Overheid: herneem de zorg voor de openbare ruimte

Over een paar jaar is er geen Nederland meer, en dat heeft weinig te maken met immigratie. Dan is er namelijk alleen een regio in het noordwesten van Europa waar een vreemd dialect gesproken wordt. Dit deltagebied, een metropool van ongeveer 12 miljoen mensen, zal concurreren met het Ruhrgebied, Londen en Parijs om investeringen, talent en cultuur.

Wat heeft dat stukje voormalig moeras nog te bieden? Wat maakt Nederland dan nog zo aantrekkelijk?

Precies dat moeras en wat daarmee gedaan is. Nederland heeft wel degelijk een eigen karakter, maar misschien zie ik dat alleen omdat ik Amerikaan ben die hier is opgegroeid. Nederland is een mooie ruimte, vlak en plat, maar vol verscheidenheid.

De identiteit van Nederland is verweven met de kunstmatigheid van het landschap en alles wat daaruit voortkomt. De polders en de weilanden, maar ook de steden die gesticht zijn op de dammen en dijken waar de rivieren getemd zijn, geven een maat, ritme en karakter aan dit land. Uit dat basisgegeven komt een manier van het ontwerpen van steden en huizen voort, een wijze van het inrichten van de openbare ruimte en het interieur. We herkennen het in de schilderijen uit de 17de eeuw, maar zien het niet meer om ons heen. Dat komt ten dele omdat dat Nederlandse aan het verdwijnen is. Economie en cultuur lossen op in een internationale brij vol geweldige mogelijkheden en vrijheden waardoor het verleden dreigt te worden vergeten.

Maar het land ligt er nog steeds, en dat blijft het karakter van Nederland bepalen. Het wordt tijd dat dit land daar verantwoordelijkheid voor neemt, zoals vroeger. De overheid besliste waar wat kwam, die zorgde ervoor dat de kwaliteit van de openbare ruimte in orde was, dat we de ruimte konden gebruiken door de wegen, de spoorwegen en het waternetwerk te ontwikkelen en goed te onderhouden.

De overheid deed aan ruimtelijke ordening en het wordt tijd dat de overheid die verantwoordelijkheid herneemt: neem terug dat land, neem terug de ruimte, neem datgene terug wat Nederland tot Nederland maakt.

Gek genoeg geeft de Nota Ruimte, waarover de Tweede Kamer vorige week debatteerde, daar houvast voor. Het is zonder twijfel een rechts-liberale nota die het landschap als een probleem ziet dat opgelost moet worden, zodat kapitaal gemakkelijker kan vloeien (,,Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies [...] Ruimtelijke knelpunten voor economische groei worden in deze nota zoveel mogelijk weggenomen.'') Net als het Rijnwater moeten investeringen Nederland binnen kunnen vloeien en dan in goede banen worden geleid. Liefst moet het kapitaal de vrije hand krijgen, zodat alles overstroomd kan worden door bedrijventerreinen, `uitleggebieden' (zoals de Vinex-ontwikkelingen nu heten) en `nieuwe dorpen'.

Maar de Nota Ruimte schetst ook een Nederland van regio's met een duidelijk karakter: de Waal is ,,woest en ruig'', terwijl de Lek juist ,,verstild'' is, en de ontwikkelingen moeten dat karakter voortzetten. De steden zijn niet zo interessant, maar wel zijn er greenports en mainports (Rotterdam Haven en Schiphol). Er is geen groen hart of Veluwe in de Nota, maar wel zijn er een green valley en een health valley.

Het is jammer dat in de Nota niet de logische conclusie getrokken wordt: weg met steden en provincies; stop met overal van alles bouwen; herneem de regie en bouw voort op het idee van de regio's. Er is een KAN (Kerngebied Arnhem Nijmegen), een trits Brabantse steden en een deltametropool. Zég dat dan ook, ontdek wat het karakter daarvan is en ontwikkel het. Dat betekent dat de gemeenten, die te klein zijn, en de provincies, die noch vlees noch vis zijn, opgelost worden in regio's die de kans krijgen om zichzelf te profileren en te ontwikkelen. Laat Den Haag en Rotterdam aan elkaar groeien, laat dat Rondje Randstad een regio worden. Daartussen en daarin moeten natuurgebieden komen waarover betrokken regio's de regie moeten krijgen. Dat kan betekenen dat bepaalde steden, dorpen of wijken moeten worden afgebroken ten faveure van de natuur. Voor elke hectare nieuwe stad die door een stedelijke regio wordt gebouwd, zou er een hectare natuur bij moeten komen.

Nu de overheid het ontwikkelen van gebouwen en woningen uit handen heeft gegeven, moet ze verantwoordelijkheid nemen voor de openbare ruimte. De wegen, de parken, de plantsoenen en de pleinen moeten de plekken zijn waar we elkaar tegenkomen en herkennen. Daar moeten ook openbare voorzieningen zijn die juist niet van iemand zijn, maar voor iedereen. Volgens de Europese Unie moeten alle markten waar voedselwaren worden verkocht overdekt zijn, en dus komen er weer marktgebouwen. Die moeten voor ons ontworpen en toegankelijk zijn.

Dan zijn er nog netwerken die ons met elkaar verbinden. Dat zijn steeds meer digitale lijnen, en ook hiervoor moet de overheid verantwoordelijkheid nemen. Internet is een openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk moet zijn en die door de overheid moet worden beheerd. Maar ook de wegen zijn van ons allemaal, en hier moeten we ervoor zorgen dat ze op een duidelijke manier worden onderhouden en ontwikkeld. Geen privatisering, maar verantwoordelijkheid.

Pak terug die treinen, behoud die gele streep die het karakter van Nederland heeft helpen bepalen, open de stations weer, maak daar openbare ruimte en geen winkelcentra van, en maak van de trein een aangename ruimte.

Aaron Betsky is directeur van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam en auteur van onder meer `False Flat: Why Dutch Design Is so Good' (Phaidon).

    • Aaron Betsky