Orgaandonatie en rechtskracht testament

In NRC Handelsblad van 20 januari lees ik over orgaandonatie een politiek verslag, een apart artikel en een hoofdredactioneel commentaar. Maar een belangrijk argument ontbreekt overal.

Als iemand overlijdt, heeft diens testament rechtskracht. De nabestaanden kunnen niets veranderen aan de wil van de overledene, hoe graag ze dit misschien ook zouden wensen. Dat geldt in iets mindere mate ook voor een codicil: als de overledene heeft besloten tot crematie, dan past het de nabestaanden niet daarvan af te wijken.

Hetzelfde behoort te gelden voor een donatiecodicil, tegenwoordig genaamd orgaandonatie-registratieformulier. Dus zelfs als een wens tot het afstaan van organen of weefsels moeilijk valt bij de nabestaanden, dan behoren zij daar geen zeggenschap over te hebben. Dat is nu eenmaal ons wettelijk systeem.

Wel moeten de nabestaanden dan goed worden begeleid.

Een tweede probleem betreft het huidige Nederlandse `Nee, tenzij'-systeem in tegenstelling tot het `Ja, tenzij niet'-systeem, zoals dat onder andere in België en Oostenrijk geldt.

Uit onderzoek blijkt dat de grote meerderheid van de mensen in Nederland als de nood aan de man komt een orgaan (bijv. nier) of weefsel (bijv. huid, brandwonden) zou willen ontvangen.

Dat betekent in feite dat de wetgever ervan uit mag en moet gaan dat diezelfde overgrote meerderheid toestemming geeft tot transplantatie, als ontvanger bij leven en dus ook als gever na het overlijden. Het staat iedereen te allen tijde vrij om kenbaar te maken dat hij/zij er anders over denkt.

Maar de wetgever moet in een wettelijk systeem uitgaan van een hoofdregel die aansluit bij de grootste waarschijnlijkheid.

    • Charles Boissevain