Zeebonk, boef en directeur

Rudi Falkenhagen, die gisteren op 71-jarige leeftijd is overleden, was in allerlei opzichten net zo'n selfmade-man als Dries Rustenburg, de directeur van de suikerfabriek die hij in 1981 speelde in de door een miljoenenpubliek bekeken tv-serie De Fabriek. Ook hij had zich eigenhandig opgewerkt, en als geen ander moet hij hebben begrepen hoe zo'n man zich zou voelen als de grond onder hem wegviel. Geen wonder, dat hij in die serie zijn glansrol speelde.

Al op zijn zestiende stond Falkenhagen de grote vlakken in te schilderen op de decors, die bovenbuurman Tom Manders destijds maakte voor theater Carré, en op zijn twintigste monsterde hij als bellboy aan bij de Holland-Amerika Lijn. Na een paar wereldreizen liep hij in Amsterdam zijn eerste werkgever weer tegen het lijf. Manders speelde inmiddels het zwerverstypetje Dorus, als middelpunt van een eigen club aan het Rembrandtplein, en vroeg Falkenhagen in te vallen voor een ziek geworden artiest. En toen dat eerste optreden hem wel bleek te bevallen, zocht hij meer emplooi in de theatersector. Hij kreeg kleine rolletjes bij jeugd- en volkstoneelgezelschapjes, maar verdiende af en toe ook de kost als taxichauffeur, en werkte als decorbouwer en toneelmeester.

De definitieve wending kwam in 1960, toen hij in een stofjas achter het toneel bij het Amsterdams Volkstoneel stond en opeens de kans kreeg in te vallen als Geert, de opstandige zoon in Op hoop van zegen. Dat werd het begin van een druk acteursleven, waarin Falkenhagen alles aanpakte wat er maar op zijn weg kwam. Veel zeebonken, boeven en politie-inspecteurs, maar ook de komische Snuf in Pipo de clown (,,m-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels''), heel wat reclamespotjes (de stem van Kapitein Iglo) en millimeterwerk in series als Karakter en Dagboek van een herdershond. Hoogdravende drukte maakte hij nooit; hij wist dat er betere acteurs waren dan hij, maar liet zich niet onderschatten en oefende zijn ambacht zo goed mogelijk uit.

Later ging Falkenhagen in zijn geliefde Portugal wonen, maar zodra er werk was, kwam hij weer naar Nederland. Vorig najaar liet hij zich nog zien bij een presentatie van De fabriek op dvd. Hij leed toen al aan slokdarmkanker, maar maakte ook daar weinig ophef over. Hij had een goed leven gehad, vond hij.

    • Henk van Gelder