Signaal voor de samenleving uit de bunker

Het proces tegen Mohammed B. bevat veel nieuwe elementen. Hoe gaan de rechters om met de nieuwe antiterrorismewet? Wat is de rol van de Hofstadgroep waarvan B. deel zou uitmaken?

Een nauwelijks verhulde bekentenis van de verdachte van de moord op Theo van Gogh en een gedwongen opname in het Pieter Baan Centrum. Dat waren de spectaculaire resultaten van de eerste zitting in het proces tegen Mohammed B. Maar zeker zo opvallend was de manier waarop het openbaar ministerie (OM) over de hoofden van de rechters gisteren de Nederlandse bevolking toesprak. ,,Ik hoop'', zo zei officier van justitie Van Straelen doelend op de moord ,,dat dit proces duidelijk kan maken dat dit een heilloze weg is, die alleen maar leidt tot grotere tegenstellingen en meer geweld.''

De zitting in de zwaar beveiligde `bunker' van de Amsterdamse rechtbank in Osdorp droeg nog slechts een pro forma-karakter, en de verdachte was niet aanwezig. Toch koos het openbaar ministerie ervoor om voor het oog van de camera's een uitgebreid exposé te geven. Omstandig deed Van Straelen verslag van het verloop van het onderzoek naar Mohammed B. Veel nieuws leverde dat niet op, onder meer doordat deze krant al publiceerde uit het politiedossier. Maar het OM had duidelijk een verder liggend doel voor ogen: ,,Ik hoop ook dat dit proces een signaal kan vormen voor jongeren, die zich wellicht tot bepaalde ideeën aangetrokken voelen, dat zij zich beter kunnen richten op de maatschappij dan zich daarvan af te keren'', aldus Van Straelen die zich formeel overigens gewoon richtte tot ,,mijnheer de voorzitter, edelachtbaar college''.

De officier achtte het dus zijn taak moslimjongeren te waarschuwen tegen ontsporingen als die van Mohammed B. Maar hij waarschuwde ook andere groepen niet te snel te oordelen over de islam in zijn algemeenheid. Het proces zal volgens Van Straelen een ,,vrij schokkend beeld'' opleveren van ,,een terroristische ideologie, geïnspireerd door een uitzonderlijk extreme uitleg van de koran''. Maar ,,ik wil u er uitdrukkelijk op wijzen dat dit geen beeld geeft van de islam of de mensen die een islamitisch geloof belijden en ook geen beeld geeft van de Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam of in Nederland''.

Het gaat hier volgens het OM om een groep mensen ,,van een relatief beperkte omvang'' die door veiligheidsdienst AIVD is ,,gedoopt tot de Hofstadgroep''. Juist de rol van die groep bij de moord op Van Gogh, die op 2 november op klaarlichte dag in een Amsterdamse winkelstraat werd omgebracht, zal de komende maanden bij onderzoekers van justitie in het brandpunt van de belangstelling staan. Tegen Mohammed B. als uitvoerder van de moord bestaat nu al overstelpend veel bewijs. De verkapte bekentenis die zijn advocaat mr. P. Plasman gisteren namens zijn cliënt deed, zal voor een veroordeling niet echt nodig zijn. Ter ondersteuning van zijn vergeefse verzet tegen een psychologisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum verklaarde Plasman dat Mohammed B. ,,volledig verantwoordelijk'' gehouden wil worden. Hij had ,,een keuze gemaakt en vanuit die keuze gehandeld''.

Het openbaar ministerie ziet de moord op Van Gogh echter niet als een `gewone' moord. Volgens het parket gaat om een moord met ,,terroristisch oogmerk'', een toevoeging die nog maar net in het Wetboek van strafrecht is opgenomen. Dat blijkt volgens Van Straelen uit de dreigbrief aan het Kamerlid Hirsi Ali die op het lichaam van Van Gogh is achtergelaten. Het ging er dus niet alleen om om Van Gogh te doden, maar ook om anderen vrees aan te jagen – Hirsi Ali, de Nederlandse bevolking – ,,en om de fundamentele politieke, constitutionele en sociale structuur ernstig te ontwrichten''.

Dat terroristische karakter van de moord lijkt Mohammed B. overigens ook te bekennen. Advocaat Plasman zei dat zijn cliënt vice-premier Zalm gelijk gaf toen die daags na de moord zei dat het ,,oorlog'' is.

Justitie doet de zaak van Mohammed B. wel apart af, maar dat betekent níét dat het OM denkt dat het gaat om een geïsoleerde moord. ,,Vanaf het begin'' waren er ,,aanwijzingen dat de moord niet alleen voortkwam uit het brein van de verdachte, maar dat hier een organisatie achter zat met een terroristisch karakter'', aldus Van Straelen. Dat zouden dan de twaalf verdachten van de Hofstadgroep moeten zijn die in Rotterdam voor de rechter verschijnen.

Hier wringt de schoen. Twee medeverdachten, Jason W. en Ismail A., brachten Mohammed B. de avond voor de moord soep. Drie andere verdachten, Achmed H., Mohammed El B. en Rachid B., brachten de avond met hem door en liepen samen rond middernacht een rondje om de Sloterplas.

Een week eerder had Rachid van Mohammed vier gesloten enveloppen gekregen als er iets met hem zou gebeuren. Een zesde verdachte, Fahmi B., heeft geen sluitend alibi voor het moment van de moord, terwijl hij werkt in de straat waar Van Gogh woonde. En twee getuigen menen `wandelaar' Mohamed El B. rond de plaats van het delict te hebben gezien. Maar de betrouwbaarheid van die waarnemingen wordt door het OM gekwantificeerd als 25 en 75 procent.

Verder zijn jihadistische documenten waarover Mohammed B. beschikte ook aangetroffen op de computers van medeverdachten. Een buurtonderzoek na een tip van een getuige, die Mohammed B. op de ochtend van de moord samen met twee andere mannen in de supermarkt in de Pythagorasstraat heeft gezien, heeft nog niets opgeleverd. En dan zijn er nog door de AIVD afgeluisterde gesprekken van Jason W. en Ismail A. in de Haagse Antheunisstraat in de periode na de moord, waarin de twee de verantwoordelijkheid voor de dood van Van Gogh lijken te claimen.

Het bewijs van betrokkenheid van anderen is dus vooral circumstantial van aard. De gegevens kunnen ook tot de conclusie leiden dat Mohammed B. deel uitmaakte van een groep vrienden die elkaar vaak zag en er extremistische ideeën op nahield. Maar dat was inmiddels al lang en breed bekend en op zichzelf nauwelijks strafwaardig. Rechtstreeks bewijs van betrokkenheid van de groep bij de moord op Theo van Gogh ontbreekt vooralsnog. Maar wat niet is kan nog komen. Van Straelen schermde gisteren met technisch onderzoek naar DNA, handschriften en gsm's waarvan de resultaten nog niet binnen zouden zijn. Bovendien heeft justitie de AIVD inmiddels per brief verzocht heeft om aanvullende informatie.

Verder zal het de komende maanden de grote vraag zijn hoe de rechters van Mohammed B. en zijn medeverdachten met de aangescherpte terrorismewetgeving zullen omgaan. De strafrechtelijke lat voor terroristische misdrijven is aanzienlijk lager gelegd. Bovendien zal de rechtbank een weging maken van de invloed van de moord op `het maatschappelijke klimaat'. Het is niet denkbeeldig dat dit jaar verdachten tot jarenlange gevangenisstraf zullen worden veroordeeld die kort geleden nog vrijuit zouden zijn gegaan.

    • Jaco Alberts
    • Steven Derix