Macht moet terug naar verenigingen

In een nieuw publiek omroepbestel moeten de omroepverenigingen meer programmatische ruimte en invloed krijgen ten koste van de zeggenschap van het centrale bestuur van alle omroepen.

Dat staat in een nog vertrouwelijk rapport van adviesbureau Boer & Croon, gemaakt op verzoek van alle omroepverenigingen met een publieke zendmachtiging, zoals TROS en KRO.

Het rapport voorziet in een `restauratie' van het omroepbestel met handhaving van de brede programmering, blijvende reclame-inkomsten en meer armslag voor de omroepverenigingen. Die moeten meer programmatische zeggenschap krijgen en meer ruimte voor ,,ondernemerschap en innovatie''.

Met het rapport mengen de verenigingen zich in de discussie over de toekomst van het publieke bestel. Staatssecretaris Van der Laan (Media) wil dit voorjaar een nieuwe visie op het bestel voorleggen aan de Tweede Kamer.

Eerder lekte een advies van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit waarin wordt gepleit voor een kleine publieke omroep. Amusement en reclame zijn dan geen kerntaken meer en omroepverenigingen voeren niet langer de boventoon. De raad van bestuur van Publieke Omroep moet nog een standpunt innemen.

Het rapport van Boer & Croon schetst als meest wenselijke toekomstbeeld het ,,Open dynamisch model''. Centraal daarin staan de omroepverenigingen en niet de raad van bestuur of de netcoördinatoren. De netcoördinatoren zouden een ,,bedrijfsbureau'' worden, ondergeschikt aan netdirecties die worden aangestuurd door de omroepverenigingen.

Het rapport voorziet ook in het afschaffen van de status van de `39f-omroepen', zoals de Humanistische Omroep. Deze omroepen krijgen nu zendtijd en subsidie op basis van hun levensbeschouwing. In tegenstelling tot andere omroepen hoeven zij het bestaan van een achterban niet aan te tonen met leden. Boer & Croon adviseert ook voor deze omroepen zo'n verplichting in te stellen. Tot ze voldoende leden hebben, moeten zij op een ,,reservebank'' plaatsnemen.

Volgens het rapport is het ,,raadsel van Hilversum'' dat de ,,goed'' werkende verenigingen telkens geconfronteerd worden met kritiek op de prestaties en de structuur van het bestel''. De tot nu toe gekozen oplossing om de raad van bestuur een grote uitvoerende invloed te geven is, volgens het rapport, in strijd met ,,de wens tot een maatschappelijke, pluriforme inbedding en onafhankelijheid van het bestel, met de huidige politieke beleidslijn en met de EEG-richtlijn.''

    • Joep Dohmen