Vervoersbeleid Peijs `eenzijdig'

Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA) moet vervoer over water en per spoor sterker stimuleren en meer partijen betrekken bij haar plannen voor infrastructuur. Haar beleid voor de komende jaren op het gebied van infrastructuur is ,,eenzijdig''. Dat zegt de Raad voor Verkeer en Waterstaat, het belangrijkste adviesorgaan van het kabinet voor deze zaken, in een rapport over de nota Mobiliteit van minister Peijs, die vorig jaar najaar verscheen. Minister Peijs had om het advies gevraagd.

De Raad voor Verkeer en Waterstaat is het helemaal eens met de keus van het kabinet voor versterking van de economie. De maatregelen voor een beter gebruik van de infrastructuur zijn volgens de raad echter ontoereikend. ,,Om de bereikbaarheidsproblemen, die zo langzamerhand onoplosbaar dreigen te worden, effectief aan te pakken zou veel meer geld nodig zijn'', aldus het advies. Peijs zou vele meer gebruik moeten maken van Europese regelingen ,,om geld te genereren voor logistieke projecten''. Het bedrijfsleven moet een belangrijker positie krijgen in de uitvoering, hetzelfde geldt voor provincies en gemeenten. Die moeten, vindt de adviesraad, ,,ook in financieel opzicht, de ruimte krijgen effectief verkeers- en vervoersbeleid te voeren''. De zogenoemde brede doeluitkering van het rijk zou kunnen worden omgezet in een regeling voor regionale belasting, vindt de raad.

In nota Mobiliteit gaat het kabinet uit van een stijging van het personenvervoer met 20 procent, voor het goederenvervoer wordt een toename verwacht van 40 tot 80 procent. Tussen 2010 en 2020 wordt zo'n 80 miljard euro uitgegeven aan onderhoud van wegen, nieuw asfalt en verbetering van het openbaar vervoer.

De Tweede Kamer uitte eind vorig jaar ook stevige kritiek op de plannen van Peijs en vroeg meer geld voor het openbaar vervoer omdat meer asfalt geen oplossing is voor het fileprobleem. Ook de Raad voor Verkeer en Waterstaat vindt de aanpak te eenzijdig, te weinig dynamisch. De minister moet verladers, en vervoerbedrijven ,,via financiële prikkels bewegen om meer gebruik te maken van de binnenvaart, de korte vaart en het spoor''.