Een ontnuchterende weg in bezet gebied

Er heerst een nieuw optimisme over toenadering tussen Israël en de Palestijnen. Maar de feiten op de grond zijn weerbarstig.

Vanuit Tel Aviv voert snelweg 5 via de verstedelijkte Israëlische nederzetting Ariel op de Westelijke Jordaanoever naar de 60, de oude Ottomaanse handelsroute, die Oost-Jeruzalem met de Palestijnse stad Nablus verbindt. Een prachtige rit, maar voor de talrijke auteurs van optimistische beschouwingen over vrede in het Midden-Oosten na het aantreden van de Palestijnse president Abbas, een ontnuchterende weg.

Hydraulische kranen beuken bij Ariel in de rotsen van rood steen, kolossale vrachtwagens en bulldozers voeren uitgehakte rotsblokken af en egaliseren de grond voor de aanleg van het `veiligheidshek'. De nederzetting zelf, gesitueerd op de toppen van de heuvels, wordt uitgebreid met betaalbare, roomkleurige villa's en appartementengebouwen. Hier worden dag in dag uit de weerbarstige `feiten op de grond' gecreeërd die een vergelijk tussen Palestijnen en Israëliërs ernstig in de weg staan en zich moeilijk laten rijmen met het nieuwe optimisme.

Eerder deze ochtend hebben Israëlische media gemeld dat het leger, bij wijze van gebaar van goede wil, de gerichte liquidaties van Palestijnse militanten hebben stopgezet. Dat blijkt later op de dag nog niet te zijn doorgedrongen tot een undercovereenheid van de grenspolitie die in een auto met Palestijnse nummerplaten patrouilleerde in Qalqilya. Zij zochten, vonden en liquideerden een lokale Hamasleider, die op zijn beurt nog niet het bevel had gekregen de kalasjnikov op te bergen.

Nergens werd de kloof tussen `feiten op de grond' en uitspraken van Israëlische, Amerikaanse en ook Palestijnse politici scherper duidelijk dan in de Gazastrook, waar een 3-jarig meisje werd gedood en Hamas Qassamraketten en mortieren afvuurde op Israëlische doelen. Er wordt volop gebouwd in de nederzettingen, daags na de Palestijnse verkiezingen zijn alle militaire controleposten weer bemand en de strijdgroepen Hamas en Islamitische Jihad hebben nog steeds niet het ordewoord gegeven de intifadah te staken. Abbas heeft na marathongesprekken met Hamas nog geen steeds geen overeenkomst op zak.

Via Ariel naar Jeruzalem moeten op een willekeurige woensdagmiddag drie permanente en drie `vliegende', dat wil zeggen tijdelijke, checkpoints, gepasseerd worden. In de lange file in de buurt van het vluchtelingenkamp Qalandiya – tussen Jeruzalem en Ramallah – is het duidelijk hoe fragiel de verhoudingen zijn. Zelfs het woord bestand is nog niet van toepassing, op zijn best kan de situatie omschreven worden als een pauze in de vijandelijkheden.

De meeste Israëliers lijken zich te kunnen vinden in de woorden van de minister van Buitenlandse Zaken Shalom, die denkt dat de pogingen van president Abbas om een staakt-het-vuren te organiseren ,,een tikkende tijdbom'' zijn, die straks zal ontploffen ,,in de gezichten van de Israëliërs''. Zijn redenering is dat Hamas en Islamitische Jihad een bestand, hudna, zullen misbruiken om zich te reorganiseren en te herbewapenen. Het feit dat Abbas niet van plan is deze groepen te ontwapenen en te ontmantelen, maar wil integreren in het Palestijnse politieke systeem zien Shalom en volgens een opiniepeiling 70 procent van de Israëliërs als een omineus teken. De redenering dat Hamas langs de weg van geleidelijkheid en politieke integratie het gewapende verzet zal opgeven, wordt als naïef wensdenken afgewezen.

Op hun beurt zien de Palestijnen de voortgaande bouw en groei van de nederzettingen, het getalm met de ontruiming van de nederzettingen in de Gazastrook en de voortdurende arrestaties en de liquidatie van Hamasleiders als voortekenen dat de Israëliers wel in woord, maar niet in daad bereid zijn om mee te werken aan een bestand en aan een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. De onthulling in Ha'aretz dat duizenden Palestijnse grond- en huizenbezitters in Oost-Jeruzalem hun bezittingen wegens ,,afwezigheid'' zullen kwijtraken en dat de hele stad in de loop van het jaar ook fysiek afgescheiden zal worden van de Westelijke Jordaanoever heeft voor diep mishagen gezorgd. Ook dat zijn `feiten op de grond' die lastig zijn te verenigen met het voornemen van premier Sharon dat hij ,,alle mogelijkheden om Abu Mazen te helpen zal benutten'', zoals hij vandaag zei in gesprek met Yediot Ahronot. Aangenomen kan worden dat Sharon dat meent, want hij wil de nederzettingen in de Gazastrook ontruimen zonder Libanese toestanden. Dat wil zeggen zonder te worden beschoten door Hamas. De voormalige Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Brent Scowcroft heeft gezegd dat Abbas het niet zal redden zonder directe en actieve hulp van president Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken Rice. Rice komt binnenkort naar Israël.

    • Oscar Garschagen