Doorstarten met de EU

De voorzitter van de Europese Commissie, de Portugees Barroso, heeft gisteren voor het Europees Parlement nadrukkelijk zijn programma voor de komende vijf jaar bekendgemaakt. Volgens hem moeten de prioriteiten van de Unie groei en hervorming van de economie zijn. Met een liberaal-getint EU-bestuur hoopt Barroso een periode van economische vernieuwing te kunnen lanceren. Hij wil dat de lidstaten 3 procent van hun bruto nationaal product besteden aan onderzoek en ontwikkeling, en meer in onderwijs investeren, om innovatie te bevorderen.

Helemaal nieuw is dit geluid niet. Vijf jaar geleden namen de politieke leiders van de Unie zich in Lissabon voor om de Europese economie in 2010 de meest concurrerende ter wereld te laten zijn. In de roes van de groei van dat moment was dit makkelijk gezegd. De aspiraties zijn gebleven, maar zoals vaker gebeurt in het Europa van de mooie woorden bleek de praktijk weerbarstig. Het beursklimaat verslechterde, de groei sloeg om in krimp en de agenda van Lissabon raakte uit zicht. Niemand gelooft nu nog dat de EU in 2010 's werelds concurrerendste economie zal zijn. De Verenigde Staten en vooral China als economisch eldorado maken een grotere kans op die eretitel. De rijkere EU-lidstaten kennen inmiddels de prijs van streven naar meer groei: snijden in de verzorgingsstaat, een politiek riskante bezigheid die maar mondjesmaat wordt doorgevoerd.

Exit `Lissabon' dus? Niet helemaal. Commissievoorzitter Barroso wenst de draad van dit ambitieuze groeiproject weer op te pakken. Hij heeft gelijk. Dat menigeen in de Unie de sociale verworvenheden intact wil laten, hoeft het EU-bestuur niet van ambitie te weerhouden. Stilstand is achteruitgang. De economie in te veel EU-lidstaten heeft de laatste jaren op een te laag pitje gedraaid. De arrangementen van de welvaartsstaat en de zorg voor het milieu zijn alleen blijvend betaalbaar bij voldoende groei. Het is goed dat Barroso eens hardop zei dat de EU haar ,,grote, onaangeboorde potentieel'' moet aanspreken. In gezapig voortkabbelende economieën als die van Duitsland, Frankrijk of Nederland wordt te gemakkelijk het bekende voor lief genomen. Het succes van de Finse economie in de jaren tachtig en negentig laat zien hoe belangrijk innovatie en verandering als doelstellingen zijn.

Politiek gezien zijn de plannen van Barroso's commissie omstreden. Gisteren liet de eurocommissaris voor mededinging, de Nederlandse Neelie Kroes, in een interview weten dat de overheidssteun aan bedrijven en regio's tegelijk minder èn beter kan. Financiële steun is in de EU vanouds een politiek beladen onderwerp. Het is een heilige koe: duur en economische verstarring in de hand werkend. Het is dapper van Kroes dat ze de uitwassen ervan aankaart, maar nationale politici en een meerderheid in het Europees Parlement weten ongetwijfeld raad met haar fermheid.

Wil de Unie financieel rondkomen – een van de grotere vraagstukken de komende tijd – dan dient het `Lissabon-proces' op z'n minst een herkansing te krijgen. Graag iets minder borstklopperig dan vijf jaar geleden; het is al gênant genoeg dat van een doorstart sprake moet zijn.