Niets nieuws over de werking van medicijnen

Er lijkt weinig nieuws onder de zon te zijn. De klinische farmacologie, dwz. onderzoek naar en onderwijs in het gebruik van geneesmiddelen bezien vanuit geneeskundig oogpunt, is in de jaren vijftig voortgekomen uit het werk van de `Experimental Therapeutics Branch' van de Amerikaanse National Institutes of Health in Bethesda.

Dit overheidsinstituut werd echter als een van de eerste getroffen door de bezuinigingen van de Reagan-administratie. Enkele hier opgeleide klinische farmacologen van het eerste uur hebben in 1971 een WHO-rapport uitgebracht, waarin de functie en de opleidingseisen van de toekomstige klinische farmacoloog uitvoerig werden beschreven.

Alleen in Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Australië heeft dat geleid tot oprichting van levensvatbare universitaire onderzoeks- en opleidingscentra. Pas enige jaren later is het initiatief hier te lande opgenomen door de toenmalige voorzitter van de Gezondheidsraad, de Leidse hoogleraar Haex. Diens voortreffelijke rapport volgde in grote lijnen de aanbevelingen van de WHO.

Omdat gevreesd werd dat de invoering van de aanbevelingen een ernstige aantasting van gevestigde belangen (zowel de universitaire farmacie en experimentele farmacologie als de farmaceutische industrie) zou kunnen betekenen, is het rapport onder zware politieke druk in een bureaula van het toenmalige ministerie van WVC verdwenen. Sindsdien speelt Nederland in de Europese arena op dit gebied slechts een uiterst bescheiden rol. Het onderwijs in de praktische toepassing van geneesmiddelen aan de medische faculteiten is nooit goed van de grond gekomen. Vrijwel de enige opleidingsmogelijkheid voor artsen is een enkele (bescheiden) gedeeltelijke faciliteit (Nijmegen).

Hetzelfde lot trof de publiciteit rond door verkeerd geneesmiddelengebruik veroorzaakte ongelukken en zelfs sterfte. Omdat concrete Nederlandse gegevens ontbreken, vormt het grote onderzoek van de Harvard Medical Practice Study uit 1991 ook nu nog de enige bruikbare kwantitatieve basis van het huidige rapport van de Inspectie. Toen echter in het begin van de jaren negentig deze zelfde gegevens door de toenmalige adjunct-hoofdinspecteur voor de geneesmiddelen naar buiten werden gebracht met verwijzing naar het mogelijke belang voor de vaderlandse situatie, werd deze hardhandig door de leiding van zijn ministerie teruggefloten.

Het ziet er daarom naar uit, dat ook de huidige storm binnen niet al te lange tijd zal overwaaien, en dat het glas water helaas weer snel tot rust zal komen.