Straatverbod tegen terreur

Het kabinet wil terreuraanslagen, radicalisering en het aanzetten tot haat tegengaan met straat- en beroepsverboden en een aanzienlijke uitbreiding van de inlichtingendiensten. Inlichtingen-, beveiligings-, en opsporingsdiensten worden uitgebreid met 600 formatieplaatsen.

Straatverboden worden ook mogelijk voor personen tegen wie nog geen concrete verdenking bestaat. Zij kunnen het verbod krijgen om in de buurt van bepaalde personen of gebouwen te komen. Ook kunnen die personen de verplichting opgelegd krijgen zich periodiek te melden op een politiebureau.

De ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) maakten dat gisteren bekend bij de presentatie van een brief aan de Tweede Kamer over de verdere uitbreiding van het Nederlandse antiterreurbeleid. Donner wil het wettelijk mogelijk maken dat personen die beroepsmatig aanzetten tot haat of radicalisering (onderwijzers, godsdienstleraren) door de rechter als aanvullende straf een beroepsverbod krijgen opgelegd.

In de praktijk kan dat volgens Donner betekenen dat iemand die beroepshalve de aanslagen van 11 september verheerlijkt vervolgbaar is. ,,Dat gaat vrij ver, maar als wat de een zegt, bij de ander tot geweld kan leiden, zul je moeten kijken hoe daartegen kan worden opgetreden.'' Iemand van wie bekend is dat hij bijvoorbeeld in het buitenland een trainingskamp heeft bezocht, loopt volgens Donner het risico dat hij voor een straatverbod of meldingsplicht in aanmerking komt.

Het kabinet wil ook de mogelijkheden van preventief fouilleren uitbreiden. Dat gebeurt onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie of het openbaar ministerie. Preventief fouilleren zal in ieder geval mogelijk worden bij internationale vliegvelden en een aantal zeehavens. Daarvoor is wetswijziging noodzakelijk, zodat die maatregel niet direct kan worden ingevoerd.

Remkes motiveerde de uitbreiding van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) onder meer met de constatering dat de `ongewenste bemoeienis van vreemde mogendheden' in Nederland groeiende is. ,,Het aantal landen dat heimelijk activiteiten in Nederland verricht is groter dan tijdens de Koude Oorlog'', aldus Remkes. [Vervolg TERREUR: pagina 3]

TERREUR

D66: vrijheden bevolking in de knel

[Vervolg van pagina 1] De activiteiten van buitenlandse diensten zijn volgens Remkes onder meer gericht op beïnvloeding van politieke en ambtelijke besluitvorming en beïnvloeding van de migrantenpopulatie in Nederland.

Behalve de AIVD krijgen ook de regionale inlichtingendiensten uitbreiding van capaciteit. ,,Terreurbestrijding moet niet alleen plaats vinden vanuit de `Haagse koepel', maar ook vanuit de haarvaten van de samenleving.''

Het kabinet voert vanaf maart dit jaar een landelijk alerteringssysteem in voor overheidsdiensten en het bedrijfsleven. Dat systeem telt drie kleurcodes: geel (lichte dreiging), oranje (matige dreiging) en rood (hoge dreiging). Als eerste krijgen, naast Schiphol, de NS, de gemeente Rotterdam en water- en elektriciteitsbedrijven ermee te maken. Op basis van de code moeten ze bepaalde beveiligingsmaatregelen nemen.

Binnen de coalitie heeft D66 problemen met de maatregelen. Fractievoorzitter Dittrich vreest dat ,,vrijheden van de hele bevolking in de knel kunnen komen omdat personen die niet verdacht zijn van een misdrijf, toch een verbod opgelegd kunnen krijgen''. De VVD, eind vorig jaar nog ontevreden over het antiterreurbeleid, noemt de brief van beide ministers `bemoedigend'. ,,Het kabinet heeft onze boodschap begrepen. Het komt nu aan op praktische uitvoering'', aldus woordvoerster Griffith. Het CDA spreekt van een `indrukwekkende reeks maatregelen' en vindt dat het kabinet op de goede weg is. PvdA-woordvoerder Van Heemst vindt dat het kabinet nog te veel blijft steken in vaagheden. GroenLinks noemt het wetgevingsprogramma `teleurstellend' en getuigen van een `hoog symboolgehalte', aldus fractievoorzitter Halsema. Volgens GroenLinks voldoet het huidige arsenaal aan strafwetten om terrorisme aan te pakken.

hoofdartikel: pagina 9:pagina ]