`Veramerikanisering onderwijs is niet acceptabel'

Doekle Terpstra verruilt de vakbond voor het hoger onderwijs. Hij wil vercommercialisering voorkomen. ,,Laten we van de NS leren.''

Nog voordat hij is begonnen als voorzitter van de HBO-raad is Doekle Terpstra (48) al vol lof over zijn nieuwe branche, het hoger beroepsonderwijs. ,,Veel ondernemingen kunnen een puntje zuigen aan de wijze van bedrijfsvoeren van hogescholen.'' En de hbo-fraude dan, dat is toch geen voorbeeldige bedrijfsvoering? ,,Dat debat is gepolitiseerd, het woord fraude wordt veel te makkelijk gehanteerd. Wat kwaad is, moet als kwaad worden benoemd, maar fraude is een heel groot woord.''

Per 1 mei stapt CNV-voorzitter Terpstra over naar de belangen- en werkgeversvereniging van de Nederlandse hogescholen. Hij was verantwoordelijk voor 360.000 leden van elf vakbonden, hij wordt het voor 350.000 studenten en 30.000 werknemers aan 44 hogescholen. Zijn werkplek is er in ieder geval op vooruitgegaan. Terpstra verhuist van een troosteloos kantoor in een Utrechts bedrijvenparkje naar een statig pand in het centrum van Den Haag. Hij gaat van een krappe kamer met systeemplafond naar een kleine balzaal met lambriseringen.

De overstap mag sommigen hebben verrast, voor Terpstra is het een droom die uitkomt. ,,Geloof het of niet, maar een dag voordat Frans Leijnse zijn vertrek aankondigde als voorzitter van de HBO-raad, zei ik tegen mijn vrouw dat dat me een mooie baan leek. Toen Tilburg niet doorging [Terpstra verloor vorig jaar de strijd om het burgemeesterschap van Tilburg van Ruud Vreeman, red.], heb ik dat boek gesloten. Leeuwarden heb ik laten passeren. Ik wilde een bestuurlijke functie op het snijvlak van politiek, samenleving en bedrijfsleven. Dat zit allemaal in deze functie.''

Bovendien noemt Terpstra zichzelf ,,een echte hbo'er''. ,,Ik ben geen wetenschapper, ik hou niet zo van de wetenschappelijke analyse. Ik wil weten hoe ik abstractie kan omzetten in concrete toepassingen.'' Tijdens zijn studie aan de sociale academie in Kampen in de jaren zeventig zat Terpstra als studentlid al in een sectie van de HBO-raad. Later werd hij voorzitter van de raad van toezicht van Hogeschool Windesheim in Zwolle en was hij nauw betrokken bij de nu in volle gang zijnde fusie met de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze nevenfunctie geeft Terpstra op.

De overlap tussen oude en nieuwe functie betreft onder meer bekendheid met het bedrijfsleven. Ook vanuit onderwijsperspectief is er reden voor een kritische bejegening, meent Terpstra. ,,Werkgevers zijn conservatief, ze kijken niet vooruit. Ze willen dat het onderwijs zich aanpast aan het bedrijfsleven, maar wat mij betreft gaat het om wisselwerking. Er moeten betere afspraken komen over het aanbieden van stageplaatsen, over de uitwisseling van kennis. Het midden- en kleinbedrijf moet ontvankelijker worden voor innovatie, niet alleen zeggen `wij hebben timmerlieden nodig'. Bedrijven hebben nu te veel een houding van; wij vragen en u moet leveren, die mentaliteit moet veranderen. De werkgeversorganisaties VNO en MKB zijn nog niet van mij af.''

Volgens Terpstra wordt het hoger beroepsonderwijs onvoldoende betrokken bij het realiseren van de in Europees verband afgesproken Lissabon-ambities. ,,Dat Innovatieplatform van Balkenende functioneert niet. Het is te veel gericht op het toepasbaar maken van wetenschappelijke kennis. Maar daar ligt niet de sleutel van de kenniseconomie, die ligt bij de hogescholen. Als we in 2010 werkelijk vijftig procent van de beroepsbevolking hoger opgeleid willen hebben, dan moet de doorstroom van mbo naar hbo omhoog. Daarnaast is `leven lang leren' cruciaal: ouderen moeten terug naar het onderwijs. Werknemers die niet toekomstgericht zijn, niet weerbaar zijn, plaatsen zichzelf buiten de arbeidsmarkt.''

De suggestie dat hogescholen in hun relatie met universiteiten last zouden hebben van een minderwaardigheidscomplex noemt Terpstra ,,belachelijk''. En als het al zo zou zijn, dan past het bij hem, want in de verhouding CNV-FNV moest hij ook altijd ,,knokken vanuit een underdog-positie''.

,,Hogescholen moeten geen universiteitje willen spelen. Lectoren zijn geen pseudo-hoogleraren, maar schakels tussen samenleving en onderwijs. Niks geen pseudo. Dat academische masteropleidingen wel worden bekostigd en hbo-masters niet, is natuurlijk vreemd. Het verschil in titels van afgestudeerde hbo'ers en academici is op zich niet erg. Voorwaarde is alleen dat het hbo-diploma in het buitenland goed herkenbaar is. Ik moet nog heel veel gaan luisteren, wat ik heel erg moeilijk vind, maar ik zie geen reden om ons binaire stelsel te verlaten. Het verschil tussen doeners en denkers zit ingebakken in de menselijke natuur, het heeft weinig zin om dat te ontkennen.''

Veel hogescholen zijn in het afgelopen decennium door fusies uitgegroeid tot grootschalige instellingen met vestigingen in meerdere steden. Zijn er grenzen aan de groei? ,,Ik ga de bestuursvoorzitters van InHolland en Fontys zeker vragen waarom ze zo graag willen groeien. Schaalvergroting kan geen doel zijn. Het moet een middel zijn om het primaire doel te dienen: goed onderwijs. Het moet in het belang zijn van Nederland of de regio en van de student, niet in het belang van instellingen of structuren.

,,Een van mijn ambities als voorzitter is het versterken van het interne toezicht bij de hogescholen. Terecht is dat governance-debat door de hbo-fraude op de agenda gekomen. Een hogeschool is eigenlijk hetzelfde als een structuurvennootschap, dus wat mij betreft krijgt de raad van toezicht dezelfde status als de raad van commissarissen in het bedrijfsleven. Dat betekent dat de raad van toezicht verplicht wordt en dat de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn. Als dat gebeurt, kan de overheid het toezicht loslaten.''

Staatssecretaris Rutte, verantwoordelijk voor het hoger onderwijs, noemde de overstap van Terpstra een `24-karaatsbenoeming'. Dankzij Rutte's vorige baan bij Sociale Zaken kennen de twee elkaar goed. Op minstens twee punten komen bewindsman en hbo-voorzitter nog tegenover elkaar te staan. Rutte wil gaan experimenteren met een open bestel in het hoger onderwijs, waarbij commerciële aanbieders ook in aanmerking komen voor overheidsbekostiging. Terpstra: ,,Daar ben ik absoluut op tegen, ik vind dat killing. Onderwijs moet een publieke zaak blijven. Laten we van de Nederlandse Spoorwegen leren hoe slecht liberalisering kan uitpakken. Marktpartijen pakken alleen de commercieel interessante opleidingen, de rest belandt bij publieke instellingen. Zo'n veramerikanisering van het onderwijs moeten we niet accepteren.''

En dan is er de visie van Rutte op de student als consument, die onderwijs inkoopt bij de aantrekkelijkste instelling. ,,Een student is meer dan een consument, en onderwijs is geen geïndividualiseerd product dat je kunt eisen. De opvoedende taak van het hbo moet blijven bestaan. Die studenten zijn jonge mensen, zoekend en tastend, die begeleid moeten worden. Ze moeten toegerust worden om samen te leven. De taak van het onderwijs is om jongeren verschillig te maken, niet onverschillig.''