VS en Europa worstelen met gerechtigheid voor Darfur

Amerika wil een VN-tribunaal voor Darfur. Om het internationaal strafhof in Den Haag te omzeilen.

De Verenigde Staten hebben in de Veiligheidsraad voorgesteld een internationaal straftribunaal voor Darfur in het leven te roepen. Dit moet de almaar voortdurende schendingen van het internationale humanitaire recht in dat gebied berechten. De regering-Bush heeft de situatie in het westelijk deel van Soedan openlijk gekwalificeerd als ,,genocide''. Daarmee ging het verder dan de andere leden van de Veiligheidsraad, die het beladen `g-woord' tot dusver diplomatiek mijden.

Toch is het Amerikaanse initiatief een stap terug: er is immers al meer dan twee jaar een permanent Internationaal Strafhof, gevestigd in Den Haag. De VS zijn een verklaard tegenstander van dit strafhof. Het voorstel voor een speciaal tribunaal wordt dan ook vooral gezien als een poging om een Europese klacht over Darfur bij het Haagse hof vóór te zijn. Het plotselinge pleidooi voor een VN-tribunaal staat haaks op de kritiek die uitgerekend van Amerikaanse zijde is geuit op de bestaande twee VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda.

De Amerikaanse aversie tegen het permanente Strafhof komt voort uit een diepe vrees dat het hof zal worden misbruikt om Amerikaanse burgers en soldaten in het buitenland aan te pakken. Het statuut van het Strafhof bevat verschillende drempels tegen politieke manipulatie. Toch staan de Amerikanen niet geheel alleen in hun wantrouwen. China heeft als tweede permanent lid van de Veiligheidsraad het Strafhof niet erkend, evenals Israël en India.

De VS hebben echter niet volstaan met een weigering mee te doen. Ze hebben ook actie ondernomen tegen het Haagse Hof. Bekend werd vooral de American Servicemen Protection Act (ASPA). Deze wet machtigde Washington om eventueel voor een proces opgepakte Amerikanen met militair hulp te bevrijden. Men sprak in de wandelgangen wel van de `the Hague Invasion Act'.

De kans op een Amerikaanse landing op het strand van Scheveningen is wel wat verkleind doordat de Verenigde Staten op grote schaal bilaterale verdragen hebben gesloten om zich te vrijwaren van een klacht bij het Hof. In zo'n verdrag beloven afzonderlijke landen dat zij nimmer een Amerikaans onderdaan zullen overdragen aan het strafhof, ook al zijn zij daar zelf bij aangesloten.

Zeker 78 landen hebben gehoor gegeven aan de Amerikaanse lokroep. Volgens het dagblad Le Monde heeft de Amerikaanse campagne zeker drie miljard dollar gekost. Het Strafhof zelf moet het stellen met een jaardbudget van 25 miljoen dollar. Ernstiger is de klacht dat de bilaterale vrijwaringsverdragen indruisen tegen het internationale verdragsrecht (het zogeheten Verdrag van Wenen over verdragen). Het argument is dat de deelnemende staten worden uitgelokt hun verplichtingen jegens het hof te verzaken. En uitlokken van wanprestatie mag niet.

Als kroon op het werk hebben de VS zich verzekerd van een vrijwaring door de Veiligheidsraad voor hun militairen op vredesmissies. Hoewel het in de lijn ligt dat immuniteit van geval tot geval wordt beoordeeld, ging het hier om een algemene vrijstelling. Tót vorig jaar, toen de VS onder druk van het schandaal in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad er wijselijk van afzagen vrijwaring aan te vragen.

Sinds het Internationaal Strafhof medio 2002 van start ging, is het benaderd over 1.800 situaties in de wereld. Het heeft nu zes zaken vertrouwelijk in onderzoek en twee zaken officieel, beide in Afrika: Congo en Oeganda.

De Veiligheidsraad kan zelf zaken naar het Strafhof verwijzen maar dat is een loze bevoegdheid gezien het Amerikaanse vetorecht. Een Europese klacht over Darfur zou echter al een hele opsteker voor het nieuwe Hof zijn.