Mohammed B. koos bewust voor daden

Mohammed B., verdacht van de moord op Theo van Gogh, wil ,,volledig verantwoordelijk'' worden gehouden voor zijn daden. Volgens zijn raadsman P. Plasman heeft B. op 2 november 2004 ,,een keuze gemaakt en vanuit die keuze gehandeld.''

Dat zei de advocaat vanmorgen tijdens de eerste pro forma-zitting in de zaak-Van Gogh. Mohammed B. wil geen psychologisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC). Volgens Plasman is hij ,,op geen enkele manier verminderd toerekeningsvatbaar''. Het openbaar ministerie (OM) wil wel zo'n onderzoek om te achterhalen hoe de verdachte tot zijn daad is gekomen. Officier van justitie Van Straelen erkent dat dat moeilijk wordt als een verdachte weigert, maar zegt het wel te willen proberen. De rechtbank zou later vanmiddag hierover een besluit nemen.

Justitie gaat ervan uit dat Mohammed B. hulp heeft gekregen van medeplichtigen. Direct na de moord op Van Gogh op 2 november 2004 en op 10 november zijn er verschillende andere moslimextremisten aangehouden die volgens de inlichtingendienst AIVD en justitie behoren tot het zogeheten Hofstadnetwerk. Twaalf van hen zitten nog vast. Ze worden verdacht van het beramen van moord op de Kamerleden Hirsi Ali en Wilders, burgemeester Cohen en wethouder Aboutaleb van Amsterdam. Het onderzoek in de zaak tegen de twaalf gebeurt onder verantwoordelijkheid van het landelijk parket in Rotterdam. De moord op Van Gogh wordt door het parket Amsterdam behandeld.

Naar aanleiding van een uitzending van het televisieprogramma `Opsporing Verzocht' in december, waarin een foto van Mohammed B. werd getoond, hebben zich verschillende belangrijke getuigen gemeld, zo liet officier van justitie Van Straelen vanmorgen weten. Verscheidenen van hen hebben verklaard B. in de dagen en weken voor moord op de route van het huis van Van Gogh aan de Pythagorasstraat tot aan de plek van de moord op de Linnaeusstraat te hebben gezien.

Volgens de officier zijn er belangrijke aanwijzingen dat leden van het netwerk Mohammed B. hebben geholpen bij de moord. Zo hecht de aanklager veel waarde aan het feit dat een van de medeverdachten, Mohammed Fahmi B., ,,geen sluitend alibi'' heeft in de drie kwartier ,,exact rond het tijdstip van de moord''. Deze verdachte werkte bij een bouwbedrijf dat was gevestigd in de Pythagorasstraat. Verder vindt het OM het van belang dat de twee `Hofstadleden' Jason W. en Ismail A. soep hebben langsgebracht bij het Amsterdamse huis van Mohammed B.

Jason en Ismail werden op 10 november door speciale eenheden uit hun huis in het Haagse Laakkwartier gehaald. De AIVD heeft in de periode van 2 tot 10 november een groot aantal gesprekken van deze twee verdachten afgeluisterd. Eén van de gesprekken begint met een soort van communiqué. De verdachten spreken over ,,de brigade van de de Islamitische jihad''

[vervolg MOHAMMED B.: pagina 3]

MOHAMMED B.

Afscheidsgedicht 'gedoopt in bloed'

[vervolg van pagina 1]

,,Wij hebben, conform de authentieke islamitische wijze een lam afgeslacht. Dit zal voortaan, de straf zijn die opgelegd zal worden aan ieder in dit land die Allah en zijn gezant uitscheldt (...) O, jij Ayaan Hirsi, morgen, als Allah het wil, ben jij aan de beurt Ali.''

Uit een tweede conversatie is het volgende fragment gevoegd in het dossier: ,,Hahahaha. Wij, wij zijn het groepje van Mohammed B. met Theo van Gogh.''

Over de bedoelingen van Mohammed B. bestaat bij het OM geen twijfel. De verdachte ,,verwachtte dood te gaan en hij wilde martelaar worden'', zei officier Van Straelen vanochtend. De politie heeft bij huiszoeking bij een medeverdachte afscheidsbrieven van B. aan zijn familie aangetroffen, waarin hij onder meer volgens Van Straelen zegt dat hij ervoor gekozen heeft ,,zijn plicht tegenover Allah te vervullen en om zijn ziel te verruilen voor het paradijs''.

In een ander schrijven, aldus Van Straelen, maant hij zijn vrienden en familie ,,de islam te beleven zoals hij dat heeft gedaan'' en beslist hij ,,dat zijn schulden die hij bij de Kuffar heeft, de heidenen, waaronder zijn bank, niet mogen worden afgelost.'' Enkele dagen voor de moord had B. zoveel geld opgenomen dat hij bijna duizend euro rood stond, aldus de officier van justitie.

In een andere brief die in een envelop zat met het opschrift 'Zakaria' (waarschijnlijk medeverdachte Zakaria T.) schrijft B. onder meer dat hij bij zijn ,,operatie of aanslag'' de `open brief aan Hirsi Ali' en het afscheidsgedicht `Gedoopt in bloed' bij zich zal dragen, die respectievelijk op het lichaam van Van Gogh en bij de arrestatie van de verdachte zijn gevonden.

In dezelfde envelop zat een memory-stick voor een computer vol met extremistische documenten, ook van B.'s hand. Deze documenten zijn bij verschillende andere verdachten aangetroffen. Van Straelen maakte bekend dat B. vorige week nog een door hem geschreven stuk via zijn broer uit het penitentiair ziekenhuis waar hij ligt, heeft proberen te smokkelen.

Het OM richtte zich bij het begin van de regiezitting tot het publiek buiten de rechtszaal. Officier van justitie Van Straelen benadrukte dat Mohammed B. een ,,uitzonderlijk extreme uitleg van de Koran'' hanteert en dat dat niet representatief is voor de islam.