Precisie dodental tsunami in Atjeh illusoir

Het zal wel nooit bekend worden hoeveel doden er in totaal zijn gevallen in de Indonesische provincie Atjeh bij de tsunami van 26 december. Dubbeltellingen zijn niet te voorkomen, en lang niet iedere dode zal worden geborgen.

De president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono, zei vorige week dat ,,we misschien nooit zullen weten hoeveel mensen er zijn omgekomen''. Hij doelde op de tsunami van tweede kerstdag, die het hardst toesloeg aan de noord- en westkust van de Indonesische provincie Atjeh.

Een verlossend woord was het niet, wel een waar woord. Nog steeds sturen de Indonesische autoriteiten dagelijks voorlopige tellingen de wereld in van doden en vermisten. Die cijfers suggereren een precisie die illusoir is. Want noch het ministerie van Volksgezondheid noch het departement van Sociale Zaken kan dubbeltellingen voorkomen.

Vanochtend bracht Volksgezondheid de laatste stand: 96.232 doden en 132.197 vermisten. Het ministerie telt alleen de geborgen lichamen als doden. Sociale Zaken kwam eind vorige week met een sterk afwijkende telling: 123.501 doden en 12.070 vermisten. De ambtenaren in kwestie hebben nog geen bevredigende verklaring gegeven voor deze afwijking. Die is te wijten aan de verkokering van het Indonesische staatsapparaat en, mede als gevolg daarvan, aan een verschil in gehanteerde methoden.

Superminister van Welzijn Alwi Shihab, die beide departementen coördineert, kondigde zaterdag de ,,installering van een centraal informatiesysteem'' aan ,,dat ons in staat stelt een betrouwbare schatting te maken van het aantal vermisten''. Dat systeem zal worden gekoppeld aan de bevolkingsgegevens van het getroffen gebied, voor zover die niet verloren zijn gegaan.

Nog dagelijks worden grote aantallen lichamen geborgen. Gisteren waren dat er 1.350 in de provinciehoofdstad Banda Atjeh en het omliggende regentschap Groot-Atjeh en 58 in Atjeh Jaya en West-Atjeh, twee regentschappen aan de westkust. Menige desa aan de zwaar getroffen westkust is nog niet bezocht door hulpverleners die lijsten van doden en vermisten bijhouden.

Het mag duidelijk zijn dat lichamen die meer dan een week na de ramp zijn geborgen niet meer kunnen worden geïdentificeerd. Veel slachtoffers zijn in de razende centrifuge van de tsunami ontdaan van kleding die aanknopingspunten zou kunnen bieden voor de identiteit van de doden. Het identificatieprobleem vergroot de kans op dubbeltellingen.

Hulpverleners en lokale bevolking weten de laatste weken niet meer wie men begraaft en het is heel wel mogelijk dat één en dezelfde persoon zowel wordt opgeteld bij de geborgen doden als bij de vermisten.

Het relatief grote aantal vermisten is maar voor een deel te wijten aan dubbeltellingen. De vloedgolven van tweede kerstdag sloegen in de smalle kustvlakten van noordwestelijk Atjeh alles kaal. Toen ze zich terugtrokken, stond er niets meer overeind om de doden vast te houden. Grote aantallen lichamen zijn meegezogen naar open zee. Een enkele overlevende dreef dagenlang tussen ontelbare lijken. Hij werd opgepikt door vissers, maar de doden bleven achter en kunnen niet meer worden geteld. Atjehers weigeren de afgelopen weken zeevis te eten en de ooit bloeiende visserij verkeert in een acute crisis.

In 1883 explodeerde Krakatau, een vulkaaneilandje in Straat Sunda, tussen Java en Sumatra. Bij die uitbarsting en de daaropvolgende tsunami kwamen volgens historische bronnen 36.417 mensen om. Tot dusverre werd die natuurramp beschouwd als de grootste uit de geschreven geschiedenis. De zeebeving en tsunami die eind 2004 Atjeh trof, heeft dat trieste record ruimschoots gebroken. Het ziet er naar uit dat die rond de 200.000 mensenlevens heeft geëist. Maar President Yudhoyono heeft gelijk: we zullen het wel nooit precies weten.

    • Dirk Vlasblom