Toestroom Polen naar Nederland overtreft raming

De toestroom van Midden- en Oost-Europese werkzoekenden overstijgt de verwachting. Het Centrum voor Werk en Inkomen verleende vorig jaar binnen drie kwartalen meer dan 25.000 werkvergunningen voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa. De meesten (20.700) waren Polen, veelal seizoensarbeiders in de land- en tuinbouw. Het Centraal Planbureau rekende op maximaal 10.000 Midden- en Oost-Europese seizoensarbeiders per jaar. Staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) wil nu het aantal vergunningen voor deze werknemers beperken.

Van Hoofs voorganger Rutte, tegenwoordig staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, wilde de land- en tuinbouwsector aanvankelijk gesloten houden voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa. Dit leidde tot een verhit debat in de Tweede Kamer, waar met name het CDA vreesde voor problemen bij de oogst. De Kamer nam een motie aan waarin de staatssecretaris werd verzocht tijdelijk seizoensarbeiders toe te laten. Rutte gaf hieraan gehoor.

Op 1 mei vorig jaar traden acht Midden- en Oost-Europese lidstaten toe tot de Europese Unie. In de drie kwartalen die volgden, werden 25.632 werkvergunningen verleend voor werknemers uit deze landen, zo blijkt uit cijfers die Van Hoof naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarvan werden er 16.245 uitgegeven voor de land- en tuinbouw. De overige vergunningen gingen naar werknemers in de zakelijke dienstverlening (4.585), de binnenvaart (761), de voeding- genotmiddelenindustrie (603) en het wegvervoer (602).

Van Hoof wijst er in het dagblad Trouw van afgelopen zaterdag op dat een project om Nederlanders met een uitkering in de land- en tuinbouw aan werk te helpen, vorig jaar slechts 383 arbeidskrachten opleverde. Hij wil de vergunningverlening aan Midden- en Oost-Europese werknemers nu opnieuw in het kabinet ter discussie stellen. ,,Als ik dit zo weeg, moeten we nog eens goed naar die vergunningen kijken. We hebben nog heel veel potentiële arbeidskrachten voor dit werk in de uitkeringen zitten.''

De Raad voor Werk en Inkomen heeft Van Hoof geadviseerd om uitkeringsgerechtigden via een detacheringsbedrijf in de land- en tuinbouw te laten werken. Van Hoof voelt daar wel voor, omdat dit het papierwerk en de kosten voor werkgevers beperkt.