OM in problemen door geheimhouding

De rechten van AIVD-medewerker Outman ben A., die wordt beschuldigd van het lekken van staatsgeheimen van de inlichtingendienst, dreigen in het geding te komen door de geheimhouding die wordt betracht in het onderzoek tegen hem, zo vindt de Rotterdamse rechtbank. Het OM zal met oplossingen moeten komen om de dreigende schending van de verdedigingsbelangen van Ben A. te ,,repareren'' of te ,,compenseren''.

Outman ben A. werd eind september op het hoofdkantoor van de AIVD aangehouden op verdenking van het lekken van geheime stukken, onder meer naar leden van de zogeheten Hofstadgroep. Ondanks de straf die hem hiervoor boven het hoofd hangt, staat het Ben A. niet vrij om met zijn advocaten te praten. De dienst verbood hem dat, omdat hij zich dan opniew schuldig maakt aan een strafbaar feit. Ook de stukken die Ben A. gelekt zou hebben, zijn alleen in gecensureerde vorm in het strafdossier gevoegd.

De advocaten van Ben A. hadden twee weken geleden tijdens de eerste pro forma-zitting gevraagd het OM te dwingen meer openheid te betrachten. De rechtbank onderkent het probleem, maar stelt dat het niet aan de rechtbank is om nu in te grijpen, maar aan de rechter-commissaris. Deze zal in overleg met OM en verdediging moeten bepalen op welke manier er met de staatsgeheimen moet worden omgegaan. Zo zouden de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken) en Donner (Justitie) ontheffing van de geheimhoudingsplicht kunnen verlenen. Ook zou de verdediging de gelekte stukken bij de rechter-commissaris kunnen inzien, aldus de rechtbank.

Volgens advocate B. Böhler blijkt uit de beslissing dat de rechtbank de huidige situatie niet accepteert. ,,De rechtbank zegt dat er iets moet gebeuren, en doet suggesties. Daaruit blijkt dat de rechtbank vindt dat de problemen moeten worden opgelost, en dat er anders niet-ontvankelijkheid voor het OM zal volgen.''