelling voor een vrouw had. Dan bleef hij stilstaan en keek haar indringend aan. Daartegen was niemand bestand. Twee vrouwenhanden graaiden al snel door zijn baard en zijn snor. Aan zijn vrolijke sprongetjes was te merken dat hij dit spontane lichamelijke contact bijzonder op prijs stelde. Het was altijd een kortstondige kennismaking. De vrouw had nog andere dingen te doen. Soms keek hij zo iemand nog lang na. Als ik erop aandrong snel verder te gaan, weigerde hij resoluut. Het was alsof hij zijn tijd nam om na te denken over de gevolgen die de ontmoeting allemaal had kunnen hebben.

Ik was niet echt jaloers op de aandacht die hij kreeg. Omdat we samen liepen, deelde ik tenslotte in zijn succes. Maar toch gebeurde het wel eens dat ik grote aandrang kreeg om te vragen wat een vrouw eigenlijk van mìj vond. Ik wist mij echter te beheersen.

Hij kreeg heel uiteenlopende vrouwen in zijn ban. Jonge studentes, een zwerfster, duur geklede vrouwen in bontmantels, Japanse toeristen. Sommigen wendden zich ook tot mij. Zo vroegen Amerikaanse vrouwen of ze met hem – nadrukkelijk niet met mij – op de foto mochten.

Oude vrouwen spraken mij dikwijls aan. Dat had niets met charmes te maken. Ze vertelden dat ze lang van aangenaam gezelschap hadden genoten, maar dat de dood daaraan een einde had gemaakt. Kijkend naar mijn gezelschap zeiden ze dat zíj aan zoiets nooit meer zouden beginnen. Dat stelde mij gerust. Want voor oude vrouwen was mijn charmeur ongeschikt. Hij hield van rennen, uitdagen, rollen, touwtrekken, graven, kortom alles waar de spieren en botten van bejaarden meestal niet geschikt meer voor zijn.

Een enkele keer trok hij ook de aandacht van mannen. Zoals die hoogbejaarde, onberispelijk geklede heer op de chique Avenue Victor Hugo. Hij stopte, keek mijn gezelschap aan en zei: ,,Die is lief!'' Toen bukte hij voorzichtig en liet zijn vingers door de snor glijden. Hij richtte zich weer op, zei opnieuw: ,,Die is lief!'' en wandelde verder, zonder ook maar een ogenblik naar mij te kijken.

Soms vroegen mensen mij hoe hij heette. Bastille, zei ik dan. Dat wekte verwondering, omdat in het Frans Bastille vrouwelijk is en hij overduidelijk tot het mannelijk geslacht behoorde. Maar als ik zei dat hij op 14 juli geboren was, de dag van de val van de Bastille-gevangenis tijdens de Franse revolutie, was het taalkundige probleem opgelost.

Na drie maanden kwam er plotseling een einde aan mijn wandelingen met Bastille, mijn lichtbruine, ruwharige kameraad teckel. Hij werd in het Bois de Boulogne door een auto overreden. Sindsdien kijkt in de Parijse straten geen enkele vrouw meer in mijn richting.

Een experiment dat we samen hadden willen uitvoeren, is van de baan. Bij een chique privé-school had een ongeveer tienjarig jongetje heel bescheiden gevraagd of het toegestaan was om Bastille te aaien. Natuurlijk mocht dat, Bastille reageerde direct enthousiast. Vervolgens had de hele klas van zo'n twintig jongetjes zonder enig gedrang één voor één Bastille geaaid. Toen een leraar riep dat het tijd was voor de les, had de laatste geroepen: ,,Maar ik heb nog niet geaaid!'', en had daarna nog zijn hand over Bastille laten glijden. Naar aanleiding van deze ervaring hadden we langs andere scholen in andere buurten willen wandelen om te zien hoe kinderen daar reageerden.

Sinds Bastille er niet meer is krijgt de Portugese conciërge tranen in haar ogen als ze over hem praat. Als hij haar zag, kon hij van vreugde nooit zijn plas inhouden. Maar de meeste vrouwen van Parijs weten niet wat ze aan hem missen. Maar ik kan ze moeilijk op straat aanhouden om ze dit uit te leggen.

    • Ben van der Velden