Naar de pompen

De serieuze pers heeft nogal wat aandacht besteed aan een recente beschouwing van onze minister-president over de toekomst van de verzorgingsstaat. Voor een gehoor van christelijke werkgevers schetste de premier met houtskool de contouren van een alternatief stelsel van sociale bescherming. Zijn boodschap: op dit moment ontbreekt bij een deel van de bevolking de bereidheid naar vermogen bij te dragen aan de nationale productie. De oorzaak: het bestaande stelsel van sociale zekerheid en belastingen dat mensen passief maakt. Aanpassing daarvan is geboden om meer mensen te prikkelen aan de slag te gaan.

Dat is hard nodig in het licht van de komende vergrijzing van de bevolking. Werkenden moeten steeds meer ouderen onderhouden. De verhouding van gepensioneerden ten opzichte van mensen in de werkzame leeftijd zal in Europa verdubbelen van 24 procent tot 50 procent in het jaar 2050. Anders gezegd: nu onderhouden vier werkenden één oudere, straks moeten twee werkenden in het levensonderhoud van één senior voorzien. Het is dus alle hens aan dek.

De premier oppert dat de staat zich gedeeltelijk kan terugtrekken. Geemancipeerde burgers kunnen hun eigen boontjes doppen. Hij onderkent dat dit niet voor iedereen geldt. Elk jaar weer verlaat immers een omvangrijke groep leerlingen zonder diploma het onderwijs. Het kabinet treedt tegen die massale schooluitval niet doortastend op. Geheel in lijn hiermee zweeg de minister-president het probleem in zijn speech verder dood. Hij concentreerde zich liever op de situatie van de meer kansrijken. Zij zullen in de toekomst vaker van baan wisselen, wat hun carrièreverloop minder voorspelbaar maakt. Om deze groep te helpen, presenteerde Balkenende een fiscale innovatie. Mensen die door studie of anderszins hun positie op de arbeidsmarkt versterken, zouden aanspraak krijgen op een nieuwe aftrekpost: het kenniskostenforfait.

Zou dit ondoordachte idee zijn besproken met de bewindslieden op Financiën? Staatssecretaris Wijn is een verklaard tegenstander van het gebruik van de belastingwetten om andere dan fiscale doeleinden te bereiken. Zulk `instrumentalisme' maakt de wetten ingewikkeld en leidt in de uitvoeringspraktijk tot tal van problemen. En minister Zalm zal beseffen dat invoering van een nieuwe aftrekpost de schatkist geld kost, geld dat hij niet heeft.

Wanneer het de premier ernst is dat slapend arbeidsaanbod moet worden wakker gekust, ligt een andere belastingmaatregel veel meer voor de hand. Niet-werkende partners ontvangen op dit moment van minister Zalm rond de 1.900 euro per jaar. Door deze faciliteit voor kostwinners af te schaffen, valt de fiscale premie op thuiszitten weg en zullen velen zich alsnog voor een deeltijdbaan melden op de arbeidsmarkt. De schatkistbewaarder zal daar blij mee zijn. De VVD, zijn partij, is voorstander van zo'n individualisering van de inkomstenbelasting. De maatregel levert bovendien 1,7 miljard euro op, waardoor een stuk van het begrotingstekort kan worden weggewerkt.

Het CDA daarentegen wenst de kostwinnersfaciliteit te handhaven. De christen-democraten gunnen mensen die kiezen voor het traditionele gezin een fiscaal douceurtje. Die opvatting is respectabel, maar maakt het pleidooi van Balkenende voor invoering van een kenniskostenforfait ongeloofwaardig. Dat zal trouwens hoofdzakelijk worden geclaimd door succesvolle werkers die al op de arbeidsmarkt actief zijn, en die dus geen activeringsprikkel nodig hebben.

De premier wil de rol van de overheid bij de herverdeling van het nationale inkomen terugdringen. Burgers en hun maatschappelijke organisaties moeten vaker zelf vormgeven aan de in ons land nagestreefde solidariteit. Dit pleidooi is naïef. Wensdenken lijkt Balkenende te hebben beneveld. Alleen door overheidsingrijpen kunnen burgers worden gedwongen tot solidariteit. Anders profiteren free riders straffeloos van de inzet van goedwillenden. Om deze reden verklaart de overheid collectieve arbeidsovereenkomsten algemeen verbindend en worden werkgevers en werknemers verplicht mee te doen aan per bedrijfstak georganiseerde pensioenfondsen.

Verder wil Balkenende de sociale zekerheid voor een groter deel uit premies financieren. Hierdoor krijgen werkgevers en werknemers meer oog voor de samenhang van lusten (uitkeringen) en lasten (de daarvoor noodzakelijke premies, die de arbeidskosten opjagen). Wat hier verder van zij, deze aanbeveling staat wel haaks op het huidige kabinetsbeleid! Sinds 2002 – toen Balkenende cum suis het stokje van paars overnam – zijn de uitgaven voor sociale uitkeringen met 2,75 miljard euro gestegen. Bovendien verdienden de uitgemergelde sociale fondsen minder rente over hun wegsmeltende reserves. Om de gaten te stoppen heeft het kabinet de lasten voor gezinnen de afgelopen jaren met 1,75 miljard euro verhoogd. Daarnaast stopte de overheid 1,45 miljard euro extra in de fondsen. Het is precies dit beleid van minister De Geus van Sociale Zaken (CDA) en het voltallige kabinet, waar de regeringsleider zich nu tegen verzet. Hoe ernstig kunnen we zijn woorden nog nemen?

Zonder twijfel worden de dijken rondom de verzorgingsstaat bedreigd door het stormtij van een vergrijzende bevolking en de globalisering van de economie. Dijkgraaf Balkenende heeft alle reden de stormbal te hijsen. Maar zijn plannen om de dijken op te hogen – meer mensen aan het werk, versterking van de band tussen lusten en lasten bij de sociale zekerheid – zijn niet effectief (kenniskostenforfait) en strijdig met het onder zijn leiding gevoerde kabinetsbeleid (meer rijksgeld naar de sociale fondsen). Bij zo'n aanpak bezwijken de dijken en gaat het land naar de pompen.