Referendum over EU-grondwet: wanneer, waarover en hoeveel geld krijgen de tegenstanders voor hun campagnes?

Nu de Eerste Kamer akkoord is gegaan met het raadgevend referendum over de Europese grondwet, wachten tenminste vier netelige vragen op antwoord. Dat zal moeten komen van een nog te benoemen onafhankelijke referendumcommissie, bestaande uit zes deskundigen, die namens het parlement toeziet op een eerlijk verloop van het referendum.

De eerste spannende vraag is of de volksraadpleging voor of na het Franse referendum over hetzelfde onderwerp zal worden gehouden. Algemeen wordt aangenomen dat als de Franse kiezer de Europese grondwet afwijst – de kans daarop is, gelet op Franse peilingen, aanwezig – daarmee het lot van de Europese constitutie is bezegeld. Mocht het Nederlands referendum daarna worden gehouden, dan krijgt dit bij een Frans `nee' een vrijblijvender karakter. President Chirac heeft gezegd het Franse bindende referendum ,,voor de zomervakantie'' (die begint op 2 juli) te zullen houden.

Ook de vraagstelling in het referendum is geen louter technische kwestie. Dat bewijst een vinnig debat in het Verenigd Koninkrijk waar voor 2006 een referendum op stapel staat. De Britse concept-vraag die nog door het kabinet moet worden goedgekeurd, baseert zich op de formele naamgeving voor de Europese grondwet: `Moet het Verenigd Koninkrijk het verdrag goedkeuren dat een grondwet voor Europa vaststelt?' Dat is nodeloos ingewikkeld, oordeelt het `nee-kamp'. Waarom niet de simpele (maar tevens voor veel Britse kiezers retorische vraag) of het Verenigd Koninkrijk de Europese constitutie moet goedkeuren? Spanje, dat op 20 februari als eerste EU-lidstaat een volksuitspraak vraagt, hanteert de formulering: `Stemt u in met het verdrag dat een grondwet voor Europa vaststelt?' De concept-vraagstelling waarover de Nederlandse referendumcommissie moet besluiten, luidt: `Bent u voor of tegen het Europees Grondwettelijk Verdrag?'

Het derde gevoelige onderwerp betreft de verdeling van overheidssubsidies voor de referendumcampagne. Voor maatschappelijke organisaties is één miljoen euro beschikbaar. Veel te weinig, oordelen tegenstanders van de Europese grondwet zoals de SP. Critici van de grondwet zullen het volgens hen vooral van gratis publiciteit moeten hebben, zoals kranteninterviews en talkshows. Vice-premier De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) heeft al aangekondigd dat ook het kabinet van vrije publiciteit gebruik zal maken om de zaak van het kabinet te verdedigen. Als ondertekenaar van het Europees Grondwettelijk Verdrag is de overheid partij in de campagne, aldus De Graaf.

Tenslotte moet de referendumcommissie ervoor zorgen dat alle stemgerechtigden een begrijpelijke en neutrale samenvatting van de Europese constitutie in de bus krijgen. Volgens senator Van Middelkoop (ChristenUnie) is dat een moeilijke opgave: een neutrale samenvatting leek hem onmogelijk.