Groep om ontucht niet te vervolgen

Groepsverkrachting is niet opgenomen in het wetboek van strafrecht als een zelfstandig delict. Plegers van groepsverkrachtingen kunnen daarvoor dus niet worden vervolgd. Dat heeft minister Donner (Jusititie) gisteren schriftelijk aan de Tweede Kamer laten weten.

Eind vorig jaar stelden de Kamerleden Griffith en Örgü vragen aan de minister naar aanleiding van een rapport van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechthandhaving. De onderzoekers analyseerden een groot aantal groepsverkrachtingen gepleegd tussen 1993 en 2001. Uit het onderzoek bleek dat de daders veelal minderjarig zijn, gemiddeld veertien jaar. Ook werd duidelijk dat een derde van alle strafzedenzaken tegen jongeren een groepsverkrachting betrof. Omdat niet van alle groepsverkrachtingen aangifte wordt gedaan, konden de onderzoekers niet precies vaststellen om hoeveel zaken het jaarlijks gaat. geschat wordt dat zeker 200 minderjarigen per jaar zich schuldig maken aan groepsverkrachting.

Aangezien groepsverkrachting niet als zelfstandig delict is opgenomen in het wetboek van strafrecht, is het ook niet mogelijk na te gaan hoeveel jongeren voor dat delict worden bestraft, schrijft Donner.

Volgens Donner kan de `betreffende gedraging' nu worden gekwalificeerd als `medeplegen van een verkrachting', waarvoor de pleger maximaal 12 jaar opgelegd kan krijgen. De meeste groepsverkrachters zijn minderjarig, op hen is dus het jeugdstrafrecht van toepassing. Dat betekent dat de maximumstraf voor 12- tot 16-jarigen een jaar jeugddetentie is, voor 16- en 17-jarigen twee jaar.

Donner zegt dat hij niet van plan is het wetboek van strafrecht te wijzigen, om daarmee de straffen voor groepsverkrachters te verhogen. Hij ziet meer in dadergerichte behandelingen en leerstraffen voor de jeugdige daders. Ook zou volgens hem de weerbaarheid van de (potentiële) slachtoffers moeten worden vergroot.