Beroep onmogelijk tegen uitspraak Raad van State

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een zogeheten hoog college van staat, heeft gisteren uitspraak gedaan over de planologische kernbeslissing `Project Mainportontwikkeling Rotterdam' voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte.

Tegen het besluit, dat op 26 september 2003 door de ministerraad werd genomen en vervolgens door het parlement goedgekeurd, gingen dertien appellanten in beroep, waaronder de Nederlandse Vissersbond in Ermelo, Shell Nederland Raffinaderij in Rotterdam, het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne, en de Stichting Natuur- en Milieuwacht in Berkel en Rodenrijs. De Raad verklaarde hun bezwaren gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit van de ministeraad. Tegen de uitspraak van de Raad is volgens de wet geen beroep mogelijk.

De Raad liet zich adviseren door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening, een onafhankelijk deskundige. Alle partijen werden in de gelegenheidheid gesteld op dit advies te reageren.

De zaak diende voor Kamer 1 Ruimtelijke Ordening van de Raad van State. Voorzitter is dr. J.C.K.W Bartel, van huis uit belastingdeskundige. De kamer bestaat uit zeventien leden en tien plaatsvervangende leden, onder wie staatsraad R. Hoekstra, oud-minister van Defensie J. Voorhoeve, oud-voorzitter van de Tweede Kamer en specialist gezondheidszorg D. Dolman, oud-minister van Justitie E. Hirsch Ballin en oud-staatsscretaris van justie A. Kosto.

Shell ging in beroep omdat het vond dat er onduidelijkheid was ontstaan over de bruikbaarheid van zijn aanlegsteigers in de Vierde Petroleumhaven in de Rotterdamse haven.