Kritiek van paus op euthanasiepraktijk

Paus Johannes Paulus II heeft zaterdag de vrijzinnige Nederlandse euthanasiewetgeving opnieuw onder vuur genomen. Hij deed dit tijdens het kennismakingsbezoek van Monique Frank, de nieuwe Nederlandse ambassadeur bij de Heilige Stoel, die de paus haar geloofsbrieven kwam aanbieden.

Tijdens zijn speech, waarvan delen in de huiskrant van het Vaticaan L'Osservatore Romano zijn verschenen en andere delen in de Italiaanse pers zijn geciteerd, riep de paus op tot herbezinning over de ,,nieuwe Nederlandse wetgeving ten aanzien van het begin en het einde van het menselijk leven.''

,,Ik nodig de autoriteiten, het medisch personeel en iedereen die een rol speelt in het onderwijs nogmaals uit de ernst van deze thema's en het gevolg van de keuzes die gemaakt worden onder ogen te zien, opdat we een samenleving bouwen die meer en meer oog heeft voor de mens en zijn waardigheid.''

De oproep van de paus kwam op de dag dat het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde in een artikel bekendmaakte dat sinds 1997 artsen 22 maal melding hebben gemaakt van vroegtijdige levensbeëindiging bij pasgeboren kinderen met een open rug. Levensbeëindiging van jonge kinderen heeft wereldwijd tot veel negatieve reacties geleid. Een functionaris van het Vaticaan zei vorig jaar nog dat de grens tussen de Nederlandse euthanasiepraktijk en die van Nazi-Duitsland aan het vervagen was.

Paus Johannes Paulus II refereerde indirect ook aan de moord op filmregisseur en columnist Theo van Gogh. Nederland beleeft volgens hem een ernstig conflict tussen degenen die pleiten voor gastvrijheid en degenen die de ,,invasie'' van immigranten willen stoppen. De paus geeft de eerste groep gelijk en roept op tot ,,grondige dialoog'', waarbij de verschillende bevolkingsgroepen elkaar beter moeten leren kennen. Christenen dienen als ,,ambachtslieden van vrede en dialoog'' dit gesprek te stimuleren. En moslims mogen geweld niet legitimeren met een beroep op hun geloof, aldus de paus.

Positief was de paus over Nederlands grote inzet bij het bestrijden van armoede en honger en het stimuleren van medische hulpverlening aan volkeren die het slachtoffer zijn van de aids-epidemie.