Het beeld

Er hangt een briefje op een prikbord in het Amstelveense Cobramuseum. Bij nader inzien blijkt het vod een verkreukeld deel van een pagina uit de koran te zijn. Er staan zowel Nederlandse als Arabische teksten op. Enkele Nederlandse zinnen zijn doorgestreept. Met hanepoten staan er zinnen naast en boven geschreven, bijvoorbeeld `laten we elkaar begrijpen' en `geen oorlog'. Het papiertje maakt deel uit van een overzichtstentoonstelling van de jonge Nederlandse kunstenaar Rachid ben Ali. Hij noemt de toegevoegde zinnen `verzachtingen'.

Een reportage in het NPS-magazine PREMtime maakt duidelijk waarom deze tentoonstelling een minstens zo goede test vormt van de vrijheid van meningsuiting als de film Submission. Ook de in Marokko geboren Ben Ali zegt te zijn bedreigd, door zowel het Stormfront als radicale moslims. De bedoelingen van de kunstenaar lijken niet politiek. Hij wil de chaos verbeelden, zegt hij, omdat we in chaotische tijden leven. Dus hangen er in het museum gekrabbelde schetsen over de tsunami, van een liggende dikke man met twee messen in zijn lijf en van een `stomme' imam bij wie er poep uit de mond komt.

De reportage laat verschillende reacties zien van bezoekers van islamitische afkomst. Sommigen vinden het werk interessant of goed, maar drie jongeren verklaren zich heftig geschokt. ,,Kijk nu toch eens, hij vervangt woorden uit de koran door zijn eigen woorden, dat mag helemaal niet!'' vindt een meisje met hoofddoek. Even later gaat een jongen, die wordt voorgesteld als jongerenwerker, de discussie aan met de erbij gehaalde Ben Ali. Er zijn minstens twee camera's bij het gesprek aanwezig. De kritische jongere noemt het werk `kinderachtig'. Na korte tijd beschuldigt de kunstenaar zijn criticus van een `respectstoornis', laat de jongen niet uitpraten en loopt boos weg.

Het doel van Rachid ben Ali lijkt niet om de wereld te verbeteren, zoals Ayaan Hirsi Ali voor ogen staat. Hij wil wel laten zien dat de woorden van de koran door mensen vervangen kunnen worden, en getuigt van een zeer praktische instelling. Als het Cobramuseum dat papiertje zou weghalen, dan zou dat betekenen dat kunstenaars niet mogen zeggen wat ze willen, zelfs niet in een museum.

Tegelijkertijd moeten de Marokkaanse jongeren en jongerenwerkers wel het idee krijgen dat ze ook mogen zeggen en doen wat zij willen. Presentator Prem Radhakishun van het in de frontlijn van het verwarde Nederland opererende programma PREMtime liet in dezelfde aflevering zien waarom daar twijfel over bestaat. De burgemeester van Breda, PvdA-vicevoorzitter Peter van der Velden, wil de belwinkels in zijn gemeente gaan verbieden, omdat ze een dekmantel voor criminele activiteiten kunnen zijn en omdat ze overlast veroorzaken. Na enig doorvragen blijkt die overlast vooral te bestaan uit waarnemingen door witte mensen van grote groepen zwarte mensen. Prem filmt 's avonds alleen maar lege straten in Breda. Een donkere jongen lijkt de spijker op z'n kop te slaan met de conclusie dat de mensen in Breda bang zijn voor alles wat niet wit is.

    • Hans Beerekamp