`Er over praten blijft moeilijk. Het is té erg'

Fia Polak las vanochtend de laatste van de 102.000 namen voor van omgekomen joden en zigeuners in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

,,Westerbork betekende voor mij als 14-jarig kind vrijheid. Ik heb het daar eigenlijk heel leuk gehad – eindelijk was het beklemmende leven als onderduiker in Amsterdam voorbij. Ik heb er dan ook geen moeite mee terug te zijn. Ik ben ook al eens eerder teruggeweest.'' Aldus Fia Polak, die vanochtend in Herinneringscentrum Kamp Westerbork samen met staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp (Welzijn) de laatste namen voorlas van de 102.000 omgekomen joden en Sinti en Roma.

Auschwitz-Birkenau, waar ze in april 1944 samen met haar vader, moeder en zus vanuit Westerbork op transport werd gezet en waar ze tien maanden verbleef, is daarentegen een heel ander verhaal. ,,Daar ben ik nooit meer teruggeweest. Wat zou ik daar ook moeten doen?'' Dat ze – evenals haar moeder – het concentratiekamp overleefde, schrijft Polak toe aan `een reeks van toevalligheden'.

In Oorlogsverslag van een zestienjarig joods meisje (1995, uitgebreide editie 1996) heeft ze haar herinneringen opgetekend. Polak groeide op in Amsterdam en Bussum in een geassimileerd joods gezin. Haar joodse identeit ontdekte ze tijdens de oorlog. Haar vader zat in het verzet en Fia Polak verleende met haar zus hand- en spandiensten. In maart 1944 werd de familie, die onder de naam De Vries tegenover het hoofdbureau van politie woonde, verraden.

Voor Polak is het herinneren van de holocaust ,,een heel complex van gedachten en emoties aan wat er in de oorlog gebeurd is''. ,,Mijn herinneringen aan de tijd van voor de oorlog zijn heel warm; vanaf de inval in 1940 worden ze heel koud. Ik heb in de oorlog in korte tijd 27 familieleden verloren, onder wie mijn vader en oudere zus.''

Dat verleden heeft Polak nooit verzwegen, maar tientallen jaren kon ze er niet over vertellen. ,,Mijn man wist het, maar mijn kinderen niet. Ik wilde ze voor die geschiedenis sparen. Toen ik ze er later over vertelde, reageerden ze verbaasd. Ze hadden dat niet in mijn verleden gezocht.''

Uiteindelijk was het de Islamitische Revolutie in Iran in 1979, die leidde tot vervolging en emigratie van Iraanse joden, die het stilzwijgen van Polak doorbrak. ,,Toen had ik zoiets van: nu moet iedereen weten wat er kán gebeuren.'' Haar herinneringen, die ze tijdens haar herstel in een ziekenhuis in Bussum in 1946 had opgeschreven, publiceerde ze in Opzij. ,,De tekst heb ik iemand anders laten uittypen, ik had er zelf de moed niet toe'', aldus Polak. In 1995 zijn de dagboekaantekeningen uitgegeven.

De herdenking van zestig jaar bevrijding van Auschwitz maakt veel bij haar los. Ze slaapt de laatste dagen slecht. ,,Twee weken geleden sprak ik over Auschwitz met een vriendin, die samen met mij in 1945 uit Polen is teruggekomen. Ik vroeg haar: `In welke barak van Auschwitz-Birkenau heb jij eigenlijk gezeten?' Dat had ik haar al die jaren niet gevraagd. Dat is toch idioot?! Maar het was zo verschrikkelijk wat we hebben meegemaakt. Ik praat eigenlijk nooit met mensen die in Auschwitz gezeten hebben over Auschwitz. Ik kan het niet. Het is gewoon té erg.''

Ze vindt dat de herinneringscultuur `enorm' is gegroeid: ,,Volgens mij was er na de oorlog niet zo veel. Als Auschwitz al ter sprake kwam, zeiden mensen `waar heb je het eigenlijk over?' In de periode 1960-1965 werkte ik als conservator in het Joods Historisch Museum. In onze collectie zaten documenten over de jodenvervolging. Daar heb ik nooit in willen kijken. Ik wilde met de holocaust voor mijzelf afrekenen. Ik wilde gewoon doorleven! Vanaf die tijd woon ik wel de jaarlijkse Auschwitz-herdenkingen bij. Vooral ook omdat ik daar dan bekenden tegenkom. Dat is altijd erg gezellig.''

Het voorlezen vandaag is Polaks eerste actieve bijdrage aan een herdenking. En als het aan haar ligt, ook de laatste. ,,Ik heb wel sporadisch lezingen gegeven. In 1988 voor joodse jongeren, omdat ik vond dat zij moesten weten wat er gebeurd was. En enkele jaren geleden ben ik er ingeluisd om een verhaal te houden voor scholieren in de Amsterdamse Pijp. Maar ik had daar eigenlijk niet zoveel zin in. Ik wil niet voor slachtoffer te spelen. Als je slachtoffer bent, moet je verzorgd worden. Ik verwerk dat liever door iets positiefs te doen. En dus heb ik toen over het verzet gesproken. Recentelijk heb ik nog een uitzondering gemaakt en in Westerbork gesproken. Maar na vandaag hoeft het voor mij niet meer. Ik ben er ook te oud voor. Laat anderen het maar doen.''

Eigenlijk vindt Polak de huidige manier van herdenken `overtrokken': ,,Die herinnering gaat maar door en door... Ik zou willen dat het niet meer nodig was. Maar het antisemitisme is een dreigend gevaar dat steeds weer terugkeert. Om daarvoor te waarschuwen moeten we wel herdenken. Maar alleen zolang het nodig is. Uiteindelijk is Auschwitz een stuk van de geschiedenis. Daar heeft het zijn plaats.''

Over tien, twintig jaar zijn getuigenissen volgens Polak onmogelijk geworden. ,,Als er dan nog overlevenden van de kampen zijn, zijn ze te oud. Dus moeten we andere vormen vinden. Bijvoorbeeld op een wetenschappelijke manier overnemen wat het Nederlands Auschwitz Comité tientallen jaren op emotionele manier heeft uitgedragen. Vergeten mogen we de holocaust nooit, maar het herdenken moet wel met de tijd meegaan.''