`Rijm wil niet zeggen dat gedicht onserieus is'

Met Driek van Wissen krijgt Nederland een Dichter des Vaderlands, die `light verse` schrijft. Van Wissen begint geen actie tegen hermetische poëzie, zegt hij: `Maar ik denk dat je scholieren eerder bereikt met rijm en ritme.'

Met vaste stem leest de zojuist verkozen Dichter des Vaderlands op verzoek de eerste strofe van zijn sonnet `Zomertijd' voor:

,,Ik word als dichter min geacht

En merk maar weinig sympathie,

Doch dat is nu voorbij, want zie,

God zij geloofd, het is volbracht.''

Toepasselijke regels, beaamt Driek van Wissen (1943) – ook al werden ze al jaren geleden en in een vlaag van ironie geschreven. In 2000, bij de verkiezingen van de eerste Dichter des Vaderlands, haalde de Groninger niet eens de top-twintig, al mocht hij in de televisie-uitzending wel meedoen aan een dichtersquiz. Nu behaalde hij een kwart van de stemmen en is hij voor de komende vier jaar de opvolger van Gerrit Komrij en interim-DdV Simon Vinkenoog.

,,Mijn werk wordt vaak afgedaan als light verse, en veel van mijn collega's kijken daar op neer,'' zegt Van Wissen na een bewogen live-televisie-uitzending in het Amsterdamse Panama. ,,Alsof je met een lichte toon geen serieuze dingen zou kunnen zeggen. Zelf spreek ik trouwens niet over light verse maar over `vormvaste poëzie.' Ik houd van het sonnet, net als Gerrit Komrij, en ook van het rondeel, de limerick, het lied, en de laatste tijd vooral van de `sonnetette': zes regels, met een wending na het eerste kwatrijn. Dat het rijmt, of dat het ironisch is, betekent niet dat het onserieus is. En bij mij is het rijm nooit een stoplap.''

Het heeft Van Wissen overigens niet gestoken dat hij afgelopen maand, en opnieuw gisteravond in een debat tijdens de uitzending, door Joost Zwagerman als rijmelaar en maker van `folklore' veroordeeld werd. Van Wissen: ,,Ik waardeer het literaire genre van de scheldkritiek, zoals Lodewijk van Deyssel dat beoefende in de negentiende eeuw en Komrij in de twintigste. Je mag best overdrijven wanneer je elkaar met de pen bestrijdt. Zwagermans stuk in NRC heeft me trouwens geen kwaad gedaan: in de week erna hoorde ik van diverse mensen dat ze op mij waren gaan stemmen.''

De meeste stemmen voor Van Wissen, leraar Nederlands op het Aletta Jacobscollege in Hoogezand-Sappemeer, kwamen uit Groningen, van zijn eigen achterban. ,,Wees gerust,'' zegt hij, ,,ik heb niet tegen mijn leerlingen gezegd: stem op mij, dan krijg je een punt hoger. Ik heb actief campagne gevoerd en heb een jaar geleden al pennen laten maken met een speciaal kwatrijn [`Wie vakkundig kan beslissen / in de jaren des verstands / is ervoor dat Driek van Wissen / Dichter wordt des Vaderlands'- PS]. Regionalisme heeft bij de kiezers ongetwijfeld meegespeeld, en daarbij ben ik ook geholpen door het feit dat de andere dichtende Noorderlingen – Krol, Kopland en Rawie – zich niet kandidaat hadden gesteld.''

De neerlandicus Van Wissen is blij met zijn uitverkiezing, al was het alleen maar omdat hij volgend jaar met de VUT gaat en in het dichterschap des vaderlands een mooie nieuwe baan ziet. Hij ziet bepaald niet op tegen het schrijven van gelegenheidspoëzie, die volgens veel van zijn collega's van nature oppervlakkig en vluchtig is. ,,De meeste poëzie is vergankelijk. Je moet je als dichter niet te veel illusies maken. Welke achttiende-eeuwer wordt tegenwoordig nog gelezen? Ik hou erg van de actualiteit, van poëzie over nu. De afgelopen jaren heb ik zowel voor het Dagblad van het Noorden als voor de website www.nederlands.nl met veel plezier gedichten over het nieuws geschreven.''

De eerste Dichter des Vaderlands, Komrij, schreef niet alleen nationale gedichten, maar ontwikkelde ook tal van initiatieven als ambassadeur van de poëzie. Van Wissen, die eerlijk toegeeft dat hij geen lid is van de door Komrij opgerichte poëzieclub en dat hij het tijdschrift Awater niet leest, wil zich in de eerste plaats richten op jongeren. ,,Ik begin heus geen offensief tegen de hermetische poëzie, maar ik denk dat je scholieren eerder bereikt met rijm en ritme – kijk maar naar de populariteit van rap. En de dichtkunst is in ieder geval gebaat bij beter literatuuronderwijs. Nu is het zo dat niemand op het HAVO meer weet wie Vondel, Hooft en Bredero waren. En dat zijn nog wel mijn verre voorgangers: Vondel dichtte over Oldenbarneveldt, Hooft over de oorlog en het nieuwe beursgebouw, en Bredero schreef bruiloftsliederen. Allen gelegenheidsdichters.''

    • Pieter Steinz